Brusselse lobbyisten nog niet aan de ketting

Amper zes maanden na hun aftreden als commissieleden hebben Günter Verheugen en Charlie McCreevy lucratieve posten gekregen bij de Royal Bank of Scotland en luchtvaartmaatschappij Ryanair. De intieme relatie tussen Europa's hoogste beleidsmakers en de bedrijfswereld werd daarmee nog eens onderstreept.

Het recente boek Bursting the Brussels Bubble legt bloot hoe een groeiend leger van lobbyisten weegt op de Europese economische, sociale en milieuwetgeving. Eén van de auteurs is Olivier Hoedeman, onderzoekscoördinator bij Corporate Europe Observatory.

Waarom is Brussel een paradijs voor lobbyisten?

Hoedeman: "Er is een hoop lobbyisten in Brussel. Niemand weet hoeveel precies, maar je kunt gerust aannemen dat het de grootste lobbystad ter wereld is na Washington DC. Dat komt omdat lobbyisten er heel wat kunnen winnen. Lobbying is een centraal onderdeel geworden van de Europese besluitvorming.

Een andere reden is dat lobbying op Europees niveau onvoldoende gereguleerd is. Vijf jaar gelden gaf de Commissie voor het eerst toe dat er een probleem was met lobbying en werd het European Transparency Initiative (ETI) gelanceerd. Nu, vijf jaar later, is er amper vooruitgang geboekt."

Zijn de lobbyisten een bedreiging voor de democratie?

"Het wordt duidelijk dat het zo niet verder kan: commerciële lobbyisten hebben steeds meer greep op het proces van besluitvorming en staan vrijwel in alle dossiers met de voet op de rem. Dat is bijzonder ondemocratisch en zal de Europeanen alleen nog meer vervreemden van de besluitvorming."

Het centrale onderdeel van het European Transparency Initiative was het opzetten van een register voor lobbyisten. Heeft dat tot meer verantwoording onder de lobbyisten geleid?

"Het initiatief beloofde meer transparantie over wie voor wie aan het lobbyen was, rond welke thema's en met welk budget. Dat is wat de burgers, media en parlementleden nodig hebben om een duidelijk beeld te kunnen vormen van wie de Europese besluitvorming beïnvloedt. Maar als je kijkt naar wat er nu bereikt is, dan blijft dat ver van die doelstelling verwijderd. Op dit moment is het nog een vrijwillig register zonder sanctie voor wie zich niet inschrijft. Het bevat maar een kleine minderheid van de lobbyisten omdat het algemeen geboycot wordt. En wie zich wel inschrijft, geeft erg weinig informatie prijs."

Neelie Kroes, een van de Europese commissarissen, voert aan dat ze informatie van bedrijven nodig heeft voor een goede besluitvorming.

"Het is juist dat commissarissen de sector die ze reguleren moeten begrijpen. Maar het is erg fout als die sector de beslissingen ongemerkt kan beïnvloeden. De commissie moet een ander consultatiemodel uitwerken dat meer geformaliseerd is.

Het "draaideurprobleem" is daar een onderdeel van. Als een Commissaris goede relaties onderhoudt met een bedrijf, en na zijn of haar ambtstermijn bij dat bedrijf aan de slag kan, dan roept dat vragen op over de relatie tussen beiden tijdens die ambtstermijn. Dat ondermijnt de geloofwaardigheid van de Commissie."

Het boek toont aan hoe bedrijven er routinematig in slagen om wetsvoorstellen aan te passen door te dreigen met banenverlies. Hoe kan tegen dat argument worden ingegaan?

"Er moet natuurlijk gekeken worden of die beweringen kloppen. In sommige gevallen zal de bewering op korte termijn juist blijken. Maar door bijvoorbeeld de transformatie naar een groenere economie af te remmen, kun je op korte termijn wel banen redden, maar verlies je die op middellange of lange termijn. Er zijn zo veel voorbeelden van bedrijven die zich gedwongen zien te sluiten of te verhuizen als een bepaald wetsvoorstel erdoor komt. En wat blijkt? Als ze de lobbystrijd gewonnen hebben, vertrekken ze toch omdat het elders iets goedkoper is om te produceren."

Een van de grootste lobbyveldslagen was het debat rond "Reach", de Europese wetgeving op chemische stoffen. Sinds de stemming van dat voorstel in 2007 is nog geen enkele gevaarlijk chemische stof aangeduid om uitgefaseerd te worden. Is dat een voorbeeld van hoe bedrijven kunnen wegen op de wetgevende macht?

"Reach was een enorme lobbystrijd om het wetsvoorstel te temperen en ook de reikwijdte te verminderen. En toen het wetsvoorstel eindelijk door het parlement was en iedereen dacht dat de grootste strijd voorbij was, kwam er nog een fase waarbij de procedures werden gecompliceerd. Dat toont inderdaad aan hoe obstructief de industriële lobby kan zijn. Sindsdien is er nog een aantal van dergelijke veldslagen geweest. Momenteel woedt er bijvoorbeeld een strijd over de regulering van de financiële markten. Ook hier zie je, nog meer dan in het geval van Reach, het enorme onevenwicht tussen de middelen en mankracht van de industrie en de middelen en mankracht van het middenveld en de vakbonden.

Het aantal amendementen dat voorgesteld werd voor Reach maakt de schaal van de lobbycampagne duidelijk: 1.500 amendementen, die vaak door de lobbyisten geschreven waren maar voorgesteld werden door parlementsleden. Bij sommige lobbycampagnes werden meer amendementen geschreven door de industrie dan door parlementsleden. Wat betreft de richtlijn op de hegdefunds bijvoorbeeld zijn volgens de laatste cijfers die ik hoorde 900 van de 1.600 amendementen die gestemd zijn in de commissie Economische Zaken geschreven door de lobby. Die cijfers zijn onstellend: de sector die gereguleerd moet worden schrijft met behulp van enkele parlementsleden zijn eigen regels. Je kunt je afvragen of dat een gezonde situatie is."

BRON:
IPS

Deel dit artikel