IPS: Spanje toegangspoort tot Europa voor Syrische vluchtelingen

vluchtelingen

Slechts 3 procent van de vijftigduizend vluchtelingen uit Syrië die in 2013 naar Europa kwamen, kreeg asiel in Europa, blijkt uit cijfers van Eurostat. Veel vluchtelingen komen aan in Spanje, maar reizen daarna door naar landen waar ze  verwachten meer kans op werk en een toekomst te maken.

Sommige Syriërs komen met een visum per vliegtuig. Anderen reizen met op de zwarte markt gekochte valse papieren via Marokko. Daarna steken ze de grens over naar de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla in Noord-Afrika. "De reis van Syrië naar Spanje kan drie of vier maanden duren", zegt Wassim Zabad uit Damascus. Hij woont al elf jaar in het Zuid-Spaanse Malaga.

Zabad is eigenaar van een klein reisbureau gespecialiseerd in reizen vanuit Spanje naar Libanon, Egypte en Syrië. Zijn zaken gaan slecht vanwege de conflicten in de drie landen. De situatie voor Syrische vluchtelingen in Spanje is volgens hem slecht. "Daarom reist 98 procent door naar familie of bekenden elders in Europa, waar vluchtelingen meer hulp krijgen", zegt hij. Vooral Frankrijk, Duitsland en Zweden zijn in trek.

Procedures

Francisco Cansino, coördinator van CEAR in het oosten van Anadalusië, zegt dat de meeste Syriërs die zijn organisatie helpt, uit het Tijdelijke Opvangcentrum voor Immigranten (CETI) in Melilla komen. Ze vragen liever asiel aan in andere landen, hoewel de standaardprocedure is om een aanvraag in te dienen in het land van aankomst. Dat wordt de vluchtelingen ook verteld, zegt Cansino. "Maar ze blijven niet. Ze denken dat ze in andere landen meer kansen hebben en willen vaak op de dag van aankomst alweer vertrekken. Naar bekenden elders in Europa, zeggen ze."

Een Syrisch stel met twee kinderen is al een paar weken in het CEAR-centrum, dat onafhankelijk is en draait op vrijwilligers. Ze krijgen onderdak, eten, kleding en een maandelijkse uitkering van 50 euro per persoon. Ook krijgen ze Spaanse taalles en een training om werk te vinden. In de eerste helft van dit jaar zijn er zo'n tweehonderd Syriërs in het centrum opgevangen, zegt Cansino.

"Slechts een minderheid van de Syrische vluchtelingen komt naar Spanje. De meeste vluchtelingen zijn ontheemd in Syrië zelf of zoeken veiligheid in buurlanden", zegt David Ortiz, hoofd van het Opvangcentrum van het Rode Kruis in Malaga. In het centrum van het Rode Kruis zijn dertien van de twintig bedden bezet door Syriërs en Palestijnen afkomstig uit Syrië. Onder hen twee gezinnen met kinderen, die sinds hun aankomst naar school gaan.

Getraumatiseerd

De Syrische vluchtelingen zijn volgens Ortiz ernstig getraumatiseerd. "Ze moeten hun leven weer opbouwen, een nieuwe taal leren en werk vinden in een land als Spanje, waar de werkloosheid hoger ligt van 25 procent."

In juni publiceerde CEAR een rapport over de situatie van vluchtelingen in Spanje. Volgens de organisatie kreeg Spanje in 2013 ruim 4.500 asielaanvragen. In 2012 waren dat er 2.588. De groei komt vooral van vluchtelingen uit Mali (1.475) en Syrië (725).

"Ik hoop stabiliteit te vinden in Spanje", zegt Adi Mohamed, een 33-jarige Syriër die in april met een visum naar Spanje vloog. Daar verblijft hij bij enkele Syrische vrienden. Mohamed is eigenaar van een restaurant in Palmira, bij Homs. Hij maakt zich zorgen over zijn ouders en vijf broers en zussen, die nog in Syrië zijn. "Waarom geeft Spanje minder hulp aan vluchtelingen dan Duitsland of Zweden?", vraag hij zich af. "Als ik dat geweten had, was ik naar een ander land gereisd."

Overvolle opvang

Vluchtelingen mogen maximaal zes maanden in een opvangcentrum blijven, met een verlenging van zes maanden "in het veelvoorkomende geval" dat de asielaanvraag nog niet is afgerond. Gezinnen met kinderen mogen maximaal achttien maanden blijven, zegt Ortiz.

Begin deze maand kwam mensenrechtenorganisatie Amnesty International met een rapport waaruit bleek dat de EU 1,82 miljard euro heeft uitgeven tussen 2007 en 2013, om de grenzen te beschermen. Er ging slechts 700 miljoen euro naar het verbeteren van de situatie van asielzoekers.

Diverse ngo's hebben gewezen op de slechte omstandigheden in het opvangcentrum in Melilla, waar honderden asielzoekers verblijven, en de vertragingen in de behandeling van asielaanvragen waardoor vluchtelingen Ceuta of Melilla volgens de Spaanse wet niet kunnen verlaten.

De VN-Vluchtelingenorganisatie (UNHCR) zegt in een op 11 juli verschenen rapport dat het CETI op Melilla 2.161 vluchtelingen huisvestte op 12 juni, terwijl de maximumcapaciteit 480 is. Onder de asielzoekers bevonden zich 384 Syrische volwassenen en 480 kinderen.



BRON:
IPS

Deel dit artikel