IPS: Latijns-Amerika voorbeeld in strijd tegen honger

 

 

Latijns-Amerika en het Caraïbische gebied hebben in de afgelopen jaren het meest vooruitgang geboekt in de strijd tegen honger. De regio telt het hoogste aantal landen dat het eerste Millenniumdoel (MDG), het halveren van het aantal ondervoede mensen, heeft bereikt.  


 

De ongelijkheid in de regio is echter nog steeds erg groot. Vrouwen op het platteland en inheemse bevolkingsgroepen kampen met voedselonzekerheid en armoede, staat in het deze week verschenen rapport State of Food Insecurity in the World (SOFI 2014). Het rapport wijst specifiek op Brazilië en Bolivia, landen die een succesvolle strategie tegen honger ingezet zouden hebben.

"Het beleid in deze landen heeft een positieve impact gehad op alle groepen, maar er zijn segmenten waar specifieker aandacht aan moet worden besteed bij het ontwikkelen van beleid", zegt Raúl Benítez, regionaal vertegenwoordiger van de VN-Voedsel en Landbouworganisatie (FAO) in Santiago (Chili). "Je kunt het beleid vergelijken met een fijne kam die over deze groepen wordt gehaald, maar er zijn dingen die een nog fijnere kam nodig hebben."


Politieke wil

Het aantal mensen dat in Latijns-Amerika lijdt aan ondervoeding, daalde tussen 1990-1992 en 2012-2014 van 15,3 procent tot 6,1 procent. Dat betekent dat de eerste van de acht Millenniumdoelstellingen, het halveren van extreme honger en armoede, een jaar voor de deadline is gehaald.

Dat dit bereikt is, komt vooral door de politieke wil bij regeringen in de regio, zegt Benítez. "Zij realiseren zich dat economische groei alleen niet voldoende is om het probleem op te lossen en hebben een tweesporenbeleid in gezet. Economische groei, maar ook financiële steun aan de allerarmsten."

Veertien landen in Latijns-Amerika hebben de eerste Millenniumdoelstelling gehaald: Argentinië, Barbados, Brazilië, Chili, Cuba, de Dominicaanse Republiek, Guyana, Mexico, Nicaragua, Panama, Peru, Saint Vincent en de Grenadines, Uruguay en Venezuela. Benítez voegt ook Dominica toe aan die lijst.

Vier andere landen, Bolivia, Colombia, Ecuador en Honduras, zullen naar verwachting volgend jaar hun doelstelling halen.


Brazilië en Bolivia


Brazilië is in het rapport uitgelicht als succesverhaal. Het land begon in 2003 als onderdeel van een Nul-Hongerplan, met Bolsa Familia, een uitkeringsprogramma voor de allerarmsten. Dat leidde tot een daling van het aantal ondervoede mensen met 82 procent tussen 2002 en 2013. Momenteel lijden 3,4 miljoen mensen – 1,7 procent van de bevolking van 200 miljoen – onder gebrek aan voedsel. Ondanks de geboekte vooruitgang is ongelijkheid nog steeds een probleem in de regio. Die treft vooral de meest gemarginaliseerde groepen: plattelandsvrouwen en inheemse bevolkingsgroepen.

Bolivia, een ander land dat uitgebreid aan bod komt in het rapport, wordt genoemd als voorbeeld van hoe "beleid op maat" specifieke delen van de bevolking kan helpen. "Bolivia heeft processen in gang gezet en instituten opgericht die zich richten op alle kwetsbare groepen, in het bijzonder inheemse groepen die historisch gezien het meest gemarginaliseerd zijn", zegt Benítez. Wat we boven alles kunnen leren van Bolivia, is dat politieke wil werkt."


Betere zaden


In Bolivia heeft de sterke focus op voedselzekerheid en anti-armoede beleid geleid tot een snelle vermindering van de honger. Die daalde tussen de periodes 2009-2011 en 2012-2014 met 7,4 procent. Chronische ondervoeding bij kinderen daalde van 41,7 procent in 1989 tot 18,5 procent in 2012.

Bolivia zette onder meer een economisch beleid in op het gebied van landbouwgrond, financiering en technologieoverdracht, gericht op de meest kwetsbare boeren. Een zaadprogramma, gericht op boeren in de hooglanden van de Andes, leidde tot een significante productiegroei. Die werd eenvoudigweg bereikt door betere zaden te gebruiken.

"Ik zeg niet dat het gemakkelijk is de honger op te lossen of dat het van het ene op het andere moment kan", zegt Benítez. "Maar als er eenmaal een besluit is genomen het probleem aan te pakken, volgen er ook resultaten."

Het volgende doel moet het volledig uitroeien van honger zijn, zegt hij. "We hebben veel redenen tot optimisme. Onze regio produceert voedsel, er is politiek wil en solidariteit tussen landen in de regio. De uitdaging is nu om het proces te versnellen en intensiferen, en beter te coördineren zodat deze generatie de laatste in Latijns-Amerika en het Caraïbische gebied wordt die met honger moet leven."



BRON:IPS

Deel dit artikel