Belgische militairen beschermen vluchtelingen in Tsjaad?

Dinsdag, 19 februari, keurde de ministerraad de deelname van een Belgisch contingent aan de EU- troepenmacht in Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek goed. Vredesactie vindt de Belgische steun aan Eufor onverstandig en pleit voor een politieke aanpak.


In september jl. was het hele politieke spectrum het eens over een Belgische deelname aan een militaire interventie in en rond Darfour. Meer bepaald de EU-missie op initiatief van Frankrijk in Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek om vluchtelingenkampen te beschermen. Op 19 februari heeft de ministerraad de deelname van een Belgisch contingent goedgekeurd.

Vluchtelingen beschermen klinkt mooi, maar doen we dat met deze militaire interventie?

De Europese troepenmacht Eufor is verwaterd tot een nauwelijks verholen rugdekking van de Franse politieke en militaire inmenging in Tsjaad en kan nog moeilijk als vredesmissie verkocht worden. De Franse regering wil op korte termijn Idriss Deby in het zadel houden, de president die zopas de leiders van de volledige legale oppositie liet verdwijnen. Die verdwenen politici zijn mede-ondertekenaars van een politiek akkoord van augustus 2007, dat door de EU gepatroneerd werd.

Franse Afrika-politiek in een Europees jasje

Het conflict in Darfour is niet zo simpel als vaak wordt voorgesteld. Het gaat niet enkel om het Soedanese regeringsleger dat Arabische milities bewapent om de burgerbevolking te brandschatten. Maar wel om een burgeroorlog met vele gewapende partijen.

Met deze missie stappen we mee in de Franse Afrika-politiek en geven die een Europees jasje. Deze Afrika-politiek is erop gericht de Franse strategische en economische belangen te beschermen en dit door het aan de macht brengen en houden van bevriende dictators. Vaak militairen met goede banden met het Franse leger of de Franse inlichtingendiensten, die meestal een deel van hun opleiding gehad hebben op Franse militaire scholen: Idriss Deby in Tsjaad, Bozizé in de Centraal-Afrikaanse Republiek, Bongo in Gabon, Sassou-Nguesso in Congo-Brazzaville, Guelleh in Djibouti, ... Frankrijk heeft in Tsjaad 1000 soldaten, helikopters en 6 Mirage-gevechtsvliegtuigen gestationeerd. Tsjaad speelt daarmee een strategische rol in de Franse Afrika-politiek. Deby heeft zich dienstig gemaakt door militaire hand- en spandiensten te verlenen aan de Fransen bij het aan de macht brengen van collega's in Congo-Brazzaville en de Centraal-Afrikaanse Republiek.

EUFOR

De Eufor-troepenmacht werd opgezet als een Europese militaire vredesmissie in Tsjaad en de Republiek Centraal Afrika (RCA), bedoeld om de ongeveer 250.000 vluchtelingen uit Darfour, de 160.000 interne vluchtelingen uit Tsjaad en de RCA, en de internationale hulpverleners te beschermen. België stuurt in de aanvangsfase 130 militairen, gemiddeld zullen er voor de duur van de operatie (1 jaar) 70 Belgische militairen op het terrein aanwezig zijn.

Deze Eufor is een volledig Frans initiatief. Het is Frankrijk dat het voorstel schreef en bij de VN Veiligheidsraad ter goedkeuring voorlegde. Na de goedkeuring van VN-resolutie 1778 op 25 september 2007, zorgde Frankrijk ervoor dat de EU de Eufor goedkeurde en dat een reeks van landen er een beetje steun aan verlenen.

Het Franse militaire apparaat levert de kern van Eufor, met 2.100 militairen van de 3.000 die Eufor zal tellen. Op dit ogenblik zijn al 1.200 Franse militairen in Tsjaad aanwezig. De opperbevelhebber op het terrein is de eveneens Franse generaal Jean-Philippe Ganascia, een commandant van het Vreemdelingenlegioen (!).

Civiele oppositie uitgeschakeld

Sinds begin februari is Frankrijk echter hard bezig de zittende president van Tsjaad, Idriss Déby, manu militari in het zadel te houden.

Tijdens een confrontatie tussen het leger van Déby en de gewapende rebellen in het weekend van 1-2 februari koos Frankrijk subtiel maar doorslaggevend de zijde van Déby. Officieren van het Franse Détachement d'Assistance et d'Intervention (Dami) leidden op 1 februari de poging om de rebellen op 50 km van de hoofdstad tot staan te brengen. De poging mislukte volledig. Het detachement van Dami was enkele weken daarvoor naar Tsjaad overgevlogen.

Op 2 februari werd het Commandement des Opérations Spéciales (COS) ingezet om de rebellen uit te putten. Daarop liet Frankrijk via Libië verse munitie leveren voor de regeringstanks. Ondertussen hield het Franse leger steeds de luchthaven bezet en liet het toe dat van daaruit helikopters, bemand door huurlingen, opstegen om de rebellen te bestoken.

Na de slag om N'Djamena, begonnen de razzias bij de civiele oppositie, in kringen van mensenrechtenorganisaties en de media. De leiders van de volledige oppositie zijn sinds 2 februari verdwenen. Journalisten zijn naar de buurlanden Nigeria en Kameroen gevlucht.

Het was dan ook EU-commissaris Louis Michel die heftig waarschuwde tegen de repressie van Déby. Michel eiste dat de drie meest bekende leiders van de civiele oppositie direct vrijgelaten worden. Hij wees erop dat Déby mede-ondertekenaar is van een politiek akkoord over nationale politieke dialoog en mensenrechten, en dus de rechten van de oppositieleden moet respecteren. Parijs, dat al 10 dagen zwijgt over de verdwijning van de oppositie, was niet weinig geblameerd door de voltreffer van Michel.

Militaire interventie polariseert het conflict

Ondertussen zijn zowat alle spelers in Afrika ervan overtuigd dat Frankrijk erop aanstuurt om met Eufor de Franse overheersing over Tsjaad te vergroten, dit keer met een internationale goedkeuring. De Tjsaadse president Déby heeft in de Franse media opgeroepen om de Eufor-troepenmacht zo snel mogelijk te sturen "om de stabiliteit te verzekeren". Nog voor de aanval op N'Djamena had de president via het parlement op 26 januari een oproep gedaan "voor de dringende ontplooiing van de Internationale troepenmacht voor vrede en stabiliteit".

De gewapende oppositie liet in 2007 al weten dat ze de Eufor als vijand zal beschouwen, "wanneer blijkt dat deze aan de kant van Deby staat". Sinds de laatste slag om N'Djamena heeft de coalitie van rebellengroepen ronduit gezegd dat alle door de Fransen geleide groepen haar vijand zijn.

Het lijkt er sterk op dat dit een interventie wordt die polarisering en destabilisering teweeg brengt, nog voor ze tot stand gekomen is. Toen de EU in september 2007 de oprichting van Eufor goedkeurde, brak er onmiddellijk opstand uit in oostelijk Tsjaad met de tijdelijke bezetting van een paar steden. Op de dag dat de EU eind januari de politieke beslissing nam om de Eufor operationeel van start te laten gaan, begon de opmars vanuit oostelijk Tsjaad om op 2 februari N'Djamena te bereiken.

In die omstandigheden is er van een neutrale Eufor nog nauwelijks sprake. Ook rijst de vraag of dit alles de veiligheid van de hulpverleners niet eerder in gevaar brengt, dan ze te verbeteren.

Redenen genoeg om alle prioriteit te verlenen aan een politieke benadering, in plaats van symbolische rugdekking te verlenen aan een uitbreiding van de Franse praktijken van militaire neo-koloniale inmenging, zij het dan verpakt in het jargon van een vredesmissie.

[meer op www.vredesactie.be]

Deel dit artikel