25 jaar na Sabra en Shatila: Palestijnse vluchtelingen blijven onbeschermd

Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen zijn bijzonder verontrust over de situatie van de Palestijnse vluchtelingen in Libanon. De massamoord in Sabra en Shatila in 1982, de erbarmelijke status van Palestijnse vluchtelingen in Libanon en de recente belegering van het vluchtelingenkamp Nahr al-Bared, kunnen niet van elkaar worden losgekoppeld. Ze zijn het gevolg van het onvermogen van de internationale gemeenschap om Palestijnse vluchtelingen, 60 jaar na hun exodus, te beschermen.

Van 16 tot 18 september 1982 pleegden de Falangisten, een christelijke Libanese militie, slachtpartijen in de vluchtelingenkampen van Sabra en Shatila om de moord op hun leider Bashir Gemayel te wreken. Dit gebeurde met medeweten van het Israëlische leger dat het kamp had omsingeld. Hoewel schattingen erg variëren, wordt het aantal doden op meer dan 3.000 geschat. De betrokkenheid van het Israëlische leger was onweerlegbaar, zoals ook de Israëlische onderzoekscommissie Kahan aangaf met haar aanbeveling om toenmalig minister van defensie Ariel Sharon te ontslaan omwille van zijn ‘persoonlijke verantwoordelijkheid.’

De situatie van Palestijnse vluchtelingen in Libanon is echter altijd problematisch geweest, aangezien de Libanese staat hen steeds op systematische wijze discrimineerde. Bovendien weigerde de internationale gemeenschap om het vluchtelingenprobleem op te lossen op basis van het internationaal recht. Palestijnse vluchtelingen zijn het slachtoffer van deze weigering om de kern van het probleem aan te kaarten, namelijk Israëls onwil om zijn verantwoordelijkheid voor het vluchtelingenprobleem op te nemen.

Ook de recente gebeurtenissen in het kamp Nahr el-Bared zijn het gevolg van deze aanhoudende crisis waarbij Palestijnse vluchtelingen aan hun lot worden overgelaten. Gedurende drie maanden vochten de extremistische groepering Fatah al-islam en het Libanese leger een strijd uit in het kamp Nahr el-Bared en werden de bewoners aan extreem geweld blootgesteld. Vele bewoners ontvluchtten het kamp en zijn nu voor de zoveelste maal ontheemd. Analist Matthew Cassel stelt dat zij waarschijnlijk de enige mensen ter wereld zijn die het recht op terugkeer naar een vluchtelingenkamp vragen.

Volgens onze partnerorganisatie BADIL hadden de gebeurtenissen in Nahr al-Bared niet zo een dramatische wending gekend mocht de internationale gemeenschap haar verantwoordelijkheid gedurende al die decennia niet ontlopen hebben. Directrice Ingrid Jaradat stelt dat het basisprobleem het gebrek aan beschermingsmechanismen voor Palestijnse vluchtelingen is. ‘Sabra en Shatila zijn hier een gevolg van, maar ook Nahr al-Bared, en zelfs de situatie van de Palestijnse vluchtelingen in Irak. Er zijn zeven miljoen Palestijnse vluchtelingen. Zij wachten nog steeds, bijna 60 jaar na hun verdrijving, op hun recht op terugkeer. De internationale gemeenschap weigert Israël echter te betrekken in een oplossing voor het vluchtelingenprobleem.’

Dit probleem zou hoog op de agenda van de internationale conferentie in november moeten staan. ‘Die kans is echter klein’, zegt Jaradat. ‘Het internationaal recht wordt verwaarloosd. De regeringsleiders streven naar een leefbare staat, en zoeken een oplossing die niet op rechten is gebaseerd, om Israël niet voor het hoofd te stoten. Er kan slechts een oplossing voor dit conflict komen als de wortel van het probleem wordt aangepakt, het niet-aansprakelijk stellen van Israël. De internationale gemeenschap moet lessen trekken uit het gefaalde Oslo-vredesproces dat het internationaal recht marginaliseerde. Hoe kan er vrede komen als Israël voort kan gaan met zijn annexatiebeleid en het vluchtelingenprobleem negeert?

Broederlijk Delen DOOR:

Deel dit artikel