De keerzijde van het terugtrekkingsplan uit de Gazastrook

Sinds een aantal maanden houdt het Israëlische terugtrekkingsplan uit de Gazastrook de internationale gemeenschap in de ban. Met ingehouden adem wordt uitgekeken naar de aanvang van de ontruiming van de nederzettingen. Zullen de nationaal religieuze joodse groeperingen daadwerkelijk geweld gebruiken? Hoe zullen de Palestijnse gewapende groeperingen reageren? De commotie van de afgelopen weken leiden de aandacht af van de hamvraag: is het terugtrekkingsplan een stap in de goede richting? Als de internationale gemeenschap de Israëlische regering ongestoord haar gang laat gaan, kunnen de gevolgen rampzalig zijn. Daarom moet de Europese lidstaten, waaronder ook België, een veel kritischere houding aannemen en een actiever beleid in de regio voeren.


In april 2004 gaf president Bush zijn zegen over het disengagement plan en verklaarde hij dat Israëls terugtrekking tot de grenzen van 1967 niet realistisch is. Hiermee geeft hij Israël de toestemming om de grote nederzettingsblokken op de Westelijke Jordaanoever te annexeren. Ook de andere spelers van het Kwartet: de Europese Unie, de Verenigde Naties en de Russische Federatie, steunen het plan. Toch stemmen zij niet in met Israëls annexatie van de grote nederzettingen. Hun voornaamste beweegreden is de vastgelopen Routekaart naar Vrede nieuw leven in te blazen. De Europese Unie hamert erop dat de Routekaart de basis blijft voor de tweestatenoplossing en niet vervangen wordt door het terugtrekkingsplan. De toekomstige Palestijnse staat moet opgericht worden op de Gazastrook, de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem. Aanpassingen aan de grenzen moeten door beide partijen worden overeengekomen. Israël kan hier niet unilateraal over beslissen.

De Europese Unie houdt vast aan het internationaal recht als leidraad voor een duurzame oplossing van het Israëlisch-Palestijns conflict. Omwille van haar zwakke positie tegenover de Verenigde Staten, de onbetwistbare leider van het Kwartet, weigert ze echter maatregelen te treffen om Israëls respect voor het internationaal recht af te dwingen. De Europese lidstaten willen het politieke proces immers niet verstoren. De vraag die zich echter opdringt is wat de prioriteit geniet: het politieke proces an sich of het perspectief op een duurzame en rechtvaardige vrede in Israël en Palestina? Het terugtrekkingsplan biedt immers noch vooruitzicht op een Palestijnse staat, noch op verhoogde veiligheid voor Israël. Dit zijn nochtans de Europese prioriteiten die ook zijn opgenomen in de Belgische regeringsverklaring.

Sinds hij het plan lanceerde in december 2003, maakte premier Sharon duidelijk dat hij hiermee Israëls dominantie over de Westelijke Jordaanoever wil verstevigen. Regeringsverklaringen bevestigen dat het plan het politieke proces met de Palestijnen ondermijnt en een leefbare Palestijnse staat onmogelijk maakt. Als premier Sharon zijn plannen mag uitvoeren, wordt Palestina een verzameling geïsoleerde enclaves op 50% van de Westelijke Jordaanoever en op de Gazastrook. De Muur maakt de annexatie van de grote nederzettingsblokken mogelijk en wordt op termijn de politieke grens tussen Israël en de Westelijke Jordaanoever. Daarom wordt nu, met name in Oost-Jeruzalem, aan verhoogd tempo aan de Muur gewerkt. Eenmaal de Muur daar voltooid is en de immense nederzetting Ma’ale Adumim aan de Israëlische kant valt, is Oost-Jeruzalem afgescheiden van de Westelijke Jordaanoever. Zo kan het nooit de hoofdstad van de toekomstige staat Palestina worden.

Israëls strategie van het creëren van ‘feiten op de grond’ is bekend bij de Europese Unie. Palestijnse, Israëlische en internationale NGOs en vredesactivisten roepen echter in de woestijn wanneer ze stellen dat Israëls bezetting onomkeerbaar wordt. In talloze rapporten en publieke interventies tonen ze aan dat nu alle aandacht op de Gazastrook gericht is, Israël zijn annexatiebeleid op de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem voortzet. In plaats van de Israëlische regering ter verantwoording te roepen, haalde de Europese Unie het afgelopen jaar haar bilaterale relaties met Israël nog sterker aan. Ook het advies van het Internationaal Gerechtshof in Den Haag over de illegaliteit van de Muur in Palestijns gebied, heeft geen enkele Europese maatregel uitgelokt.

Nochtans zou geloofwaardigheid van de Europese Unie in de regio toenemen indien ze haar relaties met Israël daadwerkelijk op het internationaal recht zou baseren. Dit is uiterst moeilijk, gezien Israëls weigering kritiek te aanvaarden en de bescherming die het geniet van de Verenigde Staten. Bovendien wil de Europese Unie haar bilaterale relaties met Israël niet in het gedrang brengen. Al deze redenen verklaren het passieve optreden van de Europese Unie en haar voorkeur voor ‘constructief engagement’ met Israël. Concreet betekent dit constructief engagement dat de Europese Unie Israël aanzienlijke rechten geeft, maar ervoor terugdeinst verplichtingen op te leggen. Op termijn draagt dit bij tot de onoplosbaarheid van het conflict, omdat Israël wel beloond wordt maar niet gestraft. De Muur wordt echter elke dag langer, en vrede is verder weg dan ooit. Daarom moet de Europese Unie haar beleid tegenover Israël dringend bijstellen. De eerste stap hierin is het terugtrekkingsplan te kaderen binnen een politiek proces dat leidt tot de afbraak van de Muur en de ontruiming van alle nederzettingen.

Deel dit artikel