Een bijenkorf op de Keniaanse hoogvlakte

Nairobi, dinsdag 22/1/07 – De zon slaat ongenadig toe. Het Kasarani-stadion ligt tien kilometer buiten Nairobi midden in de Keniaanse hoogvlakte. De enorme sportinfrastructuur is sinds gisteren een ware bijenkorf. Alle niveaus van de tribunes werden omgetoverd tot conferentiezalen. Honderd en één workshops en seminaries van het Wereld Sociaal Forum 2007 gaan onophoudend door op en rond het stadium. Tussen de ontelbare tentjes, waar deelnemende organisaties zich tentoonstellen, volgt de ene optocht de andere op: Indische ‘untouchables’ marcheren stil en waardig voor hun rechten, Zuid-Afrikaanse vrouwen zingen en dansen tegen de uitverkoop van hun continent, jongeren van het Slum Magic Circus laten zien welk talent er in de sloppenwijken van Nairobi schuilt.

De partnerorganisaties van Broederlijk Delen zijn aanwezig op veel: van kleine strategische workshops tot een panel met een winnaar van de nobelprijs voor vrede in het grootste auditorium. Na een overleg van de civiele maatschappij van Burundi, Rwanda en Congo rond de monitoring van hun regeringen, ga ik naar een sessie over de samenwerking tussen China en Afrika. Dat thema is voor mij van belang omdat België het spook van de Chinese concurrentie telkens opvoert als we maatregelen naar voor schuiven om een einde te maken aan de wanpraktijken van onze bedrijven in de Congolese mijnsector.

“I speak as a meat ball”

Wat voorgesteld werd als een initiatief van het China ngo Network for International Exchanges lijkt een PR-offensief van de Chinese regering. Op het voorblad van de brochure die uitgedeeld wordt prijkt president Hu Jintao. In de uiteenzettingen is er helemaal geen kritiek over het Chinees optreden in Afrika. De “vriendschap en samenwerking met onze Afrikaanse broeders” en “steun in de strijd tegen Westers colonialisme” staat op de voorgrond. Maar de Afrikaanse audiëntie laat zich niet overtuigen. “I speak as a meat ball” zegt een Tanzaniaan. “Afrika is een vleesballetje en jullie nemen het uit de mond van het Westen om die zelf op te peuzelen.” Activisten uit alle hoeken van Afrika treden hem bij met sombere verhalen over de slachtoffers van de Chinese ‘broederschap’: mijnwerkers in Zambia, kleine handelaars in Dar Es Salaam, arbeiders in Angola, hele bevolkingsgroepen in Zimbabwe, Tchad en Sudan. Mijnheer Cui Jianjun, de coördinator van de Chinese “NGO’s”, spartelt tegen en verheft zijn stem. “Afrika kan niet ingaan tegen de globale trend. You will loose, loose, loose.” Maar hij wordt de mond gesnoerd door zijn verbijsterde Afrikaanse broeders. Van Chinese ngo’s hoeft de Chinese regering niet veel te vrezen, maar de Afrikaanse civiele maatschappij wordt een harde noot om te kraken.

Als ik het seminarie verlaat scandeert onder de middagzon een groep Ethiopia out of Somalia! Afrikanen moeten zich niet alleen tegen Chinese en Westerse lekkerbekken verzetten, denk ik dan, ook Afrikaanse leiders lusten vleesballetjes in hun soep.

Marc Olivier Herman

Deel dit artikel