Mijnbouw: meer transparantie is de sleutel tot verandering

Europa keurt eindelijk richtlijn rond transparantie goed.
In vele landen in het Zuiden leidt de aanwezigheid van olie, gas en andere natuurlijke rijkdommen nauwelijks tot ontwikkelingskansen voor de bevolking. Het is een nagel waar 11.11.11 en de andere partners van het netwerk 'Publish What You Pay' al jarenlang op kloppen. En recent was het goed raak! In april keurde Europa een richtlijn op transparantie goed. "Voor dit resultaat hebben al onze lidorganisaties zich jarenlang ingezet", aldus Marinke Van Riet, directeur van PWYP.




mijnbouw bolivia dirk peeters[Foto: La Oroya Peru, één van de 10 meest vervuilde steden ter wereld, heeft heel wat te lijden door de  mijnbouw.]

De ontginning van natuurlijke rijkdommen zou in principe een belangrijke bijdrage moeten leveren aan de ontwikkeling van het Zuiden en de strijd tegen de armoede. Maar verrassend genoeg liggen de armoedecijfers in 'grondstofrijke' landen - wereldwijd zijn dat er een vijftigtal - hoger dan in andere landen.
 

40 % van de totale bevolking (640 miljoen mensen) profiteert er niet mee van de aanwezige rijkdom. Een kwart van de bevolking leeft er zelfs in extreme armoede. Tegelijkertijd schat men de verloren fiscale inkomsten uit de ontginning van die grondstoffen op 160 miljard dollar per jaar. Ofwel een veelvoud van het ontwikkelingsgeld dat Afrika jaarlijks ontvangt. 

Transparantie

Als één van de 650 leden van het wereldwijde netwerk Publish What You Pay (PWYP) klaagt 11.11.11 regelmatig het gebrek aan transparantie aan bij contracten tussen overheden en olie-, gas- en mijnbouwbedrijven. Op die manier verdwijnen miljarden aan inkomsten, in de eerste plaats naar de aandeelhouders in het Noorden, maar ook naar een corrupte elite in het land zelf. Het zijn miljarden die een basis hadden kunnen leggen voor economische groei en armoedebestrijding. In de plaats zit de lokale bevolking vaak opgescheept met gigantische schade aan het milieu.

Meer transparantie is voor PWYP de sleutel tot verandering. Wanneer bedrijven 'publiceren wat ze betalen' en overheden 'publiceren wat ze krijgen', kan iedereen de cijfers vergelijken. Op die manier verhoogt de maatschappelijke druk op bedrijven om de winsten eerlijker te verdelen en krijgt de bevolking in het Zuiden cruciale informatie in handen om controle uit te oefenen op de besteding van de inkomsten uit concessies. 

Bedrijven die 'publiceren wat ze betalen' en overheden die 'publiceren wat ze krijgen'. Dat is de sleutel tot verandering. 

EITI: eerste stap

Een eerste stap in de goede richting was de oprichting van het Extractive Industries Transparancy Initiative (EITI). Dit is wat men noemt een multi-stakeholder initiatief, waarbij zowel overheden, industrie, investeerders, internationale instellingen als civiele sectoren (zoals PWYP) betrokken partij zijn.

Om aan de EITI-standaard te voldoen, moet een land jaarlijks alle staatsinkomsten uit de ontginning van natuurlijke rijkdommen openbaar maken en laten controleren door een internationale auditfirma. Toetreden tot het EITI is geen verplichting, maar de internationale druk levert stilaan resultaat op. Momenteel zijn 37 landen 'lid', waarvan 21 'compliant', wat betekent dat zij op regelmatige basis rapporten publiceren die aan de EITI-voorwaarden voldoen.  

Eerst de VS

In 2010 volgde een nieuwe, belangrijke stap, wanneer het Amerikaanse Congres de Dodd-Frank Act goedkeurt. Een van de onderdelen van deze uitgebreide wetgeving bevat een financiële rapporteringsverplichting voor alle in Amerika beursgenoteerde bedrijven uit de 'extractieve' sector.

Eind 2012 publiceerde de Amerikaanse beurswaakhond de normen voor de concrete uitvoering van de wet en bleek inderdaad dat alle betalingen aan overheden gepubliceerd moeten worden. Dat was meteen het sein om ook in Europa de laatste twijfelaars over de streep te trekken.  

Pas dan Europa

Uiteindelijk duurde het tot begin april vooraleer het Europees Parlement en de Europese Raad een akkoord bereikten. Volgens de nieuwe regelgeving zullen alle in Europa beursgenoteerde bedrijven moeten rapporteren vanaf een globaal bedrag van ? 100.000 per jaar aan belastingen in een land. Bovendien zullen ze over elk ontginningsproject of contract afzonderlijk moeten berichten.

 In feite gaat de Europese regelgeving zelfs een stap verder dan de Amerikaanse omdat ook grote, niet-beursgenoteerde bedrijven en bedrijven actief in de bosbouw en de houthandel in het bad getrokken worden.

Naar schatting 75 tot 80% van de grote bedrijven uit de sector zal daarmee onderworpen zijn aan transparantieregels uit de VS en de EU. Daarbij ook de meeste grote bedrijven uit de opkomende industrielanden, aangezien zij beursgenoteerd zijn in de VS of Europa.

"Cruciaal is dat de richtlijn geen uitzonderingen voorziet, ondanks hevig lobbywerk van onder andere Shell", zegt Marinke Van Riet, directeur van PWYP. "Voor dit resultaat hebben al onze lidorganisaties zich jarenlang ingezet, maar het werk is niet af. We zullen nauwgezet toekijken op de implementatie van de richtlijn in Europa. Bovendien eisen we dat deze regels universeel worden. Daarvoor is het belangrijk dat ook Canada, het land waar de grootste beurs voor mijnbouwbedrijven gevestigd is, aan boord gehaald wordt."  

Doorbraak

Ook voor Koen Warmenbol, beleidsmedewerker natuurlijke rijkdommen van 11.11.11, is dit een belangrijke doorbraak: "Natuurlijk blijven we ijveren voor een nog grotere transparantie, bijvoorbeeld wat betreft de contracten zelf. Maar deze regels zijn een flinke stap voorwaarts.

De EITI-rapporten bevatten vaak enkel gebundelde informatie over betalingen voor gans het land en meestal ook beperkt tot de belangrijkste grondstoffen. Nu worden bedrijven verplicht tot een gedetailleerde rapportering, per project en voor alle grondstoffen. Daardoor kunnen lokale organisaties en lokale besturen in het Zuiden precies te weten komen hoeveel er aan belastingen betaald is voor de ontginning van de natuurlijke rijkdommen op hun grondgebied. Cijfers die voor hen een belangrijk wapen kunnen zijn om hun politici ter verantwoording te roepen en corruptie te bestrijden."

Peter Cristiaensen
Koen Warmenbol, beleidsmedewerker natuurlijke rijkdommen van 11.11.11



Meer info:

 

11.be

Deel dit artikel