Antwoord aan Derk Jan Eppink: 'Pijnlijk gebrek aan kennis van zaken'

bogdan_100Derk Jan Eppink haalde gisteren hard uit naar 11.11.11 (Ontwikkelingshulp helpt niet - De Standaard 06/11/'09). Ontwikkelingshulp zou alleen de ngo's zelf ten goede komen.
Bogdan Vanden Berghe, algemeen secretaris van 11.11.11, ontwart het kluwen van zijn ‘zielig' verhaal in onderstaand opiniestuk.


Lees ook:

Geen profileringsdrang ten koste van 11.11.11

De 11.11.11-campagne komt eraan. Dankzij het werk van duizenden vrijwilligers krijgt onze solidariteitscampagne aandacht. Derk Jan Eppink, tegenwoordig europarlementslid voor Lijst Dedecker, maakt daar dankbaar gebruik van. Hij roert zich in het debat over ontwikkelingssamenwerking met zijn gekende stijl waarin weinig plaats is voor nuancering. Iedereen wordt op een hoopje gegooid: 11.11.11, Bart Staes en Karel De Gucht. En met voorspelbaar resultaat: schaf de hele boel maar af, de markt lost het wel op.

Ik ga graag in debat over de zin en onzin van ontwikkelingssamenwerking. De afgelopen maanden heb ik dat ook meermaals gedaan. We nodigden samen met MO*-magazine bijvoorbeeld Dambisa Moyo uit, die Eppink zo hard bewondert. Moeilijker is het om in debat te gaan met mensen die zich niet laten hinderen door kennis van zaken.

En dat is hier duidelijk het geval. Erger nog: Eppink slaat cijfers, feiten en twee recente rapporten lukraak door elkaar en overgiet ze met een sausje van ongefundeerde suggesties. We zullen zijn kluwen proberen te ontwarren.


0,9 miljard
Naar aanleiding van het eerste rapport dat hij aanhaalt, namelijk van het Europees Rekenhof, suggereert hij dat Europese ngo's de middelen die ze tot hun beschikking krijgen niet goed besteden. Dit is de wereld op zijn kop zetten. De non-profitsector is volgens het aangehaalde rapport ‘relevant and likely to produce the intended result'. Het rekenhof noemt juist een aantal werkpunten voor de Europese Commissie, waar wij ons achter scharen: Europa moet ngo's beter bij het beleid betrekken, transparanter zijn en voor duidelijkere controlemechanismen zorgen.

Om het in perspectief te plaatsen: Eppink vergeet te vermelden dat het bedrag dat ngo's krijgen, namelijk 0,9 miljard euro, maar een schijntje is in vergelijking tot het hele Europese budget voor ontwikkelingssamenwerking, namelijk 49 miljard euro.

Over dat geld gaat het tweede rapport. Dat komt van commissaris Karel De Gucht en gaat over efficiëntie. Het bevat een gezonde hoeveelheid zelfkritiek. Voor alle duidelijkheid, dit rapport gaat niet over ngo's. Uit het rapport blijkt dat de Europese overheden samen 40.000 projecten opzetten. Niet enkel de commissie, zoals Eppink beweert, maar ook de lidstaten. De conclusie is duidelijk: de commissie en de lidstaten moeten dus beter samenwerken om efficiënter hun hulp te besteden.

Daaruit blijkt net dat de commissie aandacht heeft voor problemen die ngo's al jarenlang aankaarten. Ook met dit rapport en de stelling van De Gucht dat er niet in het budget gesnoeid moet worden, zijn we dus hoofdzakelijk tevreden. Tussen haakjes, Eppink slaat de bal mis als hij suggereert dat Karel De Gucht zou kunnen snijden in de budgetten van de lidstaten. Als parlementslid zou hij moeten weten dat Karel De Gucht daar de bevoegdheid niet voor heeft.

Samengevat: geeft geen van beide rapporten ook maar enige aanleiding om te twijfelen aan het nut van ontwikkelingshulp, laat staan om het werk van ngo's stop te zetten. Ook politiek worden die conclusies enkel door Derk Jan Eppink getrokken.


Lobby
Verder suggereert Eppink om onbegrijpelijke redenen dat ngo's ‘weigeren' om zich te registreren als lobbyist. 11.11.11 staat wel degelijk geregistreerd, net zoals de meeste andere ngo's dat uit vrije wil doen. Sterker nog, wij hebben mee aan de kar getrokken om een Europees lobbyregister mogelijk te maken. Wij vinden dat dit een plicht moet worden voor alle lobbyisten, ook voor de veel grotere bedrijfslobby.

Zijn volgende verhulde beschuldiging: we gebruiken onze middelen voornamelijk om te lobbyen voor meer Europese middelen voor onszelf. Lobbyen rond beleid en subsidies aanvragen zijn echt wel twee verschillende dingen. Om misverstanden te vermijden: 11.11.11 ontvangt momenteel geen Europese subsidies.

Wel besteedt 11.11.11 inderdaad 25 procent van de campagneopbrengst aan educatie en lobbywerk. De rest gaat deels rechtsstreeks naar onze eigen partners in het Zuiden (22%), deels naar programma's van onze leden (53%). De hamvraag is echter niet hoeveel geld wij naar het Zuiden sturen, maar hoeveel ons geld oplevert voor het Zuiden.

We lobbyen om de stem van het Zuiden te laten horen in de Brusselse machtscentra. We kunnen concrete resultaten voorleggen. We lobbyden rond de prijs en toegankelijkheid van medicijnen, de opbrengsten uit natuurlijke rijkdommen en schuldkwijtscheldingen. Alleen al dit laatste bracht 40 miljard dollar op. Met relatief beperkte middelen bereik je op die manier heel veel. Dat is pas efficiënte ontwikkelingshulp.

Maar wat ons betreft gaat het niet alleen over efficiëntie. Een fout beleid van onze politici op andere gebieden dan ontwikkelingssamenwerking kan alle verwezenlijkingen in het Zuiden ongedaan maken, zoals we nu zien met de financiële crisis. Alleen al dit jaar komen er 90 miljoen armen bij.


Meer politiek
Een zo mogelijk nog actueler voorbeeld waarop we onze lobbyisten loslaten is klimaat. We stellen dagelijks op het terrein vast dat de opwarming van de aarde de bevolking in het Zuiden in grote problemen brengt. Van de klimaatslachtoffers valt 98 procent in het Zuiden, terwijl de opwarming hier veroorzaakt wordt. Daar dijken bouwen helpt niet als er hier niets verandert. Dweilen met de kraan open is niet onze ambitie. Daarom willen we dat de milieuministers in Kopenhagen met een sterk akkoord komen en proberen we dat proces volop te beïnvloeden. Zo zien we dat voor veel van de problemen van het Zuiden de oplossing niet ginder ligt, maar hier. De toekomst van ngo's bestaat dus niet uit minder politiek werk, maar juist meer.

Dat Eppink ons met onze lobby-activiteiten tracht in een negatief daglicht te stellen, stoort ons niet. Het zal niet het enige zijn waarover we van mening verschillen. Dat Eppink zich in de aandacht wil werken met provocerende uitspraken over ontwikkelingssamenwerking verbaast me niet. Wat me wel ergert, is dat hij zijn betoog houdt net op het moment dat meer dan 20.000 vrijwilligers zich opmaken om mee te werken aan onze campagne. Zij geven de volgende dagen met hun engagement een gezicht aan solidariteit met het Zuiden. De aandacht die dit opwekt misbruiken voor een afbraakdiscours is zielig.

Bogdan Vanden Berghe, algemeen secretaris 11.11.11

Deel dit artikel