Afghanistan of Tsjaad? 'Humanitaire militaire interventie' faalt.

Afgelopen week werd hevig gedebatteerd over de beslissing van de regering om gevechtsvliegtuigen naar Afghanistan te sturen. Vredesactie hoopt dat nu ook de strategie van 'humanitaire militaire interventies' zelf ter discussie gesteld wordt. De vraag of het instrument 'militaire interventie' wel geschikt is om humanitaire probleemsituaties of gewelddadige conflicten aan te pakken wordt immers nauwelijks gesteld.


Tot voor kort leek de Belgische politiek een pensée unique te kennen rond het nut van humanitaire militaire interventies. Het debat over de beslissing om F-16's naar Afghanistan te sturen lijkt hierin een beetje verandering te brengen. Nochtans is deze beslissing een logische stap in de door de NAVO gevolgde militaire strategie. Een militaire strategie die volgens Vredesactie nefast is. Het instrument 'militaire interventie' is een veel te botte bijl om humanitaire probleemsituaties ten gevolge van gewelddadige conflicten of deze conflicten zelf aan te pakken. De gebruiker van dit instrument wordt altijd een deel van het conflict. Vredesactie hoopt dat nu ook de strategie van humanitaire militair interventies zelf ter discussie gesteld wordt en niet enkel het feit of Belgische militairen daarin enkel veilige rollen mogen opnemen of ook gevaarlijke.

"Humanitaire militaire interventie"

De doelstelling van een humanitaire militaire interventie is het stoppen van geweld. Dit geweld is geen natuurverschijnsel maar een gevolg van politieke conflicten. Met militaire middelen stopt men het geweld en schept men ruimte voor het werken aan een politieke oplossing. Maar klopt dit met de realiteit? Schept een militaire interventie de condities voor een vredesproces of werpt ze net meer obstakels op?

Bij een militaire interventie neemt het belang van gewapende groepen in een conflict toe. Ze verscherpt de tegenstellingen in het conflict en verkleint de ruimte voor een politieke uitweg. Door een militaire interventie wordt men een partij in het conflict en belanden we bij een open oorlog of guerrillabestrijding. Op deze manier leidt een interventie misschien wel tot een militaire overwinning maar polariseert het conflict en is een politieke oplossing soms verder af dan tevoren.

Het afdwingen van vrede tegen de wil van één of meerdere partijen in een conflict, blijkt een dubieuze affaire. Waar bij de vroegere peacekeeping-opdrachten neutraliteit een belangrijk kenmerk was, is de invulling hiervan sterk veranderd. Bij traditionele peacekeeping-opdrachten (toezien op de naleving van een bestand, waarnemersopdrachten, inzamelen van wapens, …) vormt de toestemming van de partijen in het conflict een essentieel onderdeel. Zonder deze toestemming is een neutrale rol niet mogelijk. Het wegvallen van de toestemming impliceert de terugtrekking. Aan een dergelijke peacekeeping-opdracht gaat een politiek proces vooraf, het onderhandelen van een vredesakkoord of een wapenstilstand, waardoor de buitenlandse interventie een onderdeel wordt van het lokale vredesproces. Dit maakt dat deze peacekeeping-opdrachten niet noodzakelijk militaire opdrachten zijn maar ook door civiele instanties kunnen worden uitgevoerd. (Helaas is de enige instantie die op dit moment hiervoor uitgebouwd is het leger.)

Peace enforcement

Bij de huidige militaire interventies is de nadruk verschoven naar 'peace enforcement' of het militair afdwingen van vrede. Van enig vredesproces hoeft daarbij geen sprake te zijn. De militaire doctrines blijven spreken van neutraliteit maar geven het een heel andere betekenis, nl onpartijdigheid. Men stelt met internationale maatstaven te werken en die vervolgens onpartijdig toe te passen op de lokale situatie. Dit geeft het interveniërende leger echter een heel andere politieke rol die allesbehalve neutraal is. Het interveniërende leger wordt daarmee één van de partijen in het conflict.

In de praktijk blijkt peace enforcement vaak neer te komen op een kant kiezen, voor of tegen één van de partijen in het conflict. Een conflict wordt voorgesteld als een gevecht met een kwade partij (Servië, de Taliban, de Janjaweed) die een goede maar zwakkere partij terroriseert. Dit soort gemoraliseer is misschien bruikbaar om een militaire interventie te verantwoorden maar niet om een conflict op te lossen. In werkelijkheid gaat het vaak om een burgeroorlog met vele partijen die elk hun eigen belangen hebben. De oorlogsvoerende partijen gaan vaak allen even wreed te werk en wanneer de zwakke partij door buitenlandse hulp de rollen weet om te keren gaat dit vaak met evenveel bloedvergieten gepaard. Onschuldige slachtoffers zijn individuen te vinden aan alle zijden van het conflict, net als schuldige slachtoffers trouwens.

En Afghanistan?

Een militaire interventie kan leiden tot een militaire patstelling maar polariseert het conflict verder waardoor een politieke oplossing vaak verder af is dan tevoren. Dit zien we nu in Afghanistan. De Taliban zijn geen lieverdjes, maar de oude krijgsleiders die allerlei overheidsfuncties gekregen hebben, zijn geen haar beter. De NAVO kan enkel een militaire patstelling in stand houden. Ze houden de Taliban van de macht zonder ze te kunnen verslagen. De humanitaire retoriek kan nog moeilijk verbergen dat de militaire oplossing geen uitweg biedt. De NAVO wil geen gezichtsverlies lijden en gaat voort op het oorlogspad. Het sturen van Belgische F-16's versterkt dit doodlopend spoor. Maar dat was onze eerdere deelname aan deze oorlog ook al. De bewaking van de luchthaven in Kaboel dient de oorlogsinspanningen van andere landen. Met heropbouw had dit niets te maken.

En Tsjaad?

Hetzelfde probleem stelt zich ook in Tsjaad. Die wordt vandaag voorgesteld als de missie waar onze humanitaire ambities wel tot hun recht zullen komen, want onze troepen gaan vluchtelingen beschermen. Dit gebeurt echter niet in een politiek vacüum. Plots blijken we een oude militaire dictator in het zadel te moeten houden tegen andere groepen in een machtsstrijd om controle over economische bronnen zoals olie. Frankrijk, dat het initiatief nam voor deze operatie, doet dit al jaren en de huidige EU-operatie geeft deze neo-koloniale politiek meer legitimiteit.

Het instrument militaire interventie faalt.

In Afghanistan lopen we onder NAVO-vlag mee in de Amerikaanse oorlogspolitiek. In Tsjaad lopen we onder EU-vlag mee met de Franse neokoloniale politiek. Onze politici willen dat België een belangrijke internationale rol speelt en daarom doen we mee. Als een lakei die op een goed blaadje bij de groten wil komen. In de hoop mee van de kruimels in dit geopolitieke spel te kunnen genieten. Of om mooie internationale carrières te garanderen voor politici die aan het eind van hun nationale carrière zijn. De prijs voor een Nederlander aan het hoofd van de NAVO bedroeg tot nu toe 14 dode soldaten, burgerslachtoffers worden niet geteld. Met humanitaire doelstellingen heeft dit weinig te maken.

Vredesactie stelt dat militaire interventies meer problemen creëren dan ze oplossen. Het geld dat in de uitbouw van een militair apparaat wordt gestoken, is veel hoger dan wat er aan ontwikkelingshulp wordt uitgegeven. Wil men echt iets aan humanitaire noodsituaties doen, dan moeten we niet discussieren over waar we best onze militairen naartoe sturen, maar resoluut kiezen voor een fundamenteel ander veiligheidsbeleid.

Een volgende kans daartoe is het debat over de toekomst van de NAVO. Begin april komen de NAVO-leiders in Boekarest samen. Mogelijk stellen ze het Strategisch Concept van de NAVO in herziening, een basisdocument dat de krijtlijnen uittekent van de militaire strategie. Welk standpunt zullen onze Belgische beleidsmensen innemen in de daaropvolgende discussie? Enig debat hierover is in het parlement niet de bespeuren maar wel dringend nodig.

Op 22 maart, met de internationale actiedag 'NATO GAME OVER' zullen Vredesactie en de Bomspotters alvast duidelijk maken dat dit het moment is om te starten met de afbouw van de NAVO. Wij hebben geen nood aan een machine voor wereldwijde militair interventies.

Meer op www.vredesactie.be

Deel dit artikel