Obesitas en ondervoeding gaan hand in hand


Ondervoeding en obesitas zijn twee kanten van de medaille die "malnutritie" of wanvoeding heet. Een VN-conferentie in Rome belooft actie tegen dit wereldwijde probleem, met als speerpunt het aanleren van gezonde eetgewoonten. 



Het is een complex en paradoxaal fenomeen, zo blijkt uit het allereerste peer reviewed Globale Voedingsrapport en uit cijfers van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO).

Terwijl 805 miljoen mensen honger lijden, belandt een derde van de wereldwijde voedselproductie in de vuilnisbak. En terwijl 2 miljard mensen tekort hebben aan bepaalde vitaminen en mineralen, lijden 500 miljoen mensen aan obesitas.

Dubbele gesel

"De dubbele gesel van malnutritie is een situatie waarbij overgewicht en obesitas samen voorkomen met ondervoeding", verklaart Anna Lartey, voedingsdirecteur van het FAO. "We zien het in veel ontwikkelingslanden die een voedingstransitie doormaken."

Regeringen en ontwikkelingsorganisaties strijden niet alleen meer tegen honger, maar ook tegen overvoeding. "Ondervoeding doodt jaarlijks bijna 1,5 miljoen vrouwen en kinderen. Tegelijk nemen overgewicht en obesitas toe. Zij veroorzaken ziektes als kanker, hartaandoeningen en diabetes", zegt Francesco Branca, voedingsdirecteur van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO).

Het Globale Voedingsrapport raamt de kostprijs van malnutritie voor een land op vier tot vijf procent van het bbp.

Reclame

De oplossing kan niet alleen van de wetenschap, gezondheidszorg en landbouw komen. Er is een gelaagde aanpak nodig die onderwijs, voorlichting van vrouwen, marktregulatie, technologisch onderzoek maar zeker ook politiek engagement omvat.

Daarom vergaderden vorige week vertegenwoordigers van regeringen, internationale instellingen, het civiele middenveld en de privésector in Rome. De Tweede Internationale Voedingsconferentie (ICN2) werd door het FAO en de WGO georganiseerd. De eerste editie had 22 jaar geleden plaats.

Flavio Valente, het middenveld vertegenwoordigde op ICN2, merkte op dat "het huidige heersende voedingssysteem en agro-industriële productiemodel niet in staat zijn om de bestaande malnutritieproblemen op te lossen en zelfs bijgedragen hebben aan verschillende vormen van wanvoeding en de afgenomen diversiteit en kwaliteit van onze diëten".

Dit standpunt wordt door veel sprekers in Rome gedeeld. Ze benadrukten de negatieve impact die reclame voor ongezonde voeding heeft, vooral op kinderen.

Spaanse koningin

De Chileense vertegenwoordiger bij het FAO vertelde dat zijn land een klacht riskeert bij de Wereldhandelsorganisatie van multinationale voedingsbedrijven omdat het de volksgezondheid wil beschermen door het adverteren van bepaald voedsel aan banden te leggen.

"In Chili lijdt 60 procent van de bevolking aan overvoeding, en sterft er elk uur een obees persoon", verklaarde Luis Fernando Ayala Gonzalez.

In haar toespraak op de conferentie verwees de Spaanse koningin Letizia ook naar de verantwoordelijkheid van de privésector: "Het is nodig om de economische belangen te helpen afstemmen op de volksgezondheid. Vergeet niet dat geen enkel land ter wereld er al in geslaagd is om de obesitas-epidemie in alle leeftijdsgroepen af te stoppen."

Kleinschalige landbouw

ICN2 mondde uit in een consensus over een actieplan met enkele belangrijke doelstellingen. Het is cruciaal om kinderen, en vrouwen die een gezin voeden, gezonde eetgewoonten aan te leren. Daarnaast moet ook borstvoeding aangemoedigd worden, door betaald bevallingsverlof en faciliteiten op de werkvloer.

Het ondersteunen van kleinschalige en familiale landbouw zou mensen ook meer de kans bieden om lokaal, vers en seizoensgebonden te eten. Zo zou er minder voorverpakt, verwerkt voedsel - dat doorgaans arm is aan voedingstoffen, vitaminen en vezels maar veel calorieën, suiker, zout en vetstoffen bevat – op tafel komen.

Maar mensen aanleren hoe ze gezond kunnen eten, volstaat natuurlijk niet als ze geen toegang hebben tot kwalitatieve voeding. Er is ook beleid nodig. Een initiatief als fruit op school geven, gaat in de goede richting – zeker in combinatie met het promoten van lichaamsbeweging.



BRON:
IPS

Deel dit artikel