Wereldbank en IMF blijven worstelen met transparantie

De Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) zorgen nog steeds niet voor voldoende transparantie in landen die geplaagd worden door de ‘grondstoffenvloek’. Dat zeggen de waakhonden Global Witness en het Bank Information Centre. Het ontwikkelingseffect van grote mijnbouwprojecten is mede daardoor hoogst twijfelachtig.

Global Witness en het Bank Information Centre (BIC) voerden onlangs een onderzoek uit naar de manier waarop de Wereldbank en het IMF mijnbouwprojecten en oliewinning in ontwikkelingslanden financieren en ondersteunen. Het onderzoek werd uitgevoerd in 57 landen en sloeg op de periode van juni 2003 tot april 2008.

Uit het onderzoek bleek dat de twee instellingen in veel landen hebben bijgedragen tot transparantie, maar dat hun aanpak “niet consistent” en “niet omvattend genoeg” is. “De publicatie van de opbrengsten wordt vaak niet opgevraagd, afgesloten contracten worden niet openbaar gemaakt en het maatschappelijk middenveld komt onvoldoende aan bod”, zegt Corinna Gilfillan, hoofd van Global Witness U.S.

Grondstoffenvloek
Landen met veel fossiele en minerale grondstoffen hebben vaak te kampen met de zogenaamde 'grondstoffenvloek': de natuurlijke rijkdom van het land leidt tot corruptie, diefstal, wanbeheer en oorlog.

Internationale financiers als de Wereldbank en het IMF ondersteunen mijnbouwprojecten en de ontginning van olie- en gasvoorraden in ontwikkelingslanden op voorwaarde dat de winst de lokale gemeenschappen ten goede komt. Zo worden grondstoffen een instrument in de strijd tegen armoede (een doel van de Wereldbank) en een hulpmiddel in het realiseren van economische stabiliteit (een doel van het IMF). Transparantie en internationaal toezicht zijn daarvoor noodzakelijk.

Middenveld
Volgens het rapport staat het maatschappelijk middenveld in veel van de onderzochte landen heel zwak. Nochtans spelen burgerorganisaties een belangrijke rol. Ze kunnen de alarmbel luiden als contracten worden uitbesteed aan een te klein aantal kandidaten of als de regering de opbrengsten aan verkeerde doelen besteedt.

Slechts één vierde van de programma's van de Werelbank vermeldt het middenveld, terwijl het “overweldigend afwezig” is in IMF-overeenkomsten. Het BIC en Global Witness raden de instellingen aan meer te investeren in het oprichten van nieuwe maatschappelijke organisaties. Ze vinden dat de betrokkenheid van burgerorganisaties een projectvereiste moet worden en meteen ook kan gebruikt worden om de doeltreffendheid van projecten te beoordelen.

Pijpleiding Tsjaad-Kameroen
Een gebrek aan transparantie leidt tot grote investeringsrisico’s. In september 2008 besloot de Wereldbank alle steun stop te zetten aan de pijpleiding tussen Tsjaad en Kameroen. De regering van Tsjaad had de opbrengsten van oliewinning in het land gebruikt om haar leger te versterken in plaats van de winst te besteden aan de beloofde programma's voor armoedebestrijding. De pijpleiding was één van de grootste investeringen van de Bank in Afrika, goed voor 140 miljoen dollar. Het project gold als een testcase voor het gebruik van olieopbrengsten in de strijd tegen armoede.

Volgens het rapport wordt in heel Latijns Amerika bijna niets gedaan wordt om transparantie te bevorderen, terwijl in zwart Afrika 60% van alle gefinancierde projecten normen hanteren of technische hulp bieden die de transparantie doen toenemen. Die aanpak kent onder meer resultaat in Congo-Brazzaville: olie is er het fundament van de nationale economie geworden. Ook in de Democratische Republiek Congo hameren beide donoren volgens de onderzoekers “consistent” op de nood aan transparantie. De Wereldbank en IMF vragen maximale transparantie wat betreft de bestemming van olieopbrengsten en de rol van belangengroepen.

Het dubbele Congovoorbeeld toont aan dat de Wereldbank en IMF wel degelijk in staat zijn om grotere transparantie te creëren. Volgens het BIC en Global Witness kan deze werkwijze herhaald worden in andere landen met rijke grondstoffenvoorraden. Het engagement tot meer transparantie moet echter expliciet opgenomen worden in de projectvoorwaarden, besluit het rapport.

BRON:
http://www.ipsnews.be

Deel dit artikel