Megadam dwingt honderdduizenden Indiërs tot nieuw bestaan

megadam

[Foto: Almatti Dam, onderdeel van het Upper Krishna Project in India © Murughendra - CC BY-SA 3.0]

Minstens 276 dorpen in India worden onder water gezet voor een bijna 2,5 kilometer lange megadam in de Godavari, de langste rivier in India na de Ganges. De inwoners moeten op zoek naar een nieuw bestaan.

Door de Polavaramdam moeten zo'n 200.000 inheemse bewoners binnenkort hun dorp verlaten. Ook Narakonda in de Zuid-Indiase staat Andhra Pradesh, het dorp waar de tienjarige Laxman woont, zal onder water verdwijnen. Zijn ouders, Sitamma Rao en Sodi Bhimaiah, weten wel wat hen te wachten staat. En ook dat ze de groentetuin achter hun huis die hun dagelijks voedsel levert, zo'n 2000 vierkante meter, achter moeten laten.

De regering heeft gezegd de bewoners te willen compenseren, maar in het dorp heeft nog niemand daar iets van gemerkt of gehoord. Er is nog niemand van de overheid in het dorp geweest. Veel mensen leven hier van ongeveer 30 roepies (42 eurocent) per dag.

Nieuwe gewassen

De dorpsbewoners realiseren zich dat ze zich moeten voorbereiden op een moeilijke tijd, maar ze krijgen daarbij geen steun of advies van de overheid. Intussen zijn ze zelf op zoek gegaan naar nieuwe mogelijkheden.

In tientallen dorpen aan de voet van de bergketen Papi leren de jagers en verzamelaars van de Koya- en Kondareddi-gemeenschap nu hoe ze op duurzame wijze eten kunnen verbouwen voor zichzelf, en zo veel mogelijk te sparen voor moeilijker tijden. Tot voor kort verbouwden ze kleinschalige landbouwproducten en verkochten ze producten uit het bos op markten in de buurt. De nieuwe methoden moeten op duurzame wijze de opbrengst verhogen en ook leiden tot een hoger inkomen.

De dorpsbewoners krijgen hulp van de Kovel Foundation, een plaatselijke non-profitorganisatie die bosbewoners traint in ondernemerschap en alternatieve manieren van leven. Zo'n 2000 boerinnen uit 46 dorpen volgen de trainingen van de stichting, die ook zaden verstrekt en financiële steun geeft.

De stichting werkt volgens het Annapurna-model, een manier van werken die oorspronkelijk door de federale overheid werd gestimuleerd om de voedselzekerheid en inkomens op het platteland te verbeteren. De dorpsbewoners leren nu verschillende gewassen te verbouwen en risico's te spreiden.

Gevarieerd eten

Laxamma Raju uit het nabijgelegen dorp Aligudem laat haar tuin van vijftien bedden zien, elk 2 meter breed. Ze verbouwt er radijs, okra, aubergine, wortels, uien, pompoen, bonen, tomaten, pepers en koriander. Ook staan er jonge bananenboompjes naast mango- en custardappelbomen. Daartussen zijn goudsbloemen en zonnebloemen geplant. De bloemen trekken ongedierte aan en werken als een biologische insectenval, legt Satya Raju, Laxamma's man, uit.

De bewoners zijn enthousiast over het programma, vooral omdat ze niet eerder zo gevarieerd aten. "Vroeger verbouwden we rijst, gierst en erwten", zegt Laxamma. "Maar nu oogsten we elke een mand groenten." Ze wijst op een zak tomaten die ze op de markt gaat verkopen.

Geen compensatie

De dorpsbewoners weten niet waar ze terecht zullen komen als hun land onder water wordt gezet. India heeft geen goede reputatie als het gaat om zorg voor de bevolking bij dit soort gedwongen verhuizingen. Zo raakten door de bouw van de Sardar Sarovardam in de rivier Narmada in Centraal-India 300.000 mensen ontheemd in 2005. Tien jaar later wachten 40.000 mensen van deze groep nog steeds op huisvesting of compensatie voor hun verloren land.

Een soortgelijke controverse ontwikkelde zich bij de Hasdeo Bangodam in de staat Chhattisgarh. De bouw van de dam begon in 1962 en eindigde in 2011. Tweeënvijftig, meestal inheemse, dorpen moesten verdwijnen. De bevolking kwam terecht op plaatsen met weinig basisfaciliteiten en nog minder mogelijkheden om een inkomen te verwerven.

Deel dit artikel