Bedenkingen bij een aangekondigde interventie

(Opiniestuk in De Morgen, 5/9/'07)

Over het hele politieke spectrum lijkt men het eens over Belgische deelname aan een militaire interventie in en rond Darfour. Meer bepaald staat de EU-missie op initiatief van Frankrijk in Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek om vluchtelingenkampen te beschermen op het programma. Vluchtelingen beschermen klinkt mooi, maar is dat wel de hele werkelijkheid? Wordt het ook rebellen beschermen? Of een militaire dictator in Tsjaad aan de macht houden?


Staten sturen geen militairen louter om humanitaire redenen. In de nieuwste MO* konden we volgend citaat lezen van de Zweedse kapitein Lennart Danielsson, hoofd van de EU Staff Group bij het Europese NAVO-hoofdkwartier in België (SHAPE): ‘We weten allemaal dat waar de EU zich engageert, ze er zelf voordeel bij moet hebben. De EU moet iets kunnen winnen met haar engagement. Dat klinkt misschien niet politiek correct. Eigenlijk zou het moeten luiden dat we mensenlevens redden. Maar dat is niet het enige.' Als staten militairen sturen is dat omwille van hun eigen belangen, en dat is ook hier het geval. Humanitaire overwegingen zijn dan mooi meegenomen om dit aan het publiek en andere landen te verkopen.

Met deze missie stappen we mee in de Franse Afrika-politiek en geven het een Europees jasje. Deze Afrika-politiek is erop gericht de Franse strategische en economische belangen te beschermen en dit door het aan de macht brengen en houden van bevriende dictators. Vaak militairen met goede banden met het Franse leger of de Franse inlichtingendiensten en die meestal een deel van hun opleiding gehad hebben op Franse militaire scholen: Idriss Deby in Tsjaad, Bozizé in de Centraal-Afrikaanse Republiek, Bongo in Gabon, Sassou-Nguesso in Congo-Brazzaville, Guelleh in Djibouti, ...

Frankrijk heeft in Tsjaad 1000 soldaten, helikopters en 6 Mirage-gevechtsvliegtuigen gestationeerd. Tsjaad speelt daarmee een strategische rol in de Franse Afrika-politiek en Deby heeft zich dienstig gemaakt door militaire hand- en spandiensten te verlenen aan de Fransen bij het aan de macht brengen van collega's in Congo-Brazzaville en de Centraal-Afrikaanse Republiek. Zijn strategisch belang is het zich nuttig maken voor de Fransen, want die houden hem aan de macht. En wat België nu doet verschilt daar in feite niet veel van. Als België een rol wil spelen op het internationale toneel moet het actief deelnemen aan militaire missies, zo wordt gesteld. M.a.w. het moet zich nuttig maken in de machtspolitiek van de grote landen.

Frankrijk is de laatste jaren regelmatig rechtstreeks tussengekomen in ondersteuning van het regeringsleger tegen rebellen, zowel in Tsjaad als in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Humanitaire overwegingen hebben daarbij niet gespeeld, want Frankrijk heeft zich nooit veel aangetrokken van het predator-gedrag van de troepen die het ondersteunt. Nadat het Centraal-Afrikaanse leger met steun van het Franse leger in maart 2007 het stadje Birao heroverden was 70% van de huizen afgebrand en het bewonersaantal van 16000 naar 600 gezakt. De rest was gevlucht, richting Darfour in plaats van omgekeerd.

Ook het conflict in Darfour is niet zo simpel als vaak wordt voorgesteld. Het gaat niet enkel om het Soedanese regeringsleger dat Arabische milities bewapent om de burgerbevolking te brandschatten. Maar wel om een burgeroorlog met vele gewapende partijen. Hoe gaan de Franse en Belgische militairen zich opstellen tegen de andere gewapende groepen? Tsjaad dient ook als veilige uitvalsbasis voor bepaalde rebellengroepen. Van hieruit vallen ze het Soedanese regeringsleger aan, dat dan reageert met bombardementen op Tsjaads grondgebied. Ook hielpen deze rebellengroepen het regime van Deby om een aanval van Tsjadische rebellen af te slaan. Hierbij speelt sterk een etnische link. De president van Tsjaad Deby is een Zaghawa, een etnische groep die 1,5% van de Tsjaadse bevolking uitmaakt. En de Zaghawa's uit Darfour, die Deby geholpen hebben in Tsjaad aan de macht te komen, staken in 2003 het vuur aan de lont met een aanval op het Soedanese regeringsleger. Deze korte en bijgevolg ook te simpele voorstelling van zaken maakt hopelijk duidelijk dat de conflicten in Tsjaad en in Darfour behoorlijk met elkaar verstrengeld zijn.

Door het regime van Idriss Deby aan de macht te houden en zo de Zaghawa-rebellengroepen een veilige uitvalsbasis te bezorgen, kiest Frankrijk in feite partij. De EU-missie zal dit nog versterken. Hoe gaan de Belgische militairen reageren als Frankrijk militair ingrijpt bij een nieuwe aanval op het regime van Deby? Gaan ze mee een dictator in het zadel houden? Een oogje dichtknijpen? Gaan ze ingrijpen bij aanvallen van het Soedanese leger op Tsjaads grondgebied? Gaan ze dit ook doen wanneer rebellen vanuit Tsjaad aanvallen uitvoeren op het Soedanese leger? Gaat men zich beperken tot het beschermen van de vluchtelingenkampen? Gaat men dan ook voorkomen dat rebellengroepen actief zijn vanuit deze vluchtelingenkampen? Antwoorden op deze vragen zijn bepalend voor de politieke rol die men in het conflict gaat spelen. En antwoorden hierop, laat staan een aanwijzing dat men zich deze vragen zelfs maar stelt, hebben wij in het huidige politieke debat nog niet gehoord.

We krijgen wel te horen dat in het licht van mondiale humanitaire crisissen een simpel pleidooi voor een radicale inkrimping van het defensiebudget ronduit immoreel is. Nu, wij zijn zo immoreel om daarvoor te pleiten. En wel omdat er in deze humanitaire crisissen geen simpele oplossingen zoals soldaten sturen bestaan. Soldaten worden sneller een deel van het probleem dan van de oplossing. Te vrezen valt dat dat ook hier het geval wordt.

Deel dit artikel