“Ik heb heel veel geweend in het parlement”

Paulina Arpasi – Peruaans parlementslid

Paulina Arpasi (38) groeide op in een dorpje nabij Puno in een arm boerengezin van zes kinderen. Zij is de eerste Aymara-sprekende vrouw die het tot parlementslid heeft geschopt. Ook in het parlement tooit Arpasi zich in haar traditionele klederdracht met dito bolhoed.

Peruaans parlementslid Paulina Arpasi


‘Er is geen president meer’, schreeuwde ik drie jaar geleden op het balkon van de boerenorganisatie Confederación Campesina del Peru (CCP) in het centrum van de hoofdstad Lima. Voor de samengetroepte massa was dat het sein om de protestmars tegen toenmalig president Fujimori op gang te trekken. Het werd een helse optocht van drie dagen tegen een autoritair regime dat zijn laatste stuiptrekkingen beleefde. Ik werd geraakt door een traangasgranaat en viel half bewusteloos op straat. Vaag herinner ik me dat ik toen weigerde om in de aangereden ziekenwagen te stappen. Uit schrik dat het vermomde agenten van de inlichtingendienst waren. In die dagen kreeg mijn leven een andere wending.

Om beurt naar school

Ik werd geboren in 1966 op een hacienda waar mijn vader uitgebuit werd door grootgrondbezitters. In 1987 werd de plantage door de wet op de landhervorming geherstructureerd tot een coöperatief bedrijf. We hadden zo goed als niks. Op 4.000 meter hoogte leefden we van de schapen en wat graanteelt. Als kind heb ik nooit geweten wat fruit en groenten waren. Laat staan speelgoed. Toch wilde mijn vader dat de zes kinderen gingen studeren. We gingen om beurt naar school. Gemakkelijk was dat niet, want van thuis uit spraken we enkel Aymara terwijl alle leraars Spaans praatten. Sommige ouders vonden het trouwens niet leuk dat hun kinderen de klas moesten delen met arme Aymara-kinderen.

Maar ik heb doorgezet. Zo ontdekte ik al heel vroeg mijn leiderscapaciteiten. Toen ik in 1991 mijn secundair diploma behaalde, heb ik meteen een vrouwenbeweging opgestart. Enkele maanden later nam ik deel aan een sollicitatieproef om aan de slag te gaan als promotora alfabetizadora. Ik was de enige inheemse vrouw die deelnam aan het concours, maar toch kwam ik als winnares uit de bus. De dag dat ik mijn veldwerk startte, botste ik op veel weerstand. Wat zou die indiaan ons alfabetiseren, luidde de kritiek. Maar ik ben uiteindelijk zeven jaar gebleven.

In het parlement

In 1994 was ik in contact gekomen met de CCP. Vijf jaar later was ik er opgeklommen tot secretaris-generaal voor het departement Puno. We voerden een keiharde strijd tegen de tirannie van het Fujimorisme en het neoliberaal beleid dat de landbouw in de steek liet. De politieke overheid wilde me een mooie som geld betalen om me weer helemaal op mijn vrouwenbeweging te concentreren. Die kreeg intussen steun van het Ministerie voor de Vrouw. Omdat ik het vertikte in te gaan op die omkooppraktijken, werd ik finaal ontslagen uit de beweging die ik destijds zelf had opgericht.

Die pijnlijke breuk bleek de moeite waard, want het aangehouden verzet van de campesinos heeft ertoe bijgedragen dat Fujimori vluchtte naar Japan. Intussen had ik in een televisiestudio Eliane Karp, de Belgische vrouw van oppositieleider Toledo, leren kennen. Ze bood me onverwacht een plaats aan op de parlementslijst van Peru Posible. Ik had niet eens de tijd om mijn familie en achterban te raadplegen, maar besloot de uitdaging aan te gaan. Omdat ik geld noch campagneteam had, voerde ik mijn propaganda in de rondtoerende bussen. Een minderheid vond dat ik als inheemse sowieso geen kans maakte, maar de andere mensen reageerden enthousiast. Met bijna 29.000 voorkeurstemmen was ik plots het populairste parlementslid van het hele departement.

Tranen

Het was allemaal zo snel gegaan… Ik had geen flauw benul van hoe het er in het parlement aan toeging. Bij de aanstelling van mijn medewerkers kwam het tot een aanvaring met de CCP en ook mijn eigen partij bekommerde zich helemaal niet om mijn integratie in het parlement. Eliane Karp heeft me electoraal misbruikt. En in het parlement zelf werd ik regelrecht gemarginaliseerd door de collega’s. Ik kreeg niet eens voldoende spreektijd om mijn projecten voor te stellen. Uitgerekend in die periode focusten de media sterk op mijn persoon omdat ik de eerste Aymara-sprekende vrouw ben die in Lima zetelt. Ik heb me in deze stad met haar zeven miljoen inwoners heel eenzaam gevoeld en nog meer geweend.

Omdat ik steeds loyaal heb meegewerkt met Peru Posible, heeft zelfs mijn familie zich tegen mij gekeerd. Maar nu heb ik de president gebeld en gezegd dat ik voortaan zelf mijn stemgedrag bepaal. Tegelijkertijd werk ik hard aan mijn verkiezingsbeloften: de politieke decentralisatie van Peru is ingezet en nadat ik diverse publieke hoorzittingen voor vrouwen organiseerde, zitten heel wat wetsvoorstellen in de pijplijn. De strijd tegen de corruptie en de opstart van een landbouwbank vergen echter nog heel wat werk. Voor de kleine boeren heb ik pas twee nieuwe wetsvoorstellen ingediend en een speciale commissie opgericht die de oude wetten op de inheemse boerengemeenschappen actualiseert. Deze bevolkingsgroep heeft het recht zich te laten gelden, zoals de jongste jaren nadrukkelijker is gebeurd in de buurlanden Ecuador en Bolivia. De inheemse bevolking heeft niet één Paulina Arpasi nodig, maar dertig…

(Opgetekend door Koen Symons)

Deel dit artikel