In de schaduw van Thomas Sankara

Op 15 oktober herdenkt de wereld de twintigste verjaardag van de moord op de revolutionaire president Thomas Sankara. In zijn land Burkina Faso wordt door een deel van de bevolking ook wat anders herdacht: twintig jaar democratie met president Blaise Compaoré.

‘De revolutie, dat waren nog eens tijden,’ zucht Béatrice. ‘Nu met de democratie, lukt er niets.’ Nostalgisch praat ze over president Thomas Sankara, net als zovele jongeren in Burkina Faso. In het droge land aan de rand van de Saharawoestijn dat steevast onderaan de internationale welvaartsstatistieken bengelt, dromen sommigen hardop van een tweede revolutie.

Ondertussen beroert de bloedige machtswissel van 15 oktober 1987 er nog steeds de gemoederen. Als reactie op de internationale aandacht voor Sankara, vieren de medestanders van president Blaise Compaoré twintig jaar democratie. Erg democratisch is die nochtans niet aan de macht gekomen. Twintig jaar geleden liet Compaoré, de nummer twee van het toenmalige revolutionair regime, zijn vriend en leermeester Sankara uit de weg ruimen. Wat er precies gebeurde weet niemand. ‘Een natuurlijke dood gestorven’ luidde de officiële verklaring op zijn overlijdensakte.

Zijn plotse overlijden heeft de charismatische kapitein tot volksheld van mythische proporties gebombardeerd. Hij wordt vergeleken met Che Guevara en Patrice Lumumba, in de jaren zeventig grote voorbeelden voor de jonge Sankara zelf. In het toenmalige Opper-Volta verzette hij zich met woord en daad tegen het autocratische en onpopulaire regime. De jonge militair speelt een rol bij twee staatsgrepen begin jaren tachtig, maar pas op 4 augustus 1983 katapulteert een derde coup hem naar de opperste macht : de revolutie is geboren.

President Sankara en zijn Nationale Raad van de Revolutie willen de samenleving drastisch veranderen. Voortaan staat de arme plattelandsbevolking centraal, terwijl de revolutie komaf maakt met de gecorrumpeerde elite die zichzelf verrijkt op de rug van het eigen volk: de nieuwe leiders rijden rond in eenvoudige auto’s en reizen ‘economy class’. Een radicale ommezwaai. De voormalige Franse kolonie wil op eigen kracht vooruitgaan en krijgt prompt een nieuwe naam: Burkina Faso, land van integere mensen, volgens ’s lands twee belangrijkste talen.

Bewustmakingscampagnes brengen het volk op de been om het land te helpen opbouwen. De resultaten laten niet lang op zich wachten. In één week worden 2 500 000 mensen gevaccineerd tegen polio, mazelen en meningitis, wegen en spoorwegen worden aangelegd, scholen en ziekenhuizen gebouwd, allemaal dankzij de enthousiaste medewerking van de massa. Internationaal doet Sankara heel wat stof opwaaien door een resoluut onafhankelijke koers te varen, zonder enige inmenging toe te laten van het kapitalistische westen of het communistische oostblok. Hij stelt de terugbetaling van de schuldenlast in vraag, strijdt tegen de verwoestijning en komt op voor de rechten van de vrouw. Zo schaft hij de polygamie af, benoemt hij vrouwen op belangrijke posten en op wereldvrouwendag stuurt hij de mannen naar de markt.

Iedereen is gelijk en de revolutie staat boven alles: ze mag dan ook niet in vraag gesteld worden. Traditionele machten als feodale dorpschefs en religieuze autoriteiten moeten inbinden, de vakbondsbeweging wordt monddood gemaakt en de pers aan banden gelegd, want deze vertegenwoordigen slechts een kleine burgerlijke minderheid die de revolutie en het belang van het de massa niet erg genegen is.

Een mislukte poging tot staatsgreep de dag na de machtsovername maakt de nieuwe leiders erg wantrouwig. Overal worden comités ter verdediging van de revolutie opgezet: enthousiaste miltanten krijgen wapens en moeten toezien op het behoud van de revolutionaire geest. De obsessieve angst voor complotten leidt tot verklikking, verdachtmaking en arrestatie van iedereen die kritisch staat ten opzichte van de revolutie, zoals groot historicus en links oppositieleider Joseph Ki-Zerbo. ‘De mensenrechten werden op grote schaal met de voeten getreden,’ weet Halidou Ouédraogo, voorzitter van de Burkinese mensenrechtenbeweging MBDHP. ‘Moorden, afrekeningen, ontslagen, brutale beslissingen, het is nooit zo erg geweest als onder Sankara.’ De revolutionaire volksrechtbanken richtten zich tegen corruptie en machtsmisbruik, maar ook tegen alle ‘vijanden van het volk’ of iedereen die verdacht wordt van een antirevolutionair standpunt. Hierbij moest de beschuldigde zijn onschuld bewijzen, in plaats van omgekeerd.

Sankara jaagt steeds meer Burkinezen tegen zich in het harnas door een stortvloed aan dwangmaatregelen en aanhoudingen. De revolutionaire raad regeert in naam van het volk, maar dult van datzelfde volk geen tegenspraak of kritiek. ‘Ik zou het geen revolutie noemen,’ zegt Halidou Ouédraogo. ‘Het was een militair regime dat autoritair de regels stelde, en van vooruitgang voor het hele volk was er geen sprake.’

In mei 1987 komt het tot een geschil tussen president Sankara en Compaoré, de nummer twee van het regime. Sankara wil de revolutionaire hervormingen voortzetten, terwijl Compaoré een adempauze wil inlassen. Deze laatste staat sterk onder invloed van Félix Houphouët-Boigny, de machtige, Fransgezinde president van Ivoorkust die Sankara liever kwijt dan rijk is. Compaoré ziet zijn kans om de macht te grijpen en orde op zaken te stellen want ‘de revolutie moet gered’.
Het verraad in het hart van de revolutionaire raad maakt op 15 oktober 1987 een einde aan het Burkinese experiment. ‘Sankara beschouwde zichzelf als Messias, maar zijn bewind was niet meer dan een verzameling ter plekke uitgevonden slogans,’ verklaart Compaoré de dag na de dood van Sankara. Officieel betreurt hij het bloedvergieten bij de ‘poging tot arrestatie’, maar de immense populariteit van Sankara liet hem allicht geen keuze: bij vreedzame omwentelingen zou de massa de kant van Sankara gekozen hebben.

Blaise Compaoré ontbindt het revolutionaire regime en stelt zichzelf aan het hoofd van een Volksfront. Elke oprisping van verzet wordt hardhandig in de kiem gesmoord, terwijl de voldongen feiten het volk nopen zich achter het nieuwe bewind te scharen. Dat begint met een ‘rectificatie’ om de neveneffecten van de revolutie te verzachten, zonder daarbij de revolutionaire orde zelf in vraag te stellen. In de praktijk is het echter gedaan met de onafhankelijke koers van het straatarme Sahelland. Met harde hand en een hoop populaire maatregelen slaagt de president erin aan de macht te blijven terwijl hij bij de regeringsvorming zoveel mogelijk spelers aan zijn kant probeert te krijgen. De resulterende presidentiële eenheidspartij schudt langzaam alle herinneringen aan de revolutie van zich af. Subtiel schuift Compaoré op van een links revolutionair naar een rechts conservatief bewind dat een volstrekte meerderheid heeft in de herstelde democratische instellingen.

Niet het veranderen van artikel 37 van de grondwet in 1997 waardoor de president eeuwig herverkozen kan worden, maar wel de brutale moord op de kritische onderzoeksjournalist Norbert Zongo op 13 december 1998 brengt Compaoré in nauwe schoentjes. Burkina Faso wordt gedurende meer dan een jaar lang verlamd door manifestaties en stakingen. Slechts met vele toegevingen, waaronder de aanpassing van het bewuste artikel 37, kan de sociale orde langzaamaan hersteld worden. Halidou Ouédraogo, die zelf meermaals bedreigd werd, vindt dat de mensenrechten beter gerespecteerd worden. ‘Toch blijven er vele schemerzones. Eind september nog werd de auto van radiojournalist en Sankara-bewonderaar Karim Sama in brand gestoken.’

Ook in het buitenland komt Compaoré in opspraak door de steun aan zijn vriend Charles Taylor, de voormalige Liberiaanse rebellenleider en president. Jarenlang was Burkina Faso de draaischijf voor diamant- en wapenhandel van en naar Liberia en Sierra Leone. Maar ook deze internationale kritiek heeft Compaore weten te stillen, door als succesvol vredesonderhandelaar op te treden in talrijke regionale conflicten. De recente vredesakkoorden in Togo en vooral Ivoorkust maken van hem de onbetwiste West-Afrikaanse leider.

In eigen land lijkt de belofte van vooruitgang slechts voor een klein deel van de bevolking uit te komen. Béatrice sakkert op de president en zijn nieuw luxueus paleis. Ze is Sankara nog niet vergeten: hij blijft één van de weinige Afrikaanse leiders die resoluut de zware afhankelijkheid van het continent in vraag stelde, én tegelijk toonde dat het wel degelijk anders kan. Is het huidige regime dan bang voor de Sankara-herdenkingen? ‘Nee,’ zegt Halidou Ouédraogo overtuigd, ‘De regering controleert alles in dit land: de economische macht, de militaire macht, alles. Maar dat wil niet zeggen dat de protestbeweging gaat stoppen. Het volk wil weten wat er op 15 oktober 1987 precies gebeurd is.’

 

Broederlijk Delen DOOR:

Deel dit artikel