11.11.11 evalueert EU-maatregelen tegen belastingontwijking en -ontduiking

Pierre Moscovici, Eurocommissaris voor  Belastingen, Economische Zaken en Financiën stelt de nieuwe maatregelen voor.

'De dagen van multinationals die denken aan hun belastingen te kunnen ontsnappen zijn geteld', toeterde de EU-commissaris tijdens de persvoorstelling van een nieuw luik binnen de Europese strategie tegen belastingontwijking en –ontduiking. Sinds de Luxleaks-affaire leerde hoe Europese multinationals erin slagen hun belastingen tot quasi nul te reduceren, is de strijd tegen belastingontwijking en –ontduiking een prioriteit voor de Europese Commissie. 11.11.11 evalueert.

Een eerste doelstelling van de Commissie is om richting te geven aan de implementatie van de afspraken die eerder binnen de OESO zijn gemaakt om agressieve fiscale planning door multinationals tegen te gaan (het zogemaande BEPS-plan of Base Erosion and Profit Shifting). Daarmee wil de Commissie vermijden dat elke lidstaat op eigen houtje maatregelen uitwerkt. Dat zou tot een regelgevend kluwen leiden waar niemand nog wijs uit raakt én veel ruimte laat voor zogenaamde fiscale optimalisatie.

Zo stelt de Commissie voor werk te maken van een 'land-per-land rapportering' voor bedrijven zodat duidelijk wordt waar een onderneming winst maakt en waar belastingen worden betaald.

Dat kan een zeer effectief middel zijn tegen belastingontwijking. Echter, het voorstel maakt dergelijke rapportage enkel verplicht voor ondernemingen met een jaarlijkse zakencijfer boven 750 miljoen euro. Dat betekent dat 85 tot 90% van de multinationals ontsnapt aan de verplichting. Bovendien zullen de gegevens enkel beschikbaar zijn voor belastingadministraties. Transparantie betekent echter ook beschikbaar voor journalisten, aandeelhouders, kritische burgers (en ngo's).

Ook het Europees Parlement vraagt dat de gegevens gewoon bij het jaarverslag zouden gepubliceerd worden. Zowel commissaris Moscovici als Vestager verklaarden zich overigens voorstander van publieke informatie maar worden daarin vooralsnog niet gevolgd door de lidstaten.

Kaas met gaten?

Het voorstel bevat verder een aantal vrij technische ingrepen. Die hebben als doel om de meest flagrante lekken in het systeem te dichten, maar blijken bij nader onderzoek vaak onvoldoende. Een overzicht van de belangrijkste gaten:

  1. Het beperken van de mogelijkheden voor de 'aftrekbaarheid van interestbetalingen'. Multinationals maken vaak gebruik van leningen tussen filialen van de groep om winsten te verschuiven. Een vesting in een land met lage belastingen leent een fors bedrag aan zusteronderneming in een land met hoge belastingen. Daarop betaalt dat zusterbedrijf interesten die het van de belastbare winst kan aftrekken.

    De Commissie wil die praktijk aan banden leggen door beperkingen op te leggen aan aftrekbare interestbetalingen (tussen 10 en 30% van 'inkomsten voor aftrek van interest, belasting en afschrijvingen'). Die drempel geeft multinationals nog veel bewegingsruimte om winsten belastingvrij te verschuiven, zoals bleek uit eerdere simulaties.

  2. De invoering van regels voor zogenaamde 'Controlled Foreign Corporations'. Daarmee wil de Commissie voorkomen dat inkomsten worden doorgesluisd naar brievenbusvennootschappen in belastingparadijzen. Op zich zijn zulke regels een positieve stap, maar alles hang af de manier waarop ze worden ontworpen.

    De manier waarop de Commissie dit aanpakt zet de deur open voor een verdere 'race to the bottom'. De voorgestelde antimisbruikregels zouden immers enkel gelden wanneer het land waarnaar winst versluisd wordt een effectieve belastingvoet heeft die 40% lager is dan de belastingvoet in de lidstaat.

    Dat kan een perverse stimulans creëren waarbij Europese landen hun belastingtarieven verlagen om multinationals toe te laten aan de regels te ontsnappen. Dat is niet ondenkbaar, want eerder verlaagde het Verenigd Koninkrijk al haar belastingtarieven als reactie op hervormingen binnen de OESO.

  3. De zogenaamde 'exit tax' die het bedrijven moeilijker wil maken snel te verhuizen wanneer de belastingfactuur eraan komt. Opnieuw laat de Commissie veel ruimte om die maatregel te omzeilen. Dat kan via zogenaamde 'inversions'. Daarbij verschuift het moederbedrijf op papier van de Europese vesting naar een land buiten de EU. Eenzelfde trucje is al enige tijd aan de gang in de Verenigde Staten sinds de regering Obama een soortgelijke maatregel introduceerde.

Ontbrekende schakels

Op zich is het positief dat de Commissie eindelijk het laken naar zich toetrekt nadat is gebleken dat heel wat lidstaten achter fiscale concurrentie blijven staan. Uit affaires zoals Luxleaks hebben we duidelijk geleerd dat wetgevende initiatieven op internationaal en Europees niveau nodig zijn om de 'race to the bottom' te stoppen.

Niettemin is het Commissie-voorstel slechts een eerste stap. Rond fiscaliteit is unanimiteit van alle lidstaten nodig. Het beloven dus nog pittige onderhandelingen te worden. We hopen dat onze regering zich daarin constructief opstelt en haar reserves tegenover fiscale harmonisering in de EU laat varen.

Tegelijk blijft er nog heel wat werk op de plank liggen. Zo bevat het voorstel niets over de gunstmaatregelen voor inkomsten uit intellectuele eigendommen (de zogenaamde 'patent boxes'). Daarvan zegt de OESO dat het 'slecht beleid' is omdat ze meer voor fiscale ontwijking zorgen dan voor innovatie.

Daarnaast moet dringend het debat over meer fundamentele hervormingen gevoerd worden. De Commissie hield nog maar net een consultatie rond de Common Consolidated Corporate Tax Base (CCCTB). Op wetgevend werk ter zake is het nog wachten.

Impact op ontwikkelingslanden

Ook de impact van belastingontwijking op ontwikkelingslanden is de grote afwezige. De Commissie zegt bewust te zijn van mogelijke schadelijke effecten van nationale fiscale maatregelen op ontwikkelingslanden.

Eerder maakten we een uitgebreide inventaris van die schadelijke effecten in een dossier dat we samen met een 20-tal andere ngo's publiceerden. Het voorstel van de Commissie blijft beperkt tot een 'dialoog' om te bekijken hoe belastingverdragen ontwikkelingsvriendelijker gemaakt kunnen worden.

Jan Van de Poel

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels