Een nieuw begin voor Congo

Een nieuw begin voor Congo

Congo beleefde op 6 december een historisch moment : voor het eerst sinds de onafhankelijkheid legde een president, verkozen met algemeen stemrecht, de eed af. De televisiecamera's zoomden in op het jonge staatshoofd en de vele buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders, waaronder verscheidene Belgische ministers. Hierdoor dreigde de ware held van de dag - het Congolese volk - in de schaduw te blijven . Na vier decennia dictatuur en oorlog hebben de Congolezen door hun rust en vastbeslotenheid, de overgang naar democratie beschermd tegen de grillen van de presidentskandidaten.

De Congolese verkiezingen zijn in vele opzichten voorbeeldig verlopen: een bijna vlekkeloze organisatie over het hele grondgebied ondanks logistieke uitdagingen zonder voorgaande, een onberispelijk optreden van de overgrote meerderheid van kiespersoneel en politiemensen, een massale deelname van de bevolking in de meeste provincies en een totale transparantie in alle stadia van het kiesproces, van de opening van de kiesbureaus tot het samentellen van de resultaten. Deze beoordeling is gebaseerd op meer dan 8000 verslagen van nationale en internationale waarnemers van de Congolese en Europese niet-gouvernementele organisaties verspreid over het hele land. Weliswaar hebben de waarnemers onregelmatigheden vastgesteld: misbruik van bijzondere electorale lijsten, schendingen van de richtlijnen voor de begeleiding van analfabete kiezers, abnormaal hoge deelnamepercentages in een aantal kiesbureaus... Maar de stembusgang afkraken met woorden als «voddenverkiezingen » of « electorale hold-up » is het Congolese volk beledigen. Apparatsjiks van het Mobutu regime als Honoré Ngbanda verspreiden dit soort discours vanuit Europa. Jammer genoeg slikken vele Congolezen in België dit voor zoete koek. De zwakke plekken van het systeem moeten vóór de komende lokale verkiezingen verholpen worden. De Congolezen bevrijden uit de greep van de geruchtencultuur is een werk van lange adem.

Na het aantreden van de nieuwe president begint het eigenlijke werk. De uitdagingen zijn nauwelijks te overzien: de chronische onveiligheid in het Oosten aanpakken, drinkbaar water, gezondheidszorg en onderwijs toegankelijk maken voor alle Congolezen, wegen bouwen, de overheidsdiensten rehabiliteren, paal en perk stellen aan straffeloosheid en corruptie, de hervorming van het leger tot een goed einde brengen, de landbouw aanzwengelen, exploitatie van de natuurlijke rijkdommen en duurzame ontwikkeling verzoenen... Is president Kabila opgewassen tegen deze taak? Natuurlijk zou het fout zijn om alle verantwoordelijkheid op zijn schouders te leggen. Ook de nieuwe regering, de parlementsleden en de provinciaal verkozenen zullen snel moeten bewijzen dat ze voor de heropbouw van het land werken. « Wat u ook doet, waar u ook gaat, Excellenties en Edelachtbaren, u mag nooit vergeten dat uw kiezers naar u kijken » schrijft Patient Bagenda, één van de boegbeelden van de Congolese civiele maatschappij, in een brief aan de verkozenen. « Het zijn zij die u vandaag verheven hebben, die u morgen zullen neerhalen als u zo onvoorzichtig bent om te gaan waar zij niet willen. » Op 6 december wachten de Congolezen niet op de komst van Sinterklaas. Ze willen een nieuwe start voor hun land.

Minister van ontwikkelingssamenwerking Armand De Decker kondigde al bijkomende steun aan de verkozen president en zijn regering aan. Kan meer Belgische hulp de gehoopte nieuwe start bespoedigen? Ja, indien deze gepaard gaat met verhoogde eisen op het vlak van transparantie en goed bestuur. Zo niet dreigt ons geld de regering te onttrekken aan de controle van het parlement in plaats van de nieuwe democratische instellingen te versterken. België moet ook kordaat durven optreden tegen de buurlanden van Congo, in het bijzonder Oeganda en Rwanda. Netwerken uit deze landen spelen een belangrijke rol in de wapentrafieken en de plundering van de natuurlijke rijkdommen, die de onveiligheid in het Oosten in stand houden en de stabiliteit van heel het land hypothekeren.

Het wantrouwen van vele Congolezen tegenover de internationale gemeenschap is groot, ook al werd de steun aan de verkiezingen en de tussenkomst van de Europese vredesmacht op prijs gesteld door de bevolking. Om van zijn goede bedoelingen te overtuigen, zal België, net als andere landen die de transitie begeleidden, meer moeten doen dan alleen meer hulp geven. De mijncontracten, die veel westerse bedrijven binnenrijfden tijdens de oorlogsjaren en de transitie, zijn zo éénzijdig in hun voordeel dat Congolezen dit als een schandaal beschouwen. Deze deals dragen grote delen van het nationaal patrimonium van Congo over aan de privé-sector zonder garantie dat het land hiervoor adequaat vergoed wordt. Een onderzoekscommissie van het overgangsparlement beval de herziening van deze contracten. Voor minister De Gucht is dit echter niet prioritair omdat « het openbreken van contracten kan leiden tot zeer langdurige juridische procedures waar alleen de advocaten rijker van worden ». Ondanks de grote scepsis van experten hierover, investeert hij liever in een systeem dat het traceren van Congolese grondstoffen mogelijk moet maken. Een dergelijke houding dreigt het wantrouwen van de Congolezen alleen maar te versterken.

De nieuwe Congolese machthebbers en hun internationale partners hebben veel beloftes waar te maken. Oppositieleider Jean-Pierre Bemba, die 42% van de stemmen op zijn naam wist te schrijven, beloofde bij het aanvaarden van zijn nederlaag een « sterke en republikeinse oppositie ». De waakzaamheid van een dergelijke oppositie is geboden.

Marc-Olivier Herman
Stafmedewerker van Broederlijk Delen en voorzitter van het Centraal-Afrika overleg van 11.11.11. De auteur was coördinator van de electorale observatiemissie in Congo van EurAc, het Europese NGO-netwerk voor Centraal-Afrika
http://www.eurac-network.org/, http://www.broederlijkdelen.be/

Broederlijk Delen DOOR:

Deel dit artikel