Belgische staat veroordeeld voor het niet naleven van de wet op de openbaarheid

Vredesactie vzw vroeg in 2002 informatie over de aanvragen voor in- uit- en doorvoer van wapens in de periode 1991-2001 in het kader van de wet op de openbaarheid van Bestuur. Met de gegevens die in de officiële Belgische (half)jaarrapporten over wapenexporten en -importen staan kunnen immers noch het parlement, noch de niet-gouvernementele organisaties of kritische burgers een terdege controle uitoefenen op het wapenexportbeleid van de regering. De wapenuitvoer blijft gehuld in een waas van omdat onvoldoende gegevens beschikbaar zijn over de aard van de wapenuitvoer en de eindbestemming van de uitvoer.

De toenmalige ministers Neyts, Piqué en Michel weigerden die informatie – zelfs maar gedeeltelijk – openbaar te maken. De motivatie van die weigering was volgens Vredesactie vzw gebrekkig. Het was immers niet duidelijk waarom de kennisname van de gevraagde bestuursdocumenten de openbare orde, de veiligheid of de verdediging van het land in gedrang zou brengen. De ministers gingen ook volledig voorbij aan de mogelijkheid tot gedeeltelijke inzage van de gevraagde bestuursdocumenten.

Vredesactie vzw stapte naar de rechtbank van eerste aanleg, die zich in 2004 onbevoegd verklaarde. Het hof van beroep te Brussel is het met deze zienswijze van de rechtbank niet eens. Het verklaart zich wel bevoegd om kennis te nemen van het geschil, het verklaart de afwijzing van de ministers buiten toepassing, en verooordeelt de Belgische Staat in de kosten van de rechtspleging.

Met het arrest verplicht het bovendien de bevoegde administratie binnen de 15 dagen na de betekening van het vonnis opnieuw een beslissing te nemen over het verzoek van Vredesactie vzw tot openbaring van de documenten over de wapenexporten.

Met deze uitspraak kan de Belgische Staat moeilijk anders dan eindelijk de gevraagde documenten openbaar te maken. Het arrest zegt immer duidelijk dat:

  • de voorgelegde jaarrapporten over de wapenexporten aan het parlement niet de bestuursdocumenten zijn die Vredesactie vzw vroeg.
  • de Staat “niet de minste concrete verantwoording” verschaft waarom het belang van de openbare orde, de veiligheid of de verdediging van het land geschaad zouden worden door de openbaarmaking van de gevraagde documenten
  • elke belangenafweging ontbreekt bij de motivatie tot weigering
  • Vredesactie vzw aantoont dat andere landen wel dergelijk gegevens in de openbaarheid brengen, “wat laat veronderstellen dat dit hun internationale betrekkingen niet aantast.”
  • voor alle door de Staat ingeroepen uitzonderingsgronden van de wet op de openbaarheid van bestuur de wettelijke verplichting geldt om bij toepassing van die gronden zo mogelijk gedeeltelijk inzage of afschrift van het document te verlenen.

Het volledige vonnis: zie http://vredesactie.be/download.php?file=vonnis_wob.pdf

Deel dit artikel