Broederlijk Delen op het WSF

WAT IS EEN WERELD SOCIAAL FORUM?

‘De grote sterkte van het Wereld Sociaal Forum is het baanbrekende karakter ervan. Het is een initiatief van de zich wereldwijd profilerende civiele maatschappij dat de activiteiten van burgerstrijd en -participatie in de verschillende samenlevingen naar waarde wil schatten en dat de voorstellen die uit deze activiteiten voortkomen een globale dimensie wil geven’. (Cándido Grzybowski)

De eerste en belangrijkste verwezenlijking van het Forum is de gebeurtenis op zich. Het Wereld Sociaal Forum (WSF) werd opgericht met als doel een open forum te creëren waar men strategieën kon bespreken om tegenwerk te bieden tegen het globaliseringsmodel zoals het op het jaarlijks Wereld Economisch Forum (WEF) in Davos werd voorgesteld. Het WSF wil een open forum bieden om alternatieven te bespreken, ervaringen uit te wisselen en bondgenootschappen tussen de civiele burgerorganisaties, volkeren en bewegingen te versterken vanuit de rotsvaste overtuiging dat ‘Een andere wereld mogelijk is’.

Na een eerste bijeenkomst van het Wereld Sociaal Forum in 2001 in Porto Alegre, Brazilië, werd het Forum omgevormd tot een blijvend globaal proces en werd er ook een Handvest (Charter of Principles) aangenomen als belangrijkste basisdocument van het Forum. De eerste drie edities van het Forum vonden plaats in Porto Alegre. In 2004 verhuisde het WSF naar Mumbai, India om in 2005 opnieuw naar Porto Alegre te trekken. In 2006 vond een Polycentrisch forum plaats op drie verschillende plaatsen: Caracas (Venezuela), Karachi (Pakistan) en Bamako (Mali). Dit jaar gaat het WSF door in Nairobi, Kenia. Het doel van dit WSF is te evalueren hoever het staat met de voornemens tot acties die door sociale bewegingen op vorige fora werden gemaakt. Op die manier kan men evalueren of deze acties al zijn verwezenlijkt en kan men eventuele resultaten zichtbaarder maken. Algemene politieke kwesties en discussies over de toekomst van het WSF en de methodologie van de jaarlijkse bijeenkomsten worden besproken op de Internationale Raad.

Volgens Grzybowski, ‘is het onmogelijk om het Sociaal Forum te begrijpen zonder het te linken aan een groeiende golf van publiek protest tegen globalisering, waar we de afgelopen jaren in Seattle, Washington, Praag en Nice reeds getuige van waren. De mensen achter het Forum zijn diegenen die later actoren worden in een strijd, beweging, associatie of organisatie, klein of groot, lokaal of nationaal, regionaal of wereldwijd. Het is deze globale convergentie van diverse netwerken en bewegingen die het Wereld Sociaal Forum heeft gevormd en blijft vormen ook naar de toekomst’.

WAT DOET BROEDERLIJK DELEN OP EEN WERELD SOCIAAL FORUM?

Kans tot internationale uitwisseling

Broederlijk Delen maakt deel uit van het internationaal netwerk van christelijke ontwikkelingsorganisaties in Europa en Amerika, Cidse genaamd. Via dit netwerk doen we aan lobbywerk bij internationale instanties (Europese Unie, IMF, Wereld Bank, Verenigde Naties) ten voordele van de landen in het Zuiden. Omdat de stem uit het Zuiden op internationale fora meer aan bod moet komen en ook uitwisseling tussen de partnerorganisaties van het Zuiden essentieel is voor duurzame ontwikkeling hebben wij meer dan 50 partnerorganisaties uit Afrika, Azië en Latijns-Amerika naar Nairobi uitgenodigd.

Overleg rond mijnbouw

Op een seminarie dat aan het Wereld Sociaal Forum voorafgaat, zullen de meer dan 50 partnerorganisaties van gedachten wisselen over het thema ‘de invloed van extractieve industrie (mijnbouw, olie, gas en houtkap) op ontwikkeling’. Het is de bedoeling om op het Wereld Sociaal Forum zelf een gezamenlijk standpunt én eisenpakket over dit thema wereldkundig te maken. Dit zal gebeuren tijdens een panelgesprek met Mary Robinson, gewezen president van Ierland en gewezen Hoogcommissaris voor de mensenrechten bij de Verenigde Naties. Het panelgesprek heeft plaats op Dinsdag 23 januari 2007. Exact tijdstip zal later meegedeeld worden.

Stafmedewerker van Broederlijk Delen, Marc Olivier Herman, neemt deel aan de gesprekken: ‘Voor vele van onze partnerorganisaties in het Zuiden is het impact van extractieve industrie op ontwikkeling dikwijls van problematische aard: gemeenschappen worden gedwongen te vertrekken, ecologische evenwichten worden grondig verstoord, toelatingen tot ontginning gebeuren zonder echte toestemming van de  lokale gemeenschappen of werden op een bedenkelijke manier verkregen.  Om nog maar te zwijgen over de ontginningscontracten die het leeuwendeel van de  winst voor de buitenlandse investeerders reserveren.’

Deel dit artikel