Boeren of bedelen in Midden-Amerika

Op 6 december 2006 keurde de Europese Commissie de ontwerp-mandaten goed voor bilaterale vrijhandelsbesprekingen met een vijftal regio's en landen, waaronder Centraal-Amerika. Deze ontwerpen zullen worden voorgelegd aan de Europese Raad (van ministers van de Europese lidstaten). Voor de Andesregio en Midden-Amerika worden dit associatieakkoorden, omdat naast handel ook politieke dialoog en samenwerking op de agenda staan. Bart Bode reisde eind november naar Honduras en Nicaragua om samen met een aantal partnerorganisaties concrete afspraken te maken rond de politieke opvolging van deze handelsakkoorden. Broederlijk Delen wil daarbij samen met de partners op de eerste plaats de belangen van kleine boeren in het oog houden.

In Santa Barbara, in het westen van Honduras begeleidt de partnerorganisatie CNTC een aantal boerengroepen.  Het is een arme streek waar vooral maïs en bonen geteeld worden... als er  voldoende regen valt in het regenseizoen. Wanneer het te droog blijft, betekent dit dat boeren voedsel moeten aankopen. Als ze dat financieel niet kunnen, lijden ze honger. Sommige boerengroepen proberen naast hun eigen voedsel ook wat koffie te telen. Dit extra inkomen is meer dan welkom. De gemeenschap van Tras Cerros heeft met wat spaargeld  vier koeien gekocht. Voor de melk, maar vooral om kalveren te kweken. “We zoeken naar middelen om er samen wat beter van te worden,” vertelt een boerin. “We hebben het vaak moeilijk om het hoofd boven water te houden. En we willen ook een toekomst voor onze kinderen garanderen. Hier in het dorp zijn veel mensen vertrokken om in de maquila’s (assemblagefabrieken) te werken om geld te verdienen. Als ze niet ziek of zwanger worden, want dan worden ze op straat gezet. En als  ze 35 jaar zijn, worden ze ook afgedankt”.

Andere families hebben kinderen die naar de Verenigde Staten zijn uitgeweken op zoek naar werk. De remesas, het geld dat naar het thuisfront gestuurd wordt, vormt de belangrijkste economische bron voor de landen van Midden-Amerika. Maar de VS bouwt op dit moment een dubbele muur op de grens met Mexico, om de instroom van migranten een halt toe te roepen. Op termijn dreigen die remesas dus op te drogen.

Biedt een handelsakkoord dan een uitweg? “Dat valt nog af te wachten”, stelt José Luis Maldonado van de Hondurese koepelorganisatie ASONOG. “Ons land heeft zojuist een vrijhandelsakkoord met de VS afgesloten. Voor de kleine boeren betekent dit dat binnen enkele jaren goedkope, gesubsidieerde maïs uit de VS op de lokale markt komt. Rechtstreekse concurrentie dus. Boerengroepen die goed georganiseerd zijn, kijken nu al naar mogelijke alternatieven. Wie de veerkracht heeft om zich aan te passen, zal het redden, maar velen zullen   uit de boot vallen. Voor een aantal grotere ondernemingen, zoals de uitvoerders van bananen, biedt zo’n handelsakkoord wat betere kansen. Maar ook daar valt af te wachten wie er echt met de winsten gaat lopen.”

In het noorden van Nicaragua bij de partnerorganisatie SOYNICA horen we gelijkaardige verhalen. In de streek rond Ocotál heeft het dit jaar bijna niet geregend. Het zaaigoed voor de maïs en de bonen is verloren gegaan, de oogst zal dus bijzonder schraal zijn. De begeleidsters van SOYNICA stimuleren de groepen om meer groenten en fruit te telen, als alternatief en aanvulling op het traditionele menu. Tijdens de vormingsmomenten wordt met de hele gemeenschap geleerd hoe de groenten kunnen verwerkt worden. Koekjes van witte kool, vermengd met ei en maïsbloem en gebakken in de olie zijn heel lekker, bewaren een aantal dagen en kunnen ook op de lokale markt verkocht worden. Met de hulp van SOYNICA worden ook waterputten aangelegd om de groenten te bevloeien. Verder wordt aangekochte soja op diverse manieren verwerkt en bij ondervoeding wordt gewerkt met bladgroenextract.

Overal in het land zien we nog de restanten van de verkiezingscampagne. De armen verwachten veel van de Sandinist Daniël Ortega, die opnieuw president is geworden. Ortega staat, net als in de jaren 1980, voor grote uitdagingen. Ortega werkt aan een aantal compromissen met sectoren in eigen land zoals de ondernemingen en de katholieke kerk. Maar hij zoekt ook afstemming met de eerder conservatieve presidenten in de buurlanden.

De Europese Unie wil uitdrukkelijk onderhandelen met de regio Midden-Amerika. “Maar kan je wel van een samenhangende regio spreken?” vraagt Arturo Grigsby van het onderzoekscentrum Nitlapán zich af. “Vele Midden-Amerikaanse landen hebben een of ander grensgeschil en ook op het vlak van handel zitten ze niet vaak op hetzelfde spoor. Het handelsakkoord met de VS werd met elke regering apart onderhandeld. Als de Europese Commissie met een integrale regio wil onderhandelen, dan is er nog veel werk aan de winkel!”
En wat zijn de gevolgen voor de kleine boeren? “Je moet die handelsakkoorden wel plaatsen in de ruimere mondiale context”, stelt Arturo. “De positie van kleine boeren wordt hoe dan ook al bedreigd door de gevolgen van de toenemende globalisering. De macht van de multinationals neemt veeleer toe. Het is nu reeds zoeken naar oplossingen”.

Voor de Europese Unie is Midden-Amerika een kleine, maar daarom niet minder interessante markt. Diverse sectoren zijn interessant om de handel verder uit te breiden: diensten zoals watervoorziening, telecommunicatie, investeringen, enz…

Ongetwijfeld wordt ook gekeken naar de natuurlijke rijkdommen: de smalle landstrook tussen Noord- en Zuid-Amerika bevat niet minder dan 12% van de wereldwijde biodiversiteit.  Op landbouwgebied voert Europa meer verwerkte producten uit dan basisgrondstoffen. Dit vormt niet onmiddellijk een concurrentie voor de bonen en de maïsproductie, maar leidt ertoe dat, vooral in de steden, de traditionele eetgewoontes veranderen naar meer Westerse consumptiemodellen. Daar wil de voedselverwerkende industrie uit Europa zeker een deel van de markt veroveren.

Het associatieakkoord bevat naast het voornaamste handelsluik ook een deel rond politieke dialoog en een deel rond samenwerking. Broederlijk Delen wil samen met een aantal netwerken lobbywerk voeren opdat de burgerorganisaties in Midden-Amerika volop betrokken worden bij de onderhandelingen. Er kan immers weinig sprake zijn van dialoog als de brede bevolkingslagen niet gehoord worden. De Europese Commissie stelt dat de handel ook de ontwikkeling moet bevorderen. Maar dan moeten er ook garanties komen voor de situatie van kleine boeren.
“Er is zeker toekomst voor de boeren in Midden-Amerika”, stelt Arturo Grigsby van Nitlapán. “Massale invoer van voedsel is op lange termijn economisch niet houdbaar. Kleine boeren vormen de beste garantie voor de voedselvoorziening van de regio. Maar dat vergt een goede begeleiding en degelijke ontwikkelingskansen. En die mogen door zo’n akkoord met Europa niet ondermijnd worden”.

Broederlijk Delen DOOR:

Deel dit artikel