Aanbevelingen met betrekking tot de impact van olie, mijnbouw en houtnijverheid

OP ZOEK NAAR OPLOSSINGEN

Aanbevelingen door de leden van organisaties uit de civiele maatschappij aan regeringen, Internationale Financiële instellingen en de Verenigde Naties met betrekking tot de impact van olie, mijnbouw en houtnijverheid op ontwikkeling. Geformuleerd op het Wereld Sociaal Forum, Nairobi, 23 januari 2007 door CIDSE en haar partnerorganisaties over de hele wereld.

Wij, ondergetekende leden van de organisaties uit de civiele maatschappij geloven dat de natuurlijke rijkdommen van een land behoren aan de inwoners en dat deze moeten worden gebruikt in het belang van de bevolking. Deze natuurlijke rijkdommen zijn door God geschonken en moeten ten goede komen aan alle mensen op aarde én aan de komende generaties.
We maken ons zorgen dat lokale bevolkingsgroepen die in omgevingen wonen waar natuurlijke rijkdommen zoals olie, gas, mijnbouwproducten en hout worden ontgonnen, ipv voordeel te ondervinden aan deze exploitatie steeds armer worden. We merken dat ze te lijden hebben onder verlies van levensonderhoud, gewelddadige conflicten, aanhoudende schendingen van mensenrechten, milieuverontreiniging en corruptie, met zeer nadelige gevolgen vooral voor vrouwen. De strijd om de schaarse natuurlijke rijkdommen bedreigt de veiligheid van de mensheid wereldwijd.

 

WIJ VRAGEN DAAROM AAN DE REGERINGEN: 

    * Een duidelijk beleid en een wettelijk kader te ontwikkelen en toe te zien op de naleving hiervan zodat extractieve industrieën effectief kunnen worden gecontroleerd. Dit beleid en deze wetgeving moeten rekening houden met de internationale mensenrechten en milieunormen, evenals het Internationaal Verdrag inzake Civiele en Politieke rechten, de Internationale Conventie inzake Sociale, Economische en Culturele rechten, het Verdrag inzake de Eliminatie van alle vormen van Discriminatie tegen Vrouwen, de Waarborg van de mensenrechten van Inheemse Volkeren en de Basisarbeidsrechten van het ILO.


    * Bedrijven aansprakelijk te stellen voor hun extractieve activiteiten, waar ter wereld ze ook werkzaam zijn;


    * Onafhankelijke studies te laten uitvoeren over de impact op milieu, sociale omgeving en mensenrechten en om de resultaten hiervan de publiceren in een vroeg stadium en in rapporten die toegankelijk en begrijpbaar zijn voor de getroffen bevolking. Deze impactstudies moeten de basis vormen voor een geïnformeerde beslissing van de belanghebbenden bij de beoordeling of deze extractieve projecten al dan niet in het belang zijn van de plaatselijke bevolking.


 

We roepen vooral de regeringen in het Zuiden op om:

    * In de wettelijke bepalingen een waarborg te voorzien die daadwerkelijke participatie van de lokale gemeenschappen tijdens alle fases van de extractieve projecten garandeert;


    * Alleen licenties toe te kennen voor extractieve industriële activiteiten als er een vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming is van de plaatselijke gemeenschap;


    * De heronderhandeling van contracten toe te staan als deze niet in het belang zijn van de betrokken gemeenschappen;


    * De transparantie met betrekking tot het beheren van de inkomsten verbeteren door het ondertekenen van het EITI, het Extractive Industries Transparency Initiative en een eerlijke en evenredige verdeling van deze inkomsten zodat deze kunnen bijdragen tot het terugdringen van de armoede.


    * Onmiddellijk een einde te stellen aan het intimideren en het lastigvallen van individuen die strijden tegen corruptie, mensenrechtenschendingen en milieuverontreiniging bij de exploitatie van natuurlijke grondstoffen.


 

We roepen vooral de regeringen in het Noorden op om:

    * Mechanismen toe te passen die nodig zijn voor het veranderen van het consumptiepatroon van hun bevolking en het duurzaam gebruik van energie en andere natuurlijke rijkdommen te promoten;


    * Exportkredieten en investeringswaarborgen te weigeren aan die bedrijven die niet beantwoorden aan de hoogste international aanvaarde normen inzake OECD richtlijnen voor multinationals, de ILO Basisarbeidsnormen en de EITI rapporteringscriteria.


 

Aan de multinationals en andere ondernemingen om:

    * Hun contracten met de gastregeringen te respecteren, die moeten beantwoorden aan de nationale wetten en de internationale mensenrechten en milieunormen, die hierboven meer in detail worden vermeld;


    * De vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming van de inheemse bevolking en de lokale gemeenschappen te verkrijgen en het recht van deze gemeenschappen om ‘neen’ te zeggen tegen projecten die voor hen niet opportuun zijn, te respecteren. Zo’n vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming moet een voorwaarde zijn bij welk contract ook dat door de gastregering wordt ondertekend;


    * De EITI criteria te ondertekenen en de publicatie ervan te garanderen van alle betalingen en contracten die door de regering worden gedaan of ondertekend;


    * Ervoor te zorgen dat hun werkzaamheden geen conflicten veroorzaken of aanwakkeren. Waar dit toch het geval is, ervoor zorgen dat de werkzaamheden tijdelijk worden onderbreken totdat het conflict is opgelost tot tevredenheid van alle betrokken partijen.


 

Aan Internationale Financiële Instellingen om:

    * Een einde te maken aan hun beleid van uitverkoops-liberalisering en privatisering van de extractieve sector. Internationale Financiële Instellingen zoals het Internationaal Monetair Fonds, de Wereldbank en de Regionale Ontwikkelingsbanken zouden de bijzondere omstandigheden van ieder land moeten in overweging nemen en het recht respecteren van de bevolking van die landen om hun eigen ontwikkeling te bepalen;


    * Aan te dringen op verplichte en onafhankelijke monitoring van projecten waarbij de volwaardige participatie van de civiele maatschappij wordt erkend.


    * Een moratorium te respecteren voor het financieren van extractieve projecten om de kosten en baten van de extractieve industrie te kunnen evalueren, rekening houdend met de impact op economie, samenleving en milieu (inclusief het verlies van biodiversiteit en klimaatverandering);

In het bijzonder de Wereldbank zou de implementatie moeten afdwingen van de oorspronkelijke aanbeveling van -het EIR- (Extractive Industries Review) rapport te ondertekenen dat onder andere de noodzaak vermeldt van het verkrijgen van de vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming van de lokale bevolking.


 

Aan de Verenigde Naties:

    * Wij roepen de Speciale Vertegenwoordiger van het Secretariaat Generaal voor Zaken en Mensenrechten bij de Verenigde Naties op om een effectief en verplicht mensenrechtenkader te ontwikkelen voor Multinationals en andere ondernemingen dat het mogelijk maakt om zware gevallen van overtreding te sanctioneren.


    * Wij vragen aan de Algemene Vergadering en aan alle VN-lidstaten om de goedkeuring van de Ontwerp- Verklaring inzake de rechten van inheemse volkeren te ondersteunen, inclusief hun recht op vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming en om dit recht uit te breiden naar alle getroffen locale gemeenschappen.


Bij het formuleren van deze eisen aan de hierboven vermelde belanghebbenden, en bij het opstellen van strategieën en mechanismen om hen aansprakelijk te stellen voor de hoogste normen, willen we hier ook benadrukken dat wijzelf (CIDSE en andere organisaties uit de Civiele Maatschappij) constant onze ontwikkelingsparadigma’s bijstellen en dat we vast van plan zijn om onze gedragspatronen te veranderen als deze een optimale menselijke ontwikkeling in de weg staan, of als ze in strijd zijn met ons engagement voor  mensenrechten, menselijke waardigheid, duurzame vrede en solidariteit.

Deel dit artikel