De strijd tussen Fatah en Hamas: licht aan het einde van de tunnel?

De afgelopen maanden woedde een ongeziene politieke strijd tussen de politieke rivalen Fatah en Hamas. Ongezien, want voor het eerst in de geschiedenis bekampen de Palestijnen elkaar. Voor de Palestijnen is dit een pijnlijk hoofdstuk, dat ze liefst zo snel mogelijk afsluiten. Het akkoord dat midden februari in Mekka werd gesloten, kan soelaas brengen. Voor de buitenwereld is deze interne machtsstrijd volstrekt onbegrijpelijk en bevestigt hij een aantal gemeenplaatsen over het Israëlisch-Palestijns conflict. ‘De Palestijnen kunnen geen eigen staat opbouwen.’ ‘Ze zijn gewelddadig’. ‘Logisch dat Israël hen niet vertrouwt.’ Toch schrijven de recente evoluties zich perfect in de logica van het conflict in.

De interne Palestijnse crisis is niet verbazingwekkend

Dat de vete tussen Fatah en Hamas uit de hand zou lopen, lag vast. Ten eerste is de crisis een logisch gevolg van het Israëlische beleid. Sinds het vredesproces van 1993 creëerde Israël bewust een failed state door zijn economische en militaire wurggreep over de Palestijnse gebieden te verstrakken en de opbouw van functionerende Palestijnse instellingen tegen te gaan. De Palestijnse Autoriteit is sinds haar oprichting in 1994 een regering zonder staat, macht of soevereiniteit. De gevolgen zijn gekend: corruptie, wanbeleid en populaire ontevredenheid. Ten tweede hebben de verkiezingsoverwinning van Hamas in januari 2006 en de internationale reactie hierop de situatie op de spits gedreven. De stopzetting van de internationale hulp aan de Palestijnse Autoriteit heeft de desintegratie van de Palestijnse instellingen versneld. Eens te meer zijn de Palestijnen de speelbal van de Israëlische en internationale politiek. Dit betekent niet dat ze geen verantwoordelijkheid of schuld in de huidige crisis hebben.

Een regering zonder staat

Laat ons eerst ingaan op de rol van Israël. Het Oslo vredesproces was gebaseerd op het principe van ‘land voor vrede’. Dit moest uitmonden in de oprichting van een Palestijnse staat op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, met Oost-Jeruzalem als hoofdstad. Israël schaarde zich echter niet achter de twee-statenoplossing en dreef zijn expansiebeleid ten top. Het verdrievoudigde de nederzettingen, startte het proces van afsluiting van de Palestijnse gebieden en de installatie van checkpoints en verhinderde Palestijnen om naar Israël te gaan werken. Ironisch genoeg verslechterde de situatie voor de doorsnee Palestijn na 1993. Bovendien weigerde Israël de Palestijnse Autoriteit soevereiniteit te verlenen. Ze kreeg geen controle over de Palestijnse gebieden, hoewel ze de administratie over de meerderheid van de Palestijnse burgers had. Israël behield de controle over de belangrijkste functies zoals de controle over water, grenzen, de economie en het grondgebied.

De door Fatah geleide regering kon haar verplichtingen niet waarmaken. Ze moest instaan voor de basisdiensten voor de Palestijnse bevolking maar kon die niet vervullen omwille van Israëls schendingen en het geweld tegen de Palestijnse burgers. Dit resulteerde in ontevredenheid onder de Palestijnse bevolking. Critici zoals wijlen Edward Said zeiden dat de enige functie van de regering was, politieman voor Israël te spelen. De Palestijnse Autoriteit ontwikkelde een bijzonder autoritaire stijl en werd bovendien ook erg corrupt. Palestijnse burgers verloren hun geloof in het vredesproces en beseften dat Israël geen partner voor vrede was. Dit gaf de gewapende groeperingen meer marge en legitimiteit, in de ogen van de bevolking, aangezien de regering niet eens in staat was om de bouw van de nederzettingen te stoppen.

Dansen op een slappe koord

Dit wantrouwen in Fatah resulteerde in de overwinning van Hamas bij de parlementsverkiezingen op 25 januari 2006. De kiezer strafte de regeringspartij Fatah af voor haar corruptie en het falen van het vredesproces. Het deficit van de staatsvorming leidde tot de overwinning van Hamas. Die slaagde er door de internationale isolatie niet in om te regeren. Bovendien verkropte Fatah zijn nederlaag niet. President Abbas gooide olie op het vuur door misbruik te maken van zijn positie als gesprekspartner van de internationale gemeenschap. Die isoleert Hamas zolang die weigert het geweld af te zweren, het bestaansrecht van Israël te erkennen en de voorafgaande akkoorden tussen Israël en de PLO te erkennen. De steun van de internationale gemeenschap, onder de vorm van het Tijdelijk Internationaal Mechanisme, wordt nu via president Abbas gegeven, waardoor zijn positie wordt versterkt. Israël en de internationale gemeenschap ontkennen niet dat dit een bewuste strategie is.

Israël liet zelfs toe dat de veiligheidstroepen van president Abbas bewapend worden. Israëlisch analist Yossi Alpher zei hierover ‘dat dit een burgeroorlog kan ontketenen, maar die is er eigenlijk al en we willen ook dat de ‘good guys’ winnen.’ De Israëlische steun aan Fatah heeft een bijzonder nefaste invloed en dreef het wantrouwen tussen beide partijen op de spits. Ironisch is ook dat Israël Hamas bij zijn ontstaan in 1987 omarmde. Vanaf de jaren 70 stimuleerde Israël, in navolging van het Westen, islamistische groeperingen om een tegenwicht voor de nationalisten van Fatah te bieden. Israël creëerde zo het monster dat het nu tevergeefs probeert te bekampen.

Ondertussen is Hamas, in tegenstelling tot in het begin, niet langer gekant tegen het nationalisme van Fatah en de PLO. Het water tussen beide partijen blijft echter diep. Er zijn maatschappelijke, politieke en ideologische kloven. Maar hét breekpunt is de erkenning van het bestaansrecht van Israël. Fatah verwijt Hamas dat het de Palestijnse maatschappij verder in de vernieling sleurt door zich onbuigzaam op te stellen. Hamas zegt dat Fatah met zijn pragmatische opstelling bij de onderhandelingen niets uit de brand heeft gesleept. Toch probeerden de rivalen sinds mei een akkoord te bereiken over de vorming van een regering van nationale eenheid, in de hoop een einde aan de impasse te stellen. De eerste poging, op basis van het zogenaamde ‘gevangenenakkoord’ van gerespecteerde leiders, zoals de gevangen Fatah militant Marwan Baghouti, liep spaak. Dit bracht beide facties aan de rand van een burgeroorlog.Toch kan het belang van het gevangenenakkoord niet onderschat worden. Het is onaanvaardbaar voor Israël, maar een hele stap vooruit voor Hamas. Hierin schaart de partij zich achter de tweestatenoplossing, binnen de grenzen van vóór 1967, naast Israël, en niet in de plaats ervan, zoals voorheen.
Waarnemers zeggen dat het jammer is dat de internationale gemeenschap zich blindstaart op wat Hamas niet doet, en met name op het feit dat de partij Israël niet expliciet erkent. Zo zegt Fares Kadura van Fatah: ‘Het duurde twintig jaar voor Fatah de stap naar een tweestatenoplossing kon zetten, en bij Hamas maar een paar maanden.’ De leiders van Hamas zagen snel in dat ze flexibel moeten zijn, omdat de Palestijnse bevolking dit verlangt. De bevolking koos voor Hamas omwille van haar harde opstelling, maar tegelijkertijd verwachtte ze dat de leiders hun hardvochtige positie zouden afzwakken. Amerikaans ex-president Jimmy Carter wijst er ook op dat Hamas een hele eind in de goede richting is opgeschoven inzake de zelfmoordaanslagen. In maart 2005 verbond de beweging zich in Cairo tot een unilaterale wapenstilstand en voert ze geen aanslagen meer uit.

Het geweld in de Palestijnse maatschappij vergrootte de crisis

Geweld is een constante factor in de Palestijnse maatschappij. Nooit eerder richtten de Palestijnen hun wapens echter tegen elkaar, en overschreden ze de rode lijn waarvoor wijlen Yasser Arafat en sjeikh Yassin waarschuwden. Palestijns dokter Eyad El-Sarraj bewees dat het buitensporige geweld waaraan de Palestijnen sinds de bezetting van 1967, en zelfs ervoor, onderworpen worden, een impact heeft op hun gedrag en het toenemende inter-Palestijnse geweld. Tijdens de eerste Intifada folterde het Israëlische leger tienduizenden Palestijnen. Onderzoek wees uit dat mannen die gefolterd werden uit zijn op wraak en zich tevens identificeren met hun beul. Niet voor niets worden dezelfde praktijken toegepast in de Palestijnse gevangenissen als in de Israëlische gevangenissen.

De tweede Intifada sloeg diepe wonden in de Palestijnse sociale structuur. Sinds 2000 worden burgers voortdurend geconfronteerd met extreem geweld van het Israëlische leger en is er een steeds groter wordend gevoel van onveiligheid. Dit leidde tot een totale sociale desintegratie waarbij de gewapende groeperingen wel voeren. Zij konden jongeren, in tegenstelling tot de traditionele machthebbers en het vaderlijk gezag, een alternatief aanbieden: het zogenaamde verzet of het gebruik van geweld tegen Israëlische burgers. De ondermaatse prestaties van de Palestijnse Autoriteit en de afwezigheid van een rechtsstaat, droegen ertoe bij dat burgers eerder hun toevlucht zochten bij de gewapende bendes dan bij de staat voor de garantie van hun veiligheid. Deze factoren droegen bij tot de heropleving van de tribale politieke structuren. Samen met de proliferatie van wapens, werd dit een gevaarlijke mix waarbij aanhangers van Fatah en Hamas voor het eerst in de Palestijnse geschiedenis hun toevlucht zochten tot wapens om hun onderlinge geschillen uit te vechten.

Deze strijd bereikte een hoogtepunt in december, na de moord op de drie kinderen van een leider van Fatah en een aanval op premier Haniyeh. Hierna riep President Abbas op tot vervroegde parlementaire en presidentiële verkiezingen. Abbas verklaarde dat hij de macht heeft om de regering te ontslaan, om op die manier een burgeroorlog te vermijden. Hij haalde scherp uit naar Hamas, ‘wiens onrealistische positie in de weg stond van een eenheidsregering’. Hamas beschuldigde de president ervan een staatsgreep te willen plegen. De verkiezingen werden afgewend, maar het geweld barstte toen in alle hevigheid los en kostte aan meer dan 90 Palestijnen het leven.

Kan het Mekka-akkoord een uitweg bieden?

Na Jordaanse en Egyptische onderhandelingspogingen slaagde Saoedi-Arabië erin om beide partijen achter een akkoord over een nationale eenheidsregering te scharen. Politiek leider Khaled Meshal, niet meteen de meest gematigde man binnen Hamas, kwam van Damascus om het akkoord te bezegelen. Vanuit Fatah was Marwan Baghouti de onbetwistbare bruggenbouwer. Als de grote ‘afwezige aanwezig’ op de besprekingen en via Kadura Fares en Khader Skira bemiddelde hij. Het Mekka-akkoord is een stap vooruit, ook al heeft Hamas Israëls bestaansrecht niet expliciet erkend. Ten eerste slaagde Saoedi-Arabië erin om de invloed van Iran, waartoe Hamasleiders hun toevlucht hadden gezocht, te keren en de Palestijnse kwestie naar zich toe te trekken. Ten tweede slaagde de trouwste bondgenoot van de Verenigde Staten in de regio erin om aan te tonen dat de oplossing voor het conflict aan Arabische zijde geldig blijft: twee staten, voor twee volkeren.

Maar alle plooien zijn hiermee niet gladgestreken. Beide partijen hebben erg uiteenlopende verwachtingen. Voor Hamas moet het akkoord een uitweg bieden uit de internationale isolatie en het mogelijk maken om de hulp aan de Palestijnse Autoriteit opnieuw op te starten. Abbas beschouwt het als een eerste stap uit het interne geschil. Hij stelde zelfs dat het akkoord geen verschil uitmaakt voor de internationale gemeenschap, erop alluderend dat de kwestie van het opheffen van de sancties niet aan de orde is zolang Hamas niet voldoet aan de drie internationale voorwaarden. Het volstaat niet dat Hamas Israël in praktijk erkent, het moet ook zijn bestaansrecht erkennen. Volgens Israëlisch vredesactivist Uri Avnery verlangt Israël niet alleen politieke, maar ook ideologische erkenning.

Bovendien staan de nieuwe regering enorme uitdagingen te wachten. Ze moet een oplossing bieden aan de economische situatie, de instellingen terug opbouwen, de chaos in de bezette Palestijnse gebieden herstellen en onderhandelingen aangaan met Israël. Door de internationale boycot en Israëls weigering om taksen en douanegelden door te storten aan de Palestijnse Autoriteit, werden de 165.000 ambtenaren al 10 maanden nauwelijks betaald. Maar bovenaan de agenda staan het herstel van de orde en de noodzakelijke hervorming van het veiligheidsapparaat, een kluwen van milities, bendes, veiligheidsdiensten en politie. Eenmaal de interne chaos bezworen is, kunnen er stappen worden ondernomen om onderhandelingen met Israël aan te gaan met het oog op rechtvaardige vrede. Het valt echter te betwijfelen of Israël daar wel klaar voor is. De initiële reacties op het Mekka-akkoord, naast de voortdurende constante van zijn agressieve kolonisatiebeleid, beloven weinig goeds. Zoals Jimmy Carter, die niet verdacht kan worden van anti-Israëlische sympathieën, aantoont kan er geen vrede komen in Israël en Palestina zolang de bezetting voortduurt.

Brigitte Herremans

Pax Christi DOOR:

Deel dit artikel