Chevalier als speciaal gezant: 'Het goede voorbeeld geven?'

Opiniestuk in De Standaard van 31 januari 2007 

“Het goede voorbeeld geven”. De uiteenzetting van de vertegenwoordiger van minister De Gucht in de Senaat op 19 december jongstleden loog er niet om. De voornaamste doelstelling van België in de Veiligheidsraad in 2007-2008 is van het beter beheer van de Congolese mijnsector een internationale prioriteit maken.

“Minister De Gucht heeft geregeld te kennen gegeven dat hij groot belang hecht aan goed bestuur en transparantie in de Democratische Republiek Congo, meer bepaald wil hij deze principes specifiek ook toegepast zien op dé sleutelsector van de Congolese economie: de mijnsector. (…) We wensen door zelf het goede voorbeeld te geven en initiatieven te ontwikkelen de weg te tonen voor onze partners. Onze Belgische zetel in de Veiligheidsraad zal een unieke mogelijkheid geven om aan de Belgische inspanningen meer weerklank te geven (…).”

Na jarenlang aandringen op meer aandacht voor de roofbouw in Congo, waren we erg verheugd met deze prioriteitsstelling. Goed beheer van de natuurlijke rijkdommen is in Congo een voorwaarde voor duurzame vrede en ontwikkeling. Maar sinds de aankondiging van de benoeming van Pierre Chevalier als speciaal gezant van de minister voor de VN-Veiligheidsraad, kan wie hoop putte uit deze voluntaristische beleidsverklaring zich best zorgen maken.

Als ondervoorzitter van de groep George Forrest International, gaf Chevalier de laatste jaren een wel heel bijzonder voorbeeld van goed beheer en transparantie in de Congolese mijnsector. In augustus 2005 keurde President Kabila drie megacontracten goed met buitenlandse privé-partners, waaronder de groep George Forrest International (waarin de heer Chevalier zetelt binnen de raad van bestuur). Hiermee deed hij als interim-staatshoofd in één klap 70% van de gekende koperreserves van Congo van de hand. Zodoende ging hij in tegen de aanbevelingen van een onderzoekscommissie van het Congolese overgangsparlement en van internationale experts aangetrokken door de Wereldbank.

Stropers worden de beste boswachters. Is het misschien daarom dat Karel De Gucht geen graten ziet in de benoeming van Chevalier? Of is het omdat hij helemaal niet van plan is om de herziening van deze, voor de Congolese bevolking uiterst nadelige contracten op de internationale agenda te plaatsen?
In zijn opsomming van initiatieven voor goed bestuur en transparantie in de mijnsector ontbreekt het thema van de herziening van contracten. Hij heeft het over de capaciteitsopbouw van de Congolese instellingen, de certificering en tracering van koper en kobalt naar het voorbeeld van wat er in de diamantsector reeds gebeurt en de aanpak van de sociale en ecologische problemen in de sector. Allemaal belangrijke en nuttige initiatieven. Echter, als Congo niet verlost wordt van verbintenissen die zijn kansen op ontwikkeling hypothekeren, dan is dit alles nutteloos.

« Het openbreken van contracten kan leiden tot zeer langdurige juridische procedures waar alleen de advocaten rijker van worden » verklaarde De Gucht onlangs aan MO*-magazine. Is dat noodzakelijk zo? De nieuwe president van Liberia, Ellen Johnson-Sirleaf, slaagde er vorige maand in om, met bijstand van Amerikaanse juristen, een contract tussen de overgangsregering en Mittal-Steel te heronderhandelen. Mittal had optimaal gebruik gemaakt van de zwakke onderhandelingspositie van het door oorlog verwoeste land. Behalve ijzerertsmijnen had het bedrijf ook de haven van Buchanan en de spoorlijn tussen de mijn en de haven in eigendom gekregen. Mittal mocht volgens het contract het ijzererts aan de eigen staalfabrieken verkopen tegen een prijs die het zelf kon bepalen. Hierdoor zou de overheid flink wat licentie-inkomsten en belastingen derven. Het nieuwe akkoord tussen Liberia en Arcelor-Mittal laat de havens en spoorlijn in handen van de overheid, koppelt de ertsprijs aan internationale standaarden en voert sociale en ecologische garanties in.

De nieuwe premier van Congo, Antoine Gizenga, heeft duidelijk gemaakt dat hij alle mijncontracten wil laten herzien zodat zij ook ten goede komen aan de Congolese bevolking. Gizenga moet de volle steun van België krijgen in de schoot van de VN en van de Wereldbank om zijn doel te bereiken. Want de weerstand is enorm, zowel in Congo als internationaal. De regeringsvorming in Kinshasa verloopt moeizaam omdat Gizenga weigert om in zijn regering figuren op te nemen uit de entourage van President Kabila, die in opspraak kwamen omwille van die contracten. Een nieuwe doorlichting van de contracten, die de Wereldbank in 2006 liet maken, wordt geheim gehouden omdat ze “uiterst gevoelige informatie bevat”. Wil onze minister van Buitenlandse Zaken in dit mijnenveld kunnen opereren, dan is het essentieel dat hij vertegenwoordigd wordt door figuren die absoluut ongebonden zijn. Pierre Chevalier, als bestuurder van één van de hoofdrolspelers in de Congolese mijnbouw, is dat niet.

Marc-Olivier Herman, Cel Politiek Broederlijk Delen
Johan Cottenie, Zuiddienst 11.11.11


 

Deel dit artikel