Een politieke aardverschuiving in Israël?

De afgelopen maanden vonden er een aantal opmerkelijke politieke verschuivingen plaats in Israël. In augustus startte premier Sharon, ondanks de tegenstand binnen zijn partij Likoed, met de terugtrekking uit de Gazastrook. Ook binnen de Arbeiderspartij laaiden de gemoederen hoog op toen Amir Peretz in november de verkiezingen voor het voorzitterschap won. Hierdoor was premier Sharon genoopt zich van Likoed af te scheuren en zijn eigen partij ‘Kadima’ op te richten. Dit betekent dat er vervroegde verkiezingen komen in maart 2005, vlak na de Palestijnse parlementsverkiezingen. De vraag is of deze ontwikkelingen het vredesproces een nieuwe wending kunnen geven? De Palestijnse zelfmoordaanslag op 5 december in de badplaats Netanya, wees erop dat de veiligheid van de Israëlische bevolking er niet op vooruit is gegaan.

Het vertrek van premier Sharon uit Likoed zat er al een tijd aan te komen. Sinds Sharon het terugtrekkingsplan uit de Gazastrook bekendmaakte, beschuldigden partijgenoten hem ervan te verzaken aan de fundamenten van zijn partij. Likoed, dat voor het eerst aan de macht kwam in 1977, is immers de erfopvolger van Heroet, een partij die pleitte voor de verovering van heel ‘Eretz Israel’ : van de zee tot de Jordaanrivier, of zelfs verder. Voor de extremistische vleugel binnen de partij is het ongeoorloofd dat Sharon de Gazastrook opgeeft, ook al is dit een strategie om Israëls controle over bijna 50 percent van de Westelijke Jordaanoever te verzekeren. Een tweede reden voor het vertrek van Sharon, was de overwinning van Amir Peretz op Shimon Peres als voorzitter van de Arbeiderspartij. Peretz dringt erop aan dat zijn partij uit de regering stapt omdat de coalitie met het rechtse Likoed onverzoenbaar is met zijn idealen.

Er restte Sharon geen andere optie dan Kadima, ‘Voorwaarts’, op te richten. Deze partij wordt als centrumrechts beschouwd en geniet nu ook de steun van de eeuwige verliezer Shimon Peres. Toch is het hoogst onwaarschijnlijk dat Sharon een gematigder koers vaart. Hij wil het terugtrekkingsplan, dat de steun van de Verenigde Staten geniet, verder zetten. Het doel is enkele kleine nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever te ontmantelen om de controle op de grote nederzettingen en Oost-Jeruzalem te vergroten. Aangezien dit niet langer binnen Likoed kon, richtte Sharon een ander platform op. Hij wijst zijn achterban erop dat dit terugtrekkingsplan puur tactisch is en hij de expansie van Israël genegen blijft.

Het aantreden van Amir Peretz, een vaksbondsleider van Marokkaanse afkomst, luidt daarentegen wel veranderingen aan. Door zijn afkomst en professioneel verleden, ziet Peretz andere prioriteiten dan Sharon, onder meer sociale rechtvaardigheid onder de Israëlische bevolking. De situatie van armere Israëlische gemeenschappen is immers achteruitgegaan, gezien de regering vooral investeerde in defensie en de nederzettingenexpansie. Peretz heeft ook een gematigdere visie op het conflict met de Palestijnen. Hij wil finale status onderhandelingen over Jeruzalem, de nederzettingen, de grenzen en de vluchtelingen. Maar tegelijkertijd gaf hij reeds de goedkeuring voor de bouw van woningen in de nederzetting Ma’ale Adumim. Hij verklaarde dat die deel uitmaakt van Jeruzalem, de ‘eeuwige en ondeelbare’ hoofdstad van Israël.

Hoewel er hiermee opnieuw een oppositiepartij in de Israëlische politiek is, blijft de kans klein dat dit een wezenlijke verandering in het Israëlisch-Palestijns conflict teweeg zal brengen. Bovendien is de kans groot dat de partij van Sharon de verkiezingen wint en noodgedwongen een coalitie aangaat met de Arbeiderspartij. Sharon zal zijn unilaterale plan doorvoeren: de politieke grenzen van Israël vastleggen en de Palestijnse staat mogelijk minimaliseren. Eén van zijn woordvoerders wees erop dat het streefdoel niet meer ‘land voor vrede’ van Oslo is, maar ‘veiligheid voor onafhankelijkheid.’ Voor de Palestijnen is dit onaanvaardbaar omdat dit betekent dat Israël zijn schendingen van het internationaal recht bestendigt en een hypotheek legt op de leefbaarheid van een toekomstige Palestijnse staat.

De Israëlische verkiezingen zijn pas over vier maanden gepland, toch woedt er reeds een hevige verkiezingsstrijd. Dit bleek uit de politieke reacties op de aanslag in Netanya. Sharon en minister van defensie Landau, die nu ijvert om het voorzitterschap van Likoed, pleegden onmiddellijk spoedoverleg. Ze besloten de buitengerechtelijke executies van leiders van de Islamitische Jihad, die de aanslag opeiste, te hervatten. Daarnaast deelden ze mee dat het leger niet zal aarzelen om woonwijken in de Gazastrook te bombarderen als er nog raketten worden afgevuurd. Sharon maakte meteen komaf met speculaties over een zachtere aanpak; hij blijft ‘Mr. Security’. Ook Amir Peretz, die vreest afgerekend te worden op zijn gebrek aan ervaring in het domein van veiligheid, schaart zich achter een militair optreden. Al wie op politiek vlak iets te betekenen heeft, moedigt een harde aanpak tegen de Palestijnen aan.

In Israël laait het debat over veiligheid opnieuw hoog op en dit wordt, veel meer dan de socio-economische situatie, hét verkiezingsthema. Eén van de veelgehoorde stellingen is dat zolang het zogenaamde veiligheidshek op de Westelijke Jordaanoever niet voltooid is, er aanslagen zullen blijven komen. Daarom is het een prioriteit dat de constructie zo snel mogelijk wordt voltooid. Anderen vrezen dat de collectieve bestraffing van de Palestijnse burgerbevolking zal bijdragen tot het electorale succes van die andere extremistische groepering, Hamas. Op 25 januari 2006 vinden de langverwachte Palestijnse parlementsverkiezingen plaats. Hier zal Hamas voor het eerst aan deelnemen. Een kritische Israëlische journalist Gideon Levy, stelt dat het optreden van het Israëlische leger koren op de molen van Hamas is en de massale opsluiting van het Palestijnse volk niet meer maar minder veiligheid voor de Israëlische burgerbevolking creëert.

De huidige Israëlische veiligheidsaanpak faalt, onder meer omdat onder het mom van veiligheid aan expansie wordt gedaan. Dit bevestigde het Internationaal Gerechtshof in Den Haag in zijn advies over de Muur in de Palestijnse gebieden. Israël heeft het recht een muur te bouwen, maar dan op de grens. De Muur zoals die nu wordt gebouwd, met het doel de grote nederzettingen en Oost-Jeruzalem bij Israël in te lijven, is illegaal. Bovendien strookt dit project ook niet met de veiligheidslogica van de Israëlische regering die beweert dat de Muur het enige alternatief is om de veiligheid van haar burgers te garanderen. In beschouwing genomen dat ze alle Palestijnen als potentiële terroristen ziet, is het niet bepaald veilig dat méér dan 200.000 Palestijnen zich aan de westelijke, Israëlische kant van de Muur bevinden.

De vraag is of politici zoals Amir Peretz ooit de moed zullen hebben om het traditionele veiligheidsdiscours te betwisten en een link te leggen tussen de veiligheid en het welzijn van het Israëlische en Palestijnse volk. Een alternatief dat gebaseerd is op de rechten van beide volkeren, zou een wezenlijke stap vooruit zijn in de richting van vrede.

Brigitte Herremans is medewerkster Midden-Oosten bij Broederlijk Delen en Pax Christi. Dit artikel verscheen op 14 december in Tertio.

Deel dit artikel