Peruaanse regering wil spons halen over Vuile Oorlog

De Peruaanse president Alan García en een belangrijke strekking binnen zijn partij gaan op de rem staan bij de vervolging van militairen en agenten die in de jaren 80 en 90 gruweldaden begingen in de strijd tegen linkse opstandelingen in het land. Mensenrechtenorganisaties zijn verontwaardigd. Indianen uit het Peruaanse deel van het Amazonewoud klagen dat het leger nog altijd over de schreef gaat bij operaties tegen de restanten van het rebellenleger Sendero Luminoso.


Bij de confrontatie tussen het radicale Sendero Luminoso en de Peruaanse ordediensten zijn tussen 1980 en 2000 meer dan 60.000 Peruanen om het leven gekomen, schat de Waarheids- en Verzoeningscommissie. Die instelling onderzocht de terreurdaden van de maoïstische rebellen en de nietsontziende tegenoffensieven van het leger. Tegen 2000 was de macht van Sendero Luminoso helemaal gebroken en nam het politieke geweld in Peru af.

Edgard Núñez, de voorzitter van de Commissie Defensie en Interne Orde in het Peruaanse parlement, heeft een wetsvoorstel ingediend dat amnestie zou verlenen aan militairen en soldaten die het opnamen tegen de linkse guerrillastrijders. “Er zijn soldaten die al drie jaar in voorhechtenis zitten. Sommigen worden al 20 jaar vervolgd. Hoe lang gaan we dat nog doen? Het enige dat ze gedaan hebben is in de bres springen om ons te bevrijden van de terreur en vrede en democratie te brengen”, vindt Núñez.

Núñez is lid van de regerende APRA. De partij benadrukt dat het wetsvoorstel een persoonlijk initiatief is van Núñez. Maar de commissievoorzitter zegt dat hij de steun heeft van verscheidene partijgenoten en van parlementsleden uit andere partijen.

Een aanzienlijk strekking binnen de regering vindt ook dat de leden van de ordediensten die hun boekje te buiten gingen in de woelige jaren tussen 1980 en 2000, minder hard moeten worden aangepakt. President Alan García, vicepresident en voormalige viceadmiraal Luis Giampietri, minister van Defensie Antero Flores Araoz en legercommandant Edwin Donayre zijn al herhaaldelijk uitgevallen tegen de rechterlijke macht, die volgens hen te ver gaat bij de vervolging van soldaten en agenten die verdacht worden van mensenrechtenschendingen.

De president en verscheidene van zijn medestanders zouden ook persoonlijk uit de wind gezet worden door een amnestieregeling. Alan García moet zich eventueel verantwoorden voor de terechtstelling van een aantal van terrorisme beschuldigde gevangenen bij een opstand in de gevangenis El Frontón, op 19 juni 1986. García, die ook toen president was, had bevolen een einde te maken aan de opstand. De voormalige binnenlandminister en persoonlijke secretaris van García, Agustín Mantilla, wordt er samen met een aantal andere leden van de APRA dan weer van verdacht deel te hebben uitgemaakt van het Comando Rodrigo Franco, een paramilitaire organisatie die het tegen linkse rebellen en hun sympathisanten opnam.

Straffeloosheid
Mensenrechtenorganisaties zijn tegen het wetsvoorstel van Núñez. Volgens hen zou het de straffeloosheid die veel leden van de ordediensten nu nog genieten, wettelijk verankeren. Ze oordelen ook dat het initiatief ingaat tegen de aanbevelingen van de Waarheidscommissie. Die vindt dat militairen die zich schuldig hebben gemaakt aan foltering, ontvoeringen of moord, bestraft moeten worden.

De discussie gaat niet enkel over het verleden. Inheemse bewoners van de Valleien van de Apurimac en de Ene (VRAE) zeggen dat het leger nog altijd burgers vermoordt of mishandelt bij een offensief tegen restanten van de rebellenbeweging Sendero Luminoso in de streek. Volgens de Defensoría del Pueblo, de Peruaanse ombudsman, zijn er in het gebied vier lijken van neergeschoten boeren gevonden.

Ook in de discussie over het wetsvoorstel van Núñez wordt met scherp geschoten. “De mensenrechtenorganisaties lijken alleen te bestaan om de moedige mensen achter de veren te zitten die de subversieve elementen hebben verslagen”, zegt Núñez. “Ze verdedigen alleen de rechten van terroristen.”

Volgens Ronald Gamarra, secretaris-generaal van de Nationale Coördinatie voor de Mensenrechten, is er helemaal geen sprake van een heksenjacht op militairen en agenten. Tot dusver zijn er tegen 119 mensen uit de Peruaanse ordediensten straffen uitgesproken in verband met wandaden uit de jaren 80 en 90. Slechts 28 van de veroordeelden moesten naar de gevangenis, de overigen kregen voorwaardelijke straffen.

Er lopen nog processen tegen 280 mensen, en tegen slechts 53 van hen werd een aanhoudingsmandaat uitgevaardigd. Amper 14 verdachten zitten in de cel, de rest is voortvluchtig. “Er is sprake van straffeloosheid, want veel militairen moeten zich niet verantwoorden. En het wetsvoorstel zou die straffeloosheid nog uitbreiden.”

Gamarra zegt dat het leger nauwelijks meewerkt bij de opheldering van mensenrechtenschendingen, en dat de processen daarom niet opschieten.

BRON:
http://www.ipsnews.be

IPS DOOR:

Deel dit artikel