Beste journalisten, de Vredesweek 2008 zit erop! Enkele reflecties

Beste journalisten,

Van vrijdag 26 september 2008 tot en met zondag 5 oktober 2008 nam de vredesweek dit jaar een diepe duik in het geladen vredesthema “Media en conflict” via een hele reeks evenementen, publicaties en politiek lobbywerk. Na een week intensief debatteren en reflecteren samen met vele scholen, sympathisanten en experts leek het ons dan ook nuttig toch enkele conclusies met u te delen als bezegeling van onze vredesweek. Tijdens meerdere activiteiten ondervonden wij immers dat de journalisten wel degelijk tot zelfreflectie bereid zijn en kritisch staan ten opzicht van hun eigen werk.

Tijdens de vredesweek werd het dan ook duidelijk dat journalisten eigenlijk hetzelfde verlangen van de media als wijzelf: dat de media ons zo correct mogelijk zouden berichten, dat zij oog zouden hebben voor de hele wereld, dat zij tevens over de contexten en oorzaken van conflicten zouden berichten en dat ook het relevante goede nieuws zijn plaats zou krijgen. Kortom dat men op een journalistiek integere manier steeds probeert de waarheid te achterhalen en het publiek erover te informeren.

Jammer genoeg kunnen wij vaak vast stellen dat men in de media al eens een loopje neemt met de waarheid, hetzij door manipulatie (bijv. door beelden uit hun context te rukken of door sommige beelden overmatig te herhalen), hetzij door onvoldoende grondigheid (bijv. door weinig middelen voor onderzoeksjournalistiek te bieden), hetzij door de keuze van onderwerpen (bijv. door stelselmatig alleen het conflict te benadrukken en niet het buitengewone werk van vredesopbouw  dat op zoveel plaatsen ook gebeurt).

De oorzaken hiervan zijn, zo bleek duidelijk uit de gesprekken tijdens de vredesweek, zeker niet de individuele journalisten, als wel bepaalde elementen van de realiteit van het werkveld zoals tijdsdruk, gelddruk, het soms te dicht aanleunen bij bepaalde financiële, militaire of politieke instanties en irrationeel vertrouwen op steeds hogere ‘mediastructuren’ (waarvan Reuters en AP het summum lijken).

De vredesweek zou echter geen week van vrede zijn indien zij niet ook op zoek zou gaan naar constructieve oplossingen. Ons samenwerkingsverband had dan ook oorspronkelijk gepland een ‘charter van de vredesjournalistiek’ op te stellen. Uiteindelijk blijkt dit niet meer echt nodig. Niet omdat hier geen nood aan is, wel omdat een dergelijk charter reeds voor handen is. In 1982 werd immers de code van de journalistieke beginselen aangenomen door de Algemene Vereniging van Beroepsjournalisten in België (AVBB), de Belgische Vereniging van Dagbladuitgevers (BVDU) en de Nationale Federatie van Informatieweekbladen (NFIW).

Wij nodigen de media dan ook deze code nog consequenter op te volgen dan tot nu nu gebeurt. En, vergeet zeker niet: goed nieuws kan evengoed nieuws zijn!

Vorig jaar vierde deze code zijn 25ste verjaardag. Wat deze deontologische code voor ogen houdt heeft echter nog niets van waarde verloren want het blijken exact dat soort richtlijnen te zijn die wij na een vredesweek rond media zouden kunnen aanbrengen.

Beste journalisten mag ik u dan ook vriendelijk vragen om deze deontologische code samen met deze brief in uw krant te publiceren, niet alleen om aan uw lezers te tonen welke ethische regels u als journalisten onderschrijft, maar ook misschien om uzelf eraan te herinneren en ze opnieuw hoog in het vaandel te dragen, zodat u met nieuwe moed uw taak kan aanvatten, de gekende valkuilen kan vermijden en blijvend op zoek kan gaan naar de waarheid.

We zijn er immers van overtuigd dat, wanneer men zich aan deze principes houdt, de media bepaalde conflicten niet zullen versterken maar dat de journalistieke wereld juist aan vrede zal bijdragen.

Met vriendelijke groeten,

Jonas Slaats
coördinator Vlaamse Vredesweek

 
*
*    *



De code van journalistieke beginselen


1) Persvrijheid
De persvrijheid is de voornaamste waarborg voor de vrijheid van meningsuiting zonder dewelke de bescherming van de andere fundamentele burgerrechten niet kan gewaarborgd worden. De pers moet het recht hebben ongehinderd gegevens te verzamelen en informatie en commentaren te publiceren teneinde de vorming van de publieke opinie te verzekeren.

2) De feiten
De feiten moeten onpartijdig verzameld en weergegeven worden.

3) Onderscheid tussen informatie en commentaar
Het onderscheid tussen de weergave van de feiten en de commentaren moet duidelijk merkbaar zijn. Dit principe mag geen beperking vormen voor de krant om haar eigen visie en het standpunt van anderen weer te geven.

4) Respect voor verscheidenheid van opinie
De pers erkent en respecteert de verscheidenheid van opinie, zij verdedigt de vrijheid van publicatie van verschillende standpunten. Zij kant zich tegen elke vorm van discriminatie op grond van geslacht, ras, nationaliteit, taal, godsdienst, ideologie, volk, cultuur, klasse of overtuiging in de mate dat de alzo beleden overtuigingen niet in conflict komen met het respect voor de fundamentele rechten van de menselijke persoon.

5) Respect voor de menselijke waardigheid
De uitgevers, de hoofdredacteuren en journalisten moeten de individuele waardigheid en privacy respecteren; zij moeten iedere ongeoorloofde inmenging in persoonlijke pijn en smart vermijden, tenzij overwegingen i.v.m. de persvrijheid zoals onder artikel 1 bepaald, dit noodzakelijk maken.

6) Voorstellen van geweld
De misdaden, het terrorisme en andere daden van wreedheid en onmenselijkheid mogen niet geroemd worden.

7) Rechtzetting van foutieve informatie
Feiten en informatie die na publicatie ervan foutief blijken te zijn, moeten rechtgezet worden en dit zonder beperking, onverminderd de wettelijke beschikkingen inzake het recht op antwoord.

8) Bescherming van informatiebronnen
Vertrouwelijke informatiebronnen mogen niet onthuld worden zonder de uitdrukkelijke toelating van de aanbrengers.

9) Geheimhouding
De vrijwaring van het geheim karakter in privé- en staatsbelangen, zoals voorzien door de wet, mag de persvrijheid zoals onder artikel 1 bepaald niet aantasten.


10) Rechten van de mens
Indien er tegenstelling zou kunnen ontstaan tussen de beoefening van de vrije meningsuiting en andere fundamentele rechten van de mens, moeten uitgevers en hoofdredacteuren op eigen verantwoordelijkheid beslissen aan welk recht voorrang verleend wordt na raadpleging van de betrokken journalisten.

11) Onafhankelijkheid
De kranten en journalisten mogen aan geen enkele druk toegeven.

12) Advertenties
De advertenties moeten dermate opgemaakt worden dat de lezer ze niet kan verwarren met de berichtgeving.  

Steun de vredesweek
Koop nu je notaboekje

en zet je eerste stappen als vredes journalist.



Vredesweek secretariaat - Italiëlei 98a - 2000 Antwerpen - 03 225 10 00 - info@vredesweek.be
Pax Christi DOOR:

Deel dit artikel