Dovenmansgesprek tussen Europese Commissie en ACP-landen

Onderhandelaars van de Europese Commissie en de voormalige Europese kolonies in Afrika, de Caraïben en de Stille Oceaan (ACP-landen) zijn gisteren (donderdag) in Brussel niet dichter bij een vergelijk gekomen over Economische partnerschapsakkoorden. Die EPAs moeten hun onderlinge handel op een nieuwe leest schoeien. De EU wil de akkoorden voor eind 2007 rond hebben, de ACP-landen weigeren zich te laten vastpinnen op een datum.


Eind 2007 vervalt binnen de Wereldhandelsorganisatie (WHO) de “waiver” of uitzondering die de Europese Unie toeliet de ACP-landen de gunstige handelsvoorwaarden toe te kennen die in 2000 waren overeengekomen in de akkoorden van Cotonou. Als de ACP-landen tegen het einde van dit jaar de nieuwe Economische partnerschapsakkoorden niet ondertekenen, komen ze onvermijdelijk terecht in een minder gunstig handelsregime dan het Cotonou-akkoord, benadrukte de Europese Commissie in de aanloop naar de vergadering.

De ministers van de zes ACP-regio’s waren dinsdag en woensdag al in Brussel om de violen gelijk te stemmen. Ze herhaalden hun engagement om alles in het werk te stellen om samen met de Europese unie ervoor te zorgen dat de akkoorden voor 2007 worden toegepast. Tegelijk vroegen ze de Europese Commissie een garantie dat de handelsstromen niet zullen worden verstoord wanneer de akkoorden niet ondertekend zijn voor het einde van het jaar.

Maar EU-Handelscommissaris Peter Mandelson herhaalde in zijn openingsrede opnieuw dat de ACP-landen na 2007 met minder gunstige handelsvoorwaarden moeten rekenen houden als ze de EPA’s niet ondertekenen. Dat zeggen waarnemers die de debatten van donderdag hebben gevolgd.

Europese ontwikkelingsngo’s veroordelen deze onderhandelingsstrategie als een vorm van “chantage”.

De ACP-landen van hun kant hebben herhaald dat ze alles willen doen om tot een goed akkoord te bereiken, zonder zich te laten binden door een deadline. Na de ontmoeting werd geen gemeenschappelijke verklaring gepubliceerd.

Binnen de ACP-groep, die uiteenvalt in vier Afrikaanse regio’s, de Caraïben en de landen in de Stille Oceaan, zijn verschillende geluiden te horen over de noodzaak om te proberen voor 2007 tot een akkoord te komen. “Onze prioriteit is tot een akkoord te komen dat in ons belang is”, zegt Gilles G. Hounkpatin, onderhandelaar voor de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (ECOWAS). “Daarom willen we eerst een beter zicht krijgen van op de impact van de EPA’s op onze economie. We gaan niet om het even wat ondertekenen”.

De groep van Caribische landen daarentegen, streeft naar een “ambitieus akkoord” in 2007. “We hebben ons in de voorbije jaren doodgewerkt en hebben geen andere keuze dan dat te blijven doen”, zegt de Caribische onderhandelaar Junior Lodge”. De alternatieven zijn volgens Lodge in het nadeel van de arme landen. Wanneer de EU een nieuwe “waiver” moet onderhandelen bij de WHO, zal dat onvermijdelijk gepaard gaan met een uitholling van de voordelige handelsvoorwaarden. De voordelen van het Cotonou-akkoord laten schieten, is voor Lodge helemaal geen optie.

“De Cariben streven naar een zo compleet mogelijk akkoord in de korst mogelijke tijd”, zegt Lodge. ”Ons onderhandelingskapitaal is namelijk beperkt. We kunnen de EU alleen toegang tot onze markten aanbieden, en in ruil daarvoor willen we zoveel mogelijk in de plaats krijgen”.

Alle ACP-landen zijn het erover eens dat er een en ander moet worden verduidelijkt voor er sprake kan zijn van een begin van een akkoord. Ze dringen onder meer aan op zeer lange overgangstijden voor het afbouwen van hun tolmuren en de mogelijkheid om de grenzen automatisch weer te sluiten wanneer ze plots overspoeld zouden worden met Europese producten. Ook willen ze meer details over de toekenning van de twee miljard euro die de Commissie heeft beloofd om de competitiviteit van de ACP-economieën te vergroten.

Volgens de Europese ontwikkelingsngo’s hebben de ACP-landen nog niet de instellingen en de middelen om een verregaand handelsakkoord met de Europese Unie in de praktijk te brengen. Ze verwijzen daarbij naar een evaluatierapport dat werd opgesteld door de Economische Commissie voor Afrika van de Verenigde Naties. Zowel de ngo’s als de ACP landen vragen de commissie een signaal te geven dat de handelscondities van Cotonou van kracht zullen blijven wanneer de EPA’s eind 2007 niet rond zijn.

“De Europese ministers zouden de douanediensten de opdracht kunnen geven dat de Cotonou-tarieven ook na 2007 gehandhaafd blijven, om te vermijden dat containers met bloemen en fruit uit Afrika liggen te rotten in de havens”, zegt Marc Maes van de Vlaamse Noord-Zuidkoepel 11.11.11, “Wat er dan bij de WHO gebeurt, valt af te wachten”. Volgens Maes wil de EU niet nog eens een uitzondering vragen bij de Wereldhandelsorganisatie, omdat ze ook in andere onderhandelingen van haar tegenspelers verwacht dat ze zich strikt aan de WHO-regels houden.

De Europese Unie blijft bij haar standpunt dat de EPA’s een beter akkoord zijn voor de arme landen dan het huidige regime van voorkeurstarieven, omdat ze hen opnieuw doen aansluiten bij de Wereldeconomie en regionale economische integratie bevordert. “In de voorbije jaren is het handelsvolume tussen de EU en de ACP-landen alleen geslonken”, zegt Commissiewoordvoerder Adams, “De ACP-landen lopen het risico de boot te missen en alleen te worden achtergelaten op een eiland van grondstoffenhandel. Het huidige systeem moedigt hen niet aan om hun economie te diversifiëren” IPS MDG8 (MC/ADR)

Deel dit artikel