G-eef 8! Waarom de vredesbeweging actie voert tijdens de G8-top in Duitsland.

Als we het over de G8 en globalisering hebben, denken we meestal aan wereldhandel, internationale geldstromen en instellingen zoals het IMF, de Wereldbank of de Wereldhandelsorganisatie. De globalisering kent echter ook een militaire arm. Zoals de New York Times' columnist Thomas Friedman stelde: "The hidden hand of the market will never work without a hidden fist - McDonald's cannot flourish without McDonnell Douglas, the builder of the F-15. And the hidden fist that keeps the world safe for Silicon Valley 's technologies is called the United States Army, Air Force, Navy and Marine Corps." De bestaande wereldorde wordt met militaire middelen gehandhaafd.

Op 1 juni, vlak voor de start van de G8-top, verzamelt de vredesbeweging aan de Bombodrom in Duitsland. De Bombodrom is een militair terrein dat heringericht wordt tot het grootste oefenterrein voor luchtbombardementen in Europa. Het wordt een essentiële plaats voor de voorbereiding van militaire interventies van de NAVO en de EU. De rechtstreekse impact van de G8 op militaire thema's is klein en ze komen slechts sporadisch op de agenda voor. Maar net zoals bij economische thema's moet je de militaire thema's in de mondiale context bekijken: wat is militaire mondialisering?


Militaire macht is gebaseerd op vuurkracht en mobiliteit. Wie op een bepaalde plaats een grotere vernietigingskracht kan concentreren dan de vijand, wint de veldslag. Op wereldschaal de baas spelen, betekent deze vuurkracht zeer mobiel maken door ze een grotere reikwijdte te geven en door ervoor te zorgen dat snel grote volumes verplaatst kunnen worden. 'Power projection' is het sleutelwoord, of 'het globaal kunnen verplaatsen van militaire macht'.

De V.S. beschikken over het grootste en machtigste militaire potentieel in de geschiedenis. Daar is geen discussie over. Hun oorlogsschepen heersen over de oceanen. Hun raketten en bommenwerpers kunnen doelen raken op elk continent. Honderdduizenden manschappen zijn overzee gestationeerd. Veel landen voeren oorlog maar de V.S. zijn uniek door zowel de omvang als de kracht van hun militair potentieel en omdat ze geneigd zijn dit potentieel ook daadwerkelijk in te zetten. Om snel hun militaire macht te kunnen verplaatsen heeft de VS een wereldwijd netwerk van basissen. De officiële lijst bevat 702 militaire basissen maar vertoont ook een aantal opvallende hiaten. Het werkelijke aantal ligt vermoedelijk rond de duizend.

Sinds de VS met de Iraanse revolutie in 1979 haar belangrijkste militaire uitvalsbasis in de Perzische Golf verloor, ontwikkelde ze een tweede vorm van snelle militaire interventie die onafhankelijk was van andere landen: the aircraft carrier strike groups. Zulk een groep is een vloot georganiseerd rond een vliegdekschip, aangevuld met andere schepen en een onderzeeër om het geheel tegen aanvallen vanuit de lucht en over of onder water te kunnen verdedigen.

Een derde vorm van snelle militaire interventie zijn de 'prepositioned forces' of vooruitgeschoven troepen. Op schepen en in stockageplaatsen aan land in Europa, het Midden-Oosten en de Pacific is militair materieel gestockeerd voor volledige brigades. Op deze manier wordt de tijd voor inzet sterk verkort. De Irak-oorlog toonde ons hoe dit in praktijk functioneert. Europa vormt een belangrijke vooruitgeschoven uitvalsbasis richting Midden-Oosten.

Dit streven om zich een globale militaire arm te verschaffen, vinden we ook elders terug. In de NAVO wordt gewerkt aan de NATO Response Force. Dit is een snelle interventiemacht van 21000 soldaten die binnen een week tot een maand inzetbaar moeten zijn en dertig dagen lang zware gevechten moet kunnen doorstaan. Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hebben elk op zich een beperkte interventiecapaciteit. Ze hebben vliegdekschepen (zonder vliegdekschepen had het Verenigd Koninkrijk nooit de Falkland-oorlog kunnen uitvechten) en militaire basissen of ondersteuningspunten elders.
Heel deze militaire infrastructuur vormt de militaire onderbouw van de globalisering.

Om deze globale militaire inzet te legitimeren, worden sinds het einde van de koude Oorlog twee politieke verantwoordingen gegeven. Eerst was er het verhaal van de humanitaire interventies. Massale mensenrechtenschendingen moeten tegengehouden worden door militaire interventie. Of dit ook werkt doet er weinig toe. Er wordt geteerd op het gevoel dat er toch 'iets' gedaan moet worden. Op 11 september 2001 werd de nieuwe legitimatie geboren: de strijd tegen het terrorisme. De VS lieten sindsdien het humanitaire verhaal grotendeels varen. De strijd tegen het terrorisme laat als legitimatie veel robuustere militaire avonturen toe.

Men kan zich de vraag stellen of deze doelstellingen wel de echte zijn. Uiteindelijk is dit militaire systeem er vooral op gericht om de bestaande economische verhoudingen en de machtspositie van de rijkste landen te handhaven. Onder de retoriek schuilen vaak mercantiele bedoelingen: de aanvoer van grondstoffen en olie garanderen, de eigen invloedssfeer in stand houden, zowel politiek als commercieel, enz. Wanneer een land op fundamentele wijze tracht te raken aan deze machtsverhoudingen, zal er snel een officiële reden gevonden worden om hier op militaire wijze een einde aan te maken. De huidige militaire globalisering is gewoon een voortzetting van het kolonialisme. Het vormt de donkere, weinig zichtbare zijde van de globalisering. De werkelijke machtsverhoudingen worden nog altijd economisch én militair bepaald. De G8 is hier een duidelijke afspiegeling van. Het is een jaarlijkse bijeenkomst van de regeringsleiders van de zeven rijkste landen (de G7: VS, Japan, Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Italië en Canada ) en sinds enkele jaren ook Rusland. De resoluties van de Veiligheidsraad rond massavernietigingswapens en terrorisme werden eerst besproken binnen de G8. De huidige terrorismepolitiek die via de EU wordt uitgevoerd, is oorspronkelijk vormgegeven binnen de G8. Tijdens de Kosovo-oorlog was de G8 het forum waar Rusland en de G7 onderhandelden over de Veiligheidsraadresolutie en het wapenstilstandsakkoord dat aan Milosevic werd voorgesteld. Eerst doen de machtigste landen aan onderlinge consensusvorming, daarna krijgen de andere deze consensus via de internationale instellingen geserveerd.

Zes landen van de G8 behoren tot de top tien van wapenuitvoerende landen. 89% van de wapenuitvoer naar ontwikkelingslanden gebeurt door de VS, Rusland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland. Als de G8 iets aan gewapende conflicten willen doen, hebben zij een efficiënter machtsmiddel dan het sturen van militaire interventietroepen: het stoppen van de wapenuitvoer. Bovendien is de economische politiek en de energiehonger van de G8-landen een bron van heel wat conflicten. De militaire interventiecapaciteiten die zij uitbouwen, dienen vooral om wereldwijd hun belangen te verdedigen. Het humanitaire sausje waarmee dit opgediend wordt, is louter verpakking.

Deel dit artikel