IPS: Arme landen leren betere mijnbouwdeals sluiten

 


Grote donorlanden presenteren volgende week een plan om de onderhandelingskracht van ontwikkelingslanden te versterken bij ingewikkelde contracten, vooral in de mijnbouwindustrie.  


 

De donoractie is een antwoord op toenemende frustratie in ontwikkelingslanden over hun eigen onvermogen de onderhandelingskracht van multinationals te evenaren. Die ongelijkheid leidt in hun ogen tot ongelijkwaardige overeenkomsten.

Het project 'Strengthening Assistance for Complex Contract Negotiations (Connex) werd vorige week aangekondigd op de top van de zeven rijke industrielanden (G7) in Brussel. Het wordt uitgevoerd door het Columbia Center on Sustainable Investment (CCSI) en de Columbia University in de VS.

"Voor veel ontwikkelingslanden zijn grote investeringen, zoals in mijnbouw of infrastructuur, de belangrijkste bronnen van economische groei en duurzame ontwikkeling", zegt Lisa Sachs, directeur van het CCSI. "Ondanks het grote belang van deze overeenkomsten, ontbreekt het veel regering aan goede regulering en de onderhandelingscapaciteit om tot een goede deal te komen. Dat betekent dat ze belangrijke kansen laten liggen om maximaal te profiteren van deze investeringen."

 

Corruptie en conflicten


Mijnbouwovereenkomsten worden vaak gesloten voor tientallen jaren. Een slechte overeenkomst kan dan ook grote gevolgen hebben voor de financiering van de publieke sector op lange termijn. De impact daarvan is het grootst op de arme en gemarginaliseerde groepen in de samenleving. Bovendien dragen slechte overeenkomsten bij aan corruptie en zelfs conflicten, met name als het bestuur zwak is, zegt het CCSI in het concept van een 'onderhandelingskaart' die in februari werd opgesteld.

Volgens onderzoek dat het Revenue Watch Institute (nu National Resource Governance Institute) vorig jaar publiceerde, gaan er jaarlijks biljoenen dollars om in de mijnbouwindustrie. Slechts een fractie van dat geld wordt gebruikt om het leven van de armsten in ontwikkelingslanden te verbeteren.

Meer dan 80 procent van de landen uit het onderzoek bleek geen deugdelijke standaarden voor openheid in de mijnbouwsector te hanteren, en de helft had zelfs de eerste stappen in deze richting nog niet gezet. De analisten van Revenue Watch duiden de bevindingen als een "opvallende bestuurlijke tekortkoming."

 

Eerlijk speelveld


Landen met zowel een zwakke als sterke reputatie op het gebied van bestuur hebben laten merken assistentie te willen bij onderhandelingstrajecten met multinationals, zeggen ontwikkelingsexperts. "Hun motivatie is hetzelfde", zegt Ian Gary, beleidsadviseur bij Oxfam America. "Ze willen zoveel mogelijk geld verdienen aan deze mijnbouwcontracten."

"Regeringen van deze landen krijgen te maken met multinationals die tientallen advocaten inzetten die veel ervaring hebben met dit soort overeenkomsten. Door ontwikkelingslanden te assisteren, hopen we een eerlijker speelveld te creƫren, hoewel sommige regeringen wellicht meer geld willen investeren in nationale ontwikkeling en andere meer egocentrische motieven hebben."



BRON:IPS

Deel dit artikel