Economische migranten blijven gereedschap

De Europese Commissie heeft een ontwerp van richtlijn klaar voor seizoensarbeid. 11.11.11 vindt samen met een heel aantal andere organisaties en vakbonden dat dit voorstel eerder de uitbuiting van arbeiders in stand houdt dan de bescherming versterkt. We willen dan ook samen nieuwe aanbevelingen formuleren voor de Europese politici.

seizoensarbeidsterMaatschappelijke organisaties dringen sterk aan op een omvattende regeling voor alle economische migranten. Het uitgangspunt daarbij moet zijn: gelijke rechten. Niet alleen onder de verschillende groepen van migranten onderling, maar ook t.o.v. de eigen EU-burgers. Van een degelijk, omvattend en constructief migratiebeleid op Europees niveau is echter helemaal geen sprake.

De EU-lidstaten staan erg op hun strepen om zelf te kunnen bepalen wie ze binnen laten en onder welke voorwaarden. De Europese Commissie koos dan maar voor een voorstel waarbij voor verschillende categoriën van migranten een andere regeling getroffen kan worden, met meer of minder rechten.

Hoog opgeleide migranten, kunnen via het ‘Blue Card’-systeem naar Europa komen. Ze mogen hun gezin meebrengen en hebben uitzicht op verblijf voor langere termijn. Voor hen zetten we de deur dus wagenwijd open. Sommige lidstaten gaan hen zelfs actief recruteren in het Zuiden. Wat dan weer bijdraagt aan de zogenaamde ‘brain drain’, het verlies van waardevolle werkkrachten die men in het Zuiden zelf broodnodig heeft.

Korte termijn

Hoewel de nood aan lager opgeleide arbeidskrachten in de EU minstens even nijpend is, komt men voor deze groep niet verder dan een regeling voor seizoensmigranten. Op papier wil de Commissie uitbuiting van werknemers aanpakken en duidelijke Europese standaarden invoeren. Een EU-richtlijn zou bijvoorbeeld in de groenten- en fruitteelt in Zuid-Europa een stap vooruit betekenen. Maar de lat wordt zo laag gelegd dat er allerlei nieuwe problemen, onder andere van sociale dumping, kunnen ontstaan.

Zo spreekt de richtlijn enkel van ‘aangepaste’ huisvesting, zonder te vermelden aan welke standaarden deze moet voldoen of wie ervoor verantwoordelijk is. Ook eist de richtlijn dat de migrant gedekt is door een ziekteverzekering, maar opnieuw is onduidelijk of de werkgever hiervoor moet zorgen of de migrant zelf een (dure) privéverzekering moet afsluiten.
Op deze manier kan de huidige praktijk, waarbij sommige werkgevers allerlei ‘kosten’ afhouden van de (lage) lonen van de arbeiders onverminderd verder gaan.

Met betrekking tot arbeidsrechten stelt de richtlijn dat enkel collectieve arbeidsovereenkomsten die universeel geldig zijn, van toepassing zijn voor seizoensarbeiders. In sommige lidstaten zijn CAO’s niet universeel geldig, maar ook elders zouden collectieve afspraken op sector- of bedrijfsniveau dan per definitie niet gelden voor seizoensarbeiders. Op die manier installeert men binnen dezelfde sectoren en bedrijven een discriminatie tussen seizoensarbeiders en andere werknemers.

Vage definitie

Een ander belangrijk probleem is de definitie van seizoensarbeid. De definitie is heel ruim en vaag, wat toelaat om vast werk te vervangen door (goedkopere) seizoensarbeid. Men zou bijvoorbeeld bouwvakkers voor zes maanden kunnen laten overkomen en steeds vervangen door nieuwe krachten, in plaats van hen een vast contract te geven. Bovendien kan elke tijdelijke piek in werk aangegrepen worden om mensen voor enkele maanden te laten overkomen.

Gezien de ingebouwde discriminatie in het voorgestelde systeem, vragen middenveldorganisaties dat er een veel betere en scherper afgebakende definitie zou komen komen van seizoensarbeid.

bouwvakkerKortom, de Europese voorstellen gaan meer in de richting van het legaliseren van uitbuiting dan dat ze een effectieve bijdrage zouden kunnen zijn om uitbuiting te verminderen. Het hele voorstel vertrekt ook vanuit de veronderstelling dat het per definitie aangewezen is om mensen voor korte periodes naar Europa te halen, wat in gaat tegen de hele idee van integratie waar anders zo op wordt gehamerd. Men denkt te kunnen voorkomen dat mensen zich hier zouden vestigen, door hen te beloven dat ze drie maal voor een periode van zes maanden terug mogen komen werken, als ze tussendoor braaf terug naar huis gaan. Alsof het feit dat mensen zich willen vestigen op zichzelf een probleem zou zijn. Politici verwijzen al te gemakkelijk naar het ‘mislukken’ van de gastarbeidersprogramma’s uit de jaren ’60-’70. Maar niet het feit dat gastarbeiders hier gebleven zijn is de oorzaak van de slechte sociale en economische situatie van heel wat migranten en hun kinderen, wel het totale gebrek aan een integratiebeleid in de voorbije decennia. Men maakt misbruik van de sociale situatie van vorige generaties migranten om een kortetermijnaanpak te promoten.

Fout uitgangspunt

Middenveldorganisaties zijn er helemaal niet van overtuigd dat het huidige voorstel sociale problemen in de toekomst zou kunnen voorkomen, maar vinden het ook principieel een fout uitgangspunt. Onderzoek toont aan dat migranten die meer vrijheid hebben om heen en terug te gaan naar hun partnerland, zonder daartoe gedwongen te worden, dit ook vaker doen.
Tenslotte sluit de richtlijn alle in de EU aanwezige migranten uit van haar toepassing (enkel wie een aanvraag doet in zijn eigen land komt in aanmerking). Het voorstel zal m.a.w. geen oplossing bieden voor de vele migranten of vluchtelingen die niet toegelaten worden tot de arbeidsmarkt en die (vaak in het zwart) moeten werken tegen een hongerloon. Een bijdrage aan het verminderen van zwartwerk en uitbuiting mogen we van deze ontwerprichtlijn dan ook niet verwachten.
De Europese voorstellen i.v.m. seizoensarbeid voldoen volgens 11.11.11 helemaal niet aan criteria voor wat we een duurzaam migratiebeleid zouden kunnen noemen. Het uitgangspunt op zich suggereert al duidelijk dat men seizoensarbeiders beschouwt als makkelijk vervangbaar gereedschap.

Koen Detavernier

www.11.be/migratie

Deel dit artikel