53% van de waarde van de Vlaamse wapenexport in 2006 gaat naar de VS

Vanmiddag bespreekt de subcommissie wapenhandel het halfjaarlijks wapenrapport van de Vlaamse overheid. Voor Vredesactie vallen drie zaken bijzonder op: meer dan de helft van onze wapens gaat naar de VS, er werden 6 invoervergunnigen vanuit Israël goedgekeurd, en van 60% van de vergunningen kennen we de echte eindgebruiker vermoedelijk niet, vermits de eindgebruiker in de rapporten staat aangegeven als “industrie”. Naar we hopen is die industrie niet de echte eindgebruiker - met uitzondering van de veiligheidsindustrie - want anders moeten we de term militair-industrieel complex wel heel erg letterlijk beginnen nemen ...


1.

In waarde uitgedrukt was de VS in het eerste halfjaar van 2006 het allerbelangrijkste land van bestemming volgens dit halfjaarrapport. Meer dan de helft van de waarde (meer dan 72 miljoen Euro van in totaal bijna 135 miljoen Euro) gaat naar de VS. De uitvoer naar de VS is een duidelijke schending van de Europese Gedragscode die opgenomen is in de Belgische wetgeving: "De lidstaten verlenen geen uitvoervergunning wanneer er een duidelijk risico bestaat dat het beoogde ontvangende land het bedoelde materieel voor agressie jegens een ander land gebruikt (...)". In de National Security Strategy van de VS wordt de optie 'preemptive action' voorzien. Zonder mandaat van de VN-veiligheidsraad is dit agressie. De VS heeft de laatste jaren duidelijk gemaakt dat ze dit zonder meer in praktijk brengt. Waarom geldt de Europese Gedragscode niet voor uitvoer naar de VS? (Vredesactie deed een bescheiden onderzoek naar de door de VS ingezette wapens in de oorlog tegen Irak en Afghanistan. Ook Vlaamse wapensystemen worden hier gebruikt: onderdelen voor rupsbanden van Varec, robuuste beeldschermen en grafische ‘controllers’ van Barco voor de US NAVY Surface Search Radaren, ... Dit soort radars vormde een essentieel onderdeel voor de oorlog van de VS tegen Irak, onontbeerlijk voor het detecteren van doelen in Irak.)

2.

6 invoervergunningen vanuit Israël naar België: als er in principe geen uitvoer is van wapens naar Israël, waarom worden dan wel vergunningen toegelaten voor invoer vanuit Israël? Immers, door de handel met de Israëlische wapenindustrie, wordt deze wapenindustrie versterkt. De wapenindustrie in Israël heeft een exportmarkt nodig om de ontwikkelingskosten van haar wapens betaalbaar te maken (de Israëlische markt op zich is te klein om de ontwikkelingskosten te laten renderen).

3.

60% van de vergunningen in het eerste halfjaar van 2006 heeft de industrie als eindgebruiker. (In waarde uitgedrukt is het percentage nog veel groter, tussen januari '05 en augustus '06 had 90% van de waarde van de vergunningen als eindgebruiker industrie of defensiegerelateerde industrie). De industrie is natuurlijk praktisch nooit de echte eindgebruiker. De industrie gebruikt de onderdelen voor inbouw in grotere wapensystemen die ze op zijn beurt uitvoert naar de echte eindgebruiker. Kent Vlaanderen de echte eindgebruikers van 60% van de vergunningen, of sluit het zijn ogen hiervoor? Vragen de eindgebruikers opnieuw toestemming aan Vlaanderen voor heruitvoer van deze producten, zoals de verplichte eindgebruikerscertificaten vereisen?

Deel dit artikel