De armere staten moeten meer steun voor hun ontmijningsprogramma’s krijgen, vindt Pax Christi

Op 3 December 2007 is het 10 jaar geleden dat het “Verdrag inzake het verbod op het gebruik, de opslag, de productie en de overdracht van antipersoonsmijnen en inzake de vernietiging ervan” ondertekend werd in Ottawa. Dit verdrag stelt 4 fundamentele humanitaire doelstellingen voorop:

  • -         het universeel verbod op antipersoonsmijnen,
  • -         de vernietiging van de bestaande voorraden,
  • -         het ruimen van de bemijnde gebieden,
  • -         de bijstand van de slachtoffers van antipersoonsmijnen

 


Op 9 mei 2007 werd te Brussel een Conferentie georganiseerd rond die tiende verjaardag, en werd de “oproep van Brussel voor een Wereld zonder Landmijnen” gelanceerd. Tijdens de conferentie rond het thema “Nieuwe vooruitzichten voor een wereld zonder mijnen” werd  teruggeblikt op de verworvenheden  van het verdrag als vooruitgekeken naar uitdagingen voor de toekomst.

 

De verworvenheden zijn als volgt:

  • Momenteel zijn er 153 verdragsluitende staten. Van de 50 landen die antipersoonsmijnen produceerden zijn er nu bijna 35 partij bij het verdrag.
  • Meer dan 40 miljoen antipersoonsmijnen werden reeds vernietigd. 141 verdragsluitende partijen hebben hun voorraad volledig vernietigd.
  • Van de 52 verdragsluitende staten die de aanwezigheid van bemijnde gebieden erkenden, rapporteerden er 7 dat die gebieden reeds volledig ontmijnd zijn.

 

Toch blijven er nog belangrijke uitdagingen:

-         42 staten hebben het verdrag niet geratificeerd en zijn er niet toe toegetreden. Dit zijn Cuba, Noord Korea, India, Iran, Israël, Kazakstan, Kirgizië, Myanmar, Pakistan, Zuid-Korea, Rusland, Syrië, Verenigde Staten, Oezbekistan, Vietnam, Egypte, Libië, Laos, Saudie-Arabië, Palau, Azerbeidjaan, China, Koeweit, Libanon, Marshalleilanden, Micronesië, Mongolië, Marokko, Armenië, Bahrein, Finland, Georgië, Irak, Nepal, Oman, Polen, Singapore, Somalië, Sri Lanka, Tonga, Tuvalu, Verenigde Arabische Emiraten. 6 van deze staten (China, India, Zuid-Korea, Pakistan, Rusland en de Verenigde Staten) hebben naar schatting 160 miljoen antipersoonsmijnen in voorraad. 11 van deze staten hebben gebruik gemaakt van landmijnen sinds 1999, en 13 van deze staten produceren (of behouden deze mogelijkheid) nog steeds antipersoonsmijnen.

-          In het Midden-Oosten, Azië en het Gemenebest van Onafhankelijke Staten zijn er nog steeds weinig staten partij bij het verdrag

-          Het universeel verbod op antipersoonsmijnen wordt bemoeilijkt doordat niet-statelijke actoren antipersoonsmijnen blijven produceren, bewaren en gebruiken.

-          12 staten die het verdrag ondertekend hebben moeten hun voorraad nog vernietigen (15miljoen mijnen)

-          De termijn die in het verdrag bepaald is voor het ontmijnen van bemijnde gebieden is 10 jaar. Voor 20 staten bij het verdrag loopt deze termijn af in 2009, en deze staten zullen dus meer inspanning moeten doen om die termijn te halen.

-          De armere staten moeten meer steun krijgen, zowel voor hun ontmijningsprogramma’s als de bijstandprogramma’s aan slachtoffers van antipersoonsmijnen.

 

Er blijven dus nog belangrijke uitdagingen, maar globaal gezien kunnen we de totstandkoming en de uitvoering van het “verdrag inzake het verbod op het gebruik, de opslag, de productie en de overdracht van antipersoonsmijnen en inzake de vernietiging ervan” als een succesverhaal beschouwen. De essentiële bijdrage geleverd door de (inter)nationale civiele maatschappij, die de hele problematiek op de agenda heeft gezet, mag hierbij allerminst vergeten worden. De activiteiten van Pax Christi hebben ertoe bijgedragen om van België een van de voortrekkers te maken in de strijd tegen de antipersoonsmijnen.

 

De ervaring opgedaan in de strijd tegen de antipersoonsmijnen wordt nu ingezet  in de strijd tegen de clustermunitie, waarvan de gevolgen op humanitair vlak minstens even erg zijn als deze veroorzaakt door landmijnen. Tijdens de recente conferentie van Oslo, waar ook een NGO forum georganiseerd met meer als 100 deelnemende NGOs, gingen 46 van de aanwezige 49 staten akkoord om tegen eind 2008 een Verdrag te sluiten inzake het verbod op cluster-munitie die onaanvaardbaar lijden veroorzaken.

 

Meer informatie: Tim Bogaert

Deel dit artikel