EU-ACP parlementsleden in Tenerife: 'Dit is geen politiek toerisme'

Eind maart kwamen parlementsleden van de Europese Unie en de ACP-landen - een groep landen uit Afrika, de Cariben en de Stille Oceaan - in Tenerife samen om de relaties tussen beide regio's te bespreken. De zogenaamde ACP-EU Joint Parliamentary Assembly, met Louis Michel als co-voorzitter, vertegenwoordigt meer dan 1,5 miljard mensen.

Hoewel de Joint Parliamentary Assembly (JPA, gemeenschappelijke parlementaire vergadering) al bijna een halve eeuw bestaat, is ze nauwelijks gekend bij het grote publiek. De echte beslissingen inzake EU-ACP-relaties worden dan ook op ministerieel en diplomatiek niveau genomen. Toch is dat gebrek aan aandacht onterecht, vindt Europarlementslid en voormalig Europees Commissaris voor Ontwikkelingssamenwerking Louis Michel (MR). ‘De continue vranke en open dialoog die hier gevoerd wordt, is van onschatbare waarde voor de samenwerking tussen de EU en de ACP.'

Sarah Delputte, die de rol van de JPA onderzoekt aan de Universiteit Gent, treedt Michel bij. Delputte: ‘Omdat de JPA geen bindende macht heeft, is haar invloed op het beleid moeilijk te meten. Dat neemt niet weg dat de JPA gestaag aan invloed heeft gewonnen.'

Die tendens zet zich verder in de tweede herziening van het Cotonou-akkoord, dat de samenwerking tussen de EU en de ACP vastlegt. Die herziening zal begin juni in de Burkinese hoofdstad Ouagadougou ondertekend worden. Nieuw is dat de JPA, die toeziet op de uitvoering van het Cotonou-akkoord, nu ook expliciet erkend wordt als forum voor de bespreking van de regionale en landenstrategiedocumenten, het Europees Ontwikkelingsfonds en de Economische Partnerschapsakkoorden (EPA's).





BRON:
MO* Magazine

Deel dit artikel