Nu we een zitje hebben, mogen we niet stilzitten

Foto ter illustratie

Als voorzitter van de VN-Veiligheidsraad draagt België een grote verantwoordelijkheid om het bloedvergieten in Idlib een halt toe te roepen, stelt 11.11.11-directeur Els Hertogen in een opiniestuk in De Standaard. 

Het leger van Bashar al-Assad, dat steun krijgt van Rusland en Iran, staat in de Syrische provincie Idlib tegenover verschillende gewapende oppositiegroepen, waaronder terreurorganisatie Hayat Tahrir al-Sham. Zowel het Syrische als het Russische leger valt burgerdoelwitten aan. Ziekenhuizen, scholen, markten, bakkerijen en humanitaire opslagplaatsen worden gebombardeerd. Zelfs vluchtende burgers en humanitair personeel worden geviseerd door de oorlogsterreur. Sinds eind januari vinden ook rechtstreekse confrontaties tussen het Syrische en het Turkse leger plaats.

De Verenigde Naties hebben het over het grootste humanitaire horrorverhaal van de 21ste eeuw

De Verenigde Naties hebben het over het grootste humanitaire horrorverhaal van de 21ste eeuw. Drie miljoen Syriërs zitten in de val en kunnen geen kant uit. Sinds april 2019 werden meer dan 1.500 burgers gedood. Het overgrote deel van de burgerslachtoffers staat op het conto van het Syrische en Russische leger, maar ook de gewapende oppositie heeft boter op het hoofd.

Volgens de VN sloegen sinds 1 december 2019 meer dan 900.000 inwoners op de vlucht. Velen van hen moesten eerder al (meerdere) keren op de vlucht slaan na gedwongen evacuaties in andere delen van Syrië. Zes op de tien van hen zijn kinderen. Dat wil zeggen: naar schatting 540.000 kinderen moesten vluchten voor blind oorlogsgeweld.

Gebrek aan steun

Honderdduizenden Syriërs zitten vast in het Turks-Syrische grens­gebied. Velen van hen leven noodgedwongen in geïmproviseerde tenten, terwijl het gebied wordt geteisterd door ijskoude temperaturen, overstromingen, stormen en ziektes.

Lokale ngo's, waaronder organisaties waarmee 11.11.11 nauw samenwerkt, trekken aan de alarmbel en vragen dringende steun. Ze zijn verbijsterd over het gebrek aan internationale reactie en voelen zich volledig in de steek gelaten.

'Het totale gebrek aan stabiliteit en perspectief, de harde winter en de overbevolkte vluchtelingenkampen zetten een gigantische druk op lokale gemeenschappen en burgerorganisaties. Ons team op het terrein, in nauwe samenwerking met andere humanitaire actoren, is non-stop in de weer. We transporteren vluchtelingen naar veilige locaties en bieden tijdelijke verblijfplaatsen en warme maaltijden. Maar er is dringend behoefte aan meer humanitaire hulp', klinkt het in een noodkreet van een van onze partners

De VN publiceerden begin februari een humanitair noodplan voor Noordwest-Syrië. Ze vragen donorlanden 336 miljoen dollar aan extra noodhulp, om de komende zes maanden mensen op de vlucht binnen Syrië­ zelf, te kunnen opvangen. 

Kinderlevens op het spel

Belgische diplomaten speelden eerder al een belangrijke en constructieve rol bij pogingen om een staakt-het-vuren voor Idlib te onderhandelen. Onze organisatie is zich daarvan bewust, maar toch is er méér actie nodig. Op elk gebied.

België is nog tot eind dit jaar een tijdelijk lid van de VN-Veiligheidsraad. Deze maand zijn we zelfs voorzitter. Samen met Duitsland houdt België de pen vast bij alle humanitaire Syriëdossiers. Gedurende het Belgische lidmaatschap wordt er ook een punt gemaakt van de bescherming van kinderen in gewapende conflicten.

Ons land kan een belangrijke rol spelen om het lijden in Idlib te verzachten

Belgische diplomaten moeten daarom alles op alles zetten om binnen de VN-Veiligheidsraad een staakt-het-vuren voor Idlib af te dwingen. Ons land kan een belangrijke rol spelen om het lijden in Idlib te verzachten. Ook in Brussel kan onmiddellijk concrete actie ondernomen worden om de humanitaire situatie te verlichten, door een extra bijdrage te leveren aan het humanitaire noodplan van de VN.

De humanitaire situatie in Idlib is dramatisch. En de tijd dringt. De frontlijn bevindt zich nu op enkele kilometers van Idlib-stad, waar meer dan één miljoen Syriërs wonen. Niets doen kan en mag geen optie zijn.

 

11.11.11 DOOR:

Meer

Dit opiniestuk verscheen eerder in De Standaard.

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels