Topvrouw IEA: 'Lage olieprijs is buitenkans voor CO2-taks'

photopin olie raffinaderij 3265160711[Foto: Coulter Sunderman via photopin cc]


De huidige prijsdaling van olieproducten is een een unieke kans om onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen flink te verminderen, zegt Maria van der Hoeven, topvrouw van het Internationaal Energieagentschap (IEA). Regeringen moeten de prijsvermindering gebruiken om subsidies voor olie af te schaffen en een belasting te heffen op CO2-uitstoot.

Van der Hoeven deed haar oproep in een opiniestuk voor the Huffington Post. Ze waarschuwt daarin dat de prijsdaling het verbruik van fossiele brandstoffen kan stimuleren en het verduurzamen van onze energieproductie in de weg staat. "Beleidsmakers over de hele wereld kunnen dit voorkomen door goedkope olie te gebruiken om de prijs van energie fors te beïnvloeden. Maar dan moet dat wel nu gebeuren", schrijft ze.

Prijstrends

Op amper een half jaar tijd zijn de olieprijzen met bijna 40 procent gedaald. Sommige expert vergelijken de trend van de huidige prijsdalingen met een gelijkaardige periode tijdens de jaren 1980. "Beleidsmakers hadden toen de kans om energiezuinigere voertuigen te promoten, om zo de consument te beschermen tegen prijsstijgingen. Uiteindelijk kozen ze om als overheid niet in te grijpen, waardoor consumenten veel grotere auto's kochten", legt van der Hoeven uit.

Vandaag liggen de zaken anders, denkt ze. "De aanhoudende stijging van olieprijzen gedurende de laatste jaren is daarvoor verantwoordelijk. Zo heeft de Amerikaanse overheid, die traditioneel achterop liep bij energiehervormingen, tussen 2008 en 2013 wetgeving goedgekeurd om nieuwe voertuigen veel energiezuiniger te maken. In de toekomst wil de VS nog minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen."

Van der Hoeven benadrukt dat er desondanks een radicale koerswijziging nodig is. "Het huidige energieproductiesysteem werkt een globale verhoging van de gemiddelde temperatuur met 4 graden in de hand. Uit het jaarlijkse beoordelingsrapport van het IEA blijkt dat het gebruik van hernieuwbare energie de enige manier is om deze klimaatverandering af te remmen. Tot nu toe zijn er echter weinig inspanningen gebeurd", aldus de directeur.

Hoop

Toch gelooft Van der Hoeven dat er hoop is. Beleidsmakers hebben dankzij de daling van de olieprijzen kans om maatregelen te nemen die een jaar geleden onbespreekbaar waren. De directeur stelt twee concrete maatregelen voor.

Een eerste is het afschaffen van subsidies voor het gebruik van fossiele brandstoffen. Afgelopen jaar gaven overheden wereldwijd 448 miljard euro uit aan zulke subsidies. Het afschaffen hiervan zal op korte termijn een bittere pil betekenen voor bepaalde doelgroepen, maar volgens Van der Hoeven zal de maatregel worden verzacht door de lage olieprijzen.

Een tweede maatregel is het invoeren van belastingen op koolstofuitstoot en het uitbreiden van energiezuinige maatregelen. "Zulk beleid kan de aanzet geven tot het efficiëntere gebruik van energie en het promoten van duurzamere energievormen. Bovendien kunnen hogere brandstoftaksen het onderzoek naar schonere technologieën financieren. Een aantal studies suggereren dat zulke plannen een economisch voordeel kunnen opleveren."

Voor Van der Hoeven staat het in elk geval vast dat beleidsmakers niet stil mogen blijven zitten. "Dertig jaar geleden was de klimaatopwarming nauwelijks een zorg van politici wereldwijd. Vandaag weten we beter: politici moeten naar de lange termijn kijken. Ze hebben een unieke kans om nog iets te kunnen doen aan de klimaatverandering. Laten we hopen dat ze deze kans grijpen".



BRON:
IPS

Deel dit artikel