Yasuni: Honger naar het zwarte goud

Op 5 februari 2009  ondertekende president Correa een decreet om bepaalde olievelden in het Amazonegebied niet te exploiteren en prioriteit te geven aan de bescherming van een uitzonderlijk natuurgebied.

Voor een arm land geen evidente beslissing.  22 Europarlamentariërs steunden de moedige beslissing die de Ecuadoraanse regering had genomen. Er liep ook een briefactie waarmee organisaties binnen de civiele maatschapij hun steun betuigden aan president Correa.

11.11.11 ondersteunt de werking van de Ecuadoraanse partnerorganisaties Oilwatch en Accion Ecologica. Zij voeren in binnen- en buitenland campagne rond het Yasuní-initiatief.

In Europa richten 11.11.11, Broederlijk Delen, KWIA, VODO en het actiecomité Yasuní Green Gold hun acties op de Belgische regering en het Europees parlement.

Ecuador behoort tot de grootste petroleumproducenten van Latijns-Amerika. Aardolie is voor het land een belangrijk exportproduct, en levert een aanzienlijke bijdrage aan de staatskas.

Naar schatting zouden er zich tussen de 600 en 920 miljoen vaten ruwe olie bevinden in de velden van het gebied tussen Ishpingo, Tambococha en Tiputini (ITT-Block). Dat komt overeen met 20% van de totaal gekende petroleumvoorraden van Ecuador.

De exploitatie van deze velden zou de Ecuadoraanse schatkist in totaal 7 miljard dollar opleveren.

In een land waar nog ruim 60% van de bevolking in armoede leeft, kan de regering dit geld eigenlijk niet missen. Ze gaat dus op zoek naar internationale compensatie voor de inkomsten die de staat misloopt door de aardolie in de grond te laten zitten. Een hele uitdaging, zeker in tijden van financiële crisis.

Een broos evenwicht

Maar de regering kan de schade die de petroleumexploitatie reeds aanrichtte aan het tropisch woud niet negeren. De chemische producten die petroleummaatchappijen gebruikt bij het oppompen van aardolie vernielen het broze evenwicht in het Amazonegebied, en een groot deel van het sterk bevuilde opgepompte grondwater komt gewoon in de rivieren terecht.

Maar misschien wel een belangrijker oorzaak van schade aan het Amazonegebied is het indirecte effect van wegenbouw. Via wegen voor exploratie en transport naar de petroleumvelden dringen houtkappers en kolonisten tot diep in het woud. 

In het noordelijk deel van het Ecuadoraans Amazonegebied, waar in de jaren '70 veel petroleum ontgonnen werd, zijn op die manier honderdduizenden hectaren bos gekapt en ingenomen door graasland en gewassen. 

En de exploratie naar en ontginning van petroleum breidt zich steeds verder uit naar het zuidelijke en oostelijke deel van het Ecuadoraans Amazonegebied. Zelfs erkende natuurgebieden en reservaten voor inheemse volkeren blijven niet gespaard van de honger naar het zwarte goud.

Bescherming van natuur en cultuur

Het Nationaal Park Yasuní, gelegen in het oosten van het Ecuadoraans Amazonegebied, is het grootste natuurpark van Ecuador. Het strekt zich uit over een oppervlakte van 982 000 hectaren en beschikt over een uitzonderlijke biodiversiteit. Bijzonder aan dit natuurpark is dat het verschillende dierensoorten en plantenvariëteiten herbergt die nergens anders in het Amazonewoud voorkomen. Bepaalde wetenschappers verklaren dit door de specifieke ligging, waardoor het park een betere bescherming bood tijdens de ijstijden en bepaalde soorten enkel daar overleefden.

In het gebied wonen voornamelijk Waorani-indianen en er zouden ook twee stammen verblijven die nog nauwelijks in contact zijn geweest met de buitenwereld ((Tagaeri- en Taromenane-indianen). Om hun traditionele levenwijze te beschermen werd er in 1999 een speciale zone afgebakend in het Nationaal Park Yasuní, de 'zone intangible'. In zo'n speciaal beschermd gebied mogen vanwege de uitzonderlijke biologische en culturele waarde geen extractieve of industriële activiteiten plaatsvinden.

Naast het Yasunípark ligt het Territorium Huaorani. Dit gebied moet bescherming bieden aan de Huaorani-indianen, de grootste inheemse groep in het Ecuadoraans Amazonegebied. In het Territorium is de exploitatie van petroleum, mijnbouw en hout wel toegestaan en behoudt de staat het recht om daarover te beslissen.

De UNESCO erkende beide gebieden samen als mondiaal biosfeer-reservaat, waar men strikt toekijkt op het behoud van het ecosysteem. De gebieden vallen dus onder het beheer van verschillende instanties. Daardoor is het planmatig beheer van het biosfeer-reservaat een bijna onontwarbaar kluwen. Het maakt de discussie en de besluitvorming over het gebruik van de natuurlijke rijkdommen en de rechten van de inheemse bevolking tot moeilijke en tijdrovende processen.

Yasuní-dossier in stroomversnelling

In 1997 al lanceerden enkele milieuorganisaties en ngo's het voorstel om de petroleum in het ITT-block van het Yasunípark niet te ontginnen. De milieubeweging won heel wat aan publieke erkenning en bekendheid dankzij de geslaagde campagne tegen Texaco.

Het bedrijf richtte een ecologische ravage aan tijdens haar aanwezigheid in Ecuador van 1969 tot 1992, en moest hiervoor een aanzienlijke schadevergoeding betalen. Daardoor kon de milieubeweging iets gemakkelijker dan in de meeste andere olieproducerende landen een voorstel voorleggen dat niet meteen afgeschoten zou worden. 

Toch duurde het nog bijna tien jaar voor de regering overwoog om de aanzienlijke petroleumvoorraden in het ITT-block niet te ontginnen en naar alternatieve formules te zoeken. De verkiezingsoverwinning van Correa in december 2006 en de aanstelling van enkele milieuactivisten in overheidsinstanties, bracht het Yasuní-dossier in een stroomversnelling.

Bijna onmiddellijk na haar installatie begon de nieuwe regering aan de uitwerking van een project dat een financiële compensatie moet verzekeren voor de misgelopen staatsinkomsten van 7 miljard dollar. Maar ze hield wel een stok achter de deur. Ze stelde een deadline voor het vinden van die financiële compensatie. Tot drie keer toe verlengde de regering de termijn. Ondertussen stonden de exploitatiebedrijven klaar om van start te gaan als de deadline zou verstrijken.
Nu hakte de regering de knoop definitief door. De gebieden blijven vrijwaard van exploitatie. Het Yasuní-initiatief heeft nu onbeperkt de tijd om zich technisch en juridisch te ontwikkelen.

Op zoek naar een werkbare oplossing

De Ecuadoraanse regering beloofde de helft van de 7 miljard dollar aan geschatte petroleuminkomsten op haar eigen begroting in te schrijven. Ze beschouwt dit bedrag als een bijdrage voor natuurbehoud en duurzame ontwikkeling. Voor de financiering van de overige 3,5 miljard dollar kijkt ze -terecht- naar de internationale gemeenschap.

Momenteel ligt een voorstel op tafel voor een systeem van Yasunícertificaten. Elk certificaat staat daarbij voor een vat petroleum dat in de ondergrond blijft zitten en kost 3,5 dollar. Zowel regeringen, bedrijven als particulieren zouden de certificaten kunnen kopen.

Om de certificaten aan de man te brengen bekijkt Ecuador verschillende pistes, die niet allemaal op steun van de Europese regeringen kunnen rekenen (zie kader). Er is nog een lange weg te gaan naar een werkbare oplossing die tegemoetkomt aan de verwachtingen van zowel de Ecuadoraanse regering, de inheemse volkeren als de milieuactivisten. Het is nu aan Europa en de internationale gemeenschap om actief op zoek te gaan naar een technisch en economisch haalbare oplossing. Een eerste, belangrijke stap is alvast gezet.

De Ecuadoraanse regering is op zoek naar 3.5 miljard dollar aan gederfde staatsinkomsten. Een piste die ze momenteel onderzoekt is de erkenning van de Yasunícertificaten als emissiereductierechten, omdat ze een daling van CO2-uitstoot zouden inhouden.

Dat voorstel ligt echter onder vuur omdat het het systeem van emissiereductie zou ondermijnen. De Belgische minister van Milieu liet alvast verstaan niet akkoord te gaan met zo'n gang van zaken. Een houding die de meeste Europese regeringen waarschijnlijk zullen aannemen.

Koen Warmenbol
Coördinator Gemeenschappelijke Strategische kaders

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels