Israël heeft de sleutel tot Palestijnse ontwikkeling

De Palestijnse Autoriteit kan, in tegenstelling tot veel regeringen in ontwikkelingslanden, niet klagen over de gebrekkige gulheid van de internationale geldschieters. Maandag boden 69 landen in Parijs 7,4 miljard dollar hulp aan voor de Palestijnse staatsopbouw en de ondersteuning van de pas hervatte vredesgesprekken met Israël. Oorspronkelijk had Palestijns premier Fayyad, gesteund door het Internationaal Monetair Fonds, 5,6 miljard $ gevraagd voor de komende drie jaar. De vraag is echter of geld zal volstaan om de Palestijnse economie uit het slop te halen en de tweestatenoplossing van een gewisse dood te redden.


De bezette Palestijnse gebieden kregen sinds het Oslo vredesproces van 1993 10 miljard $ financiële hulp van de internationale gemeenschap. Hiermee is het, na Israël dat sinds 1973 jaarlijks 3 miljard $ velerlei hulp van de Verenigde Staten ontvangt, één van de meest gefinancierde gebieden ter wereld. En toch heeft de massale geldstroom alles samen genomen geen zoden aan de dijk gezet. Het Palestijnse inkomen per hoofd bedraagt nu slechts 60% van dat van 1999. Momenteel doet meer dan 80% van 1,5 miljoen burgers in de Gazastrook een beroep op voedselhulp. Sinds Israëls draconische afgrendeling na de machtsovername van Hamas in juni is economische activiteit er nagenoeg onbestaande. Het import- en exportverbod heeft geleid tot een dergelijke prijsstijging dat levensmiddelen er duurder zijn dan in Europese steden.

Het is onloochenbaar dat de sleutel tot de Palestijnse ontwikkeling bijna uitsluitend in de handen van Israël ligt. De donoren zien dit in en benadrukken dat hun strategie tweeledig is. Enerzijds staan ze de Palestijnse Autoriteit bij met budgethulp en ontwikkelingshulp. Anderzijds moedigen de donoren Israël aan om aan zijn verplichtingen te voldoen. Daar wringt het schoentje. Israël weigert dit pertinent en zet wars van het internationaal recht en alle vredesgesprekken tot op vandaag zijn nederzettingenbeleid voort. De aankondiging van de bouw van 350 nieuwe woningeenheden in de felomstreden nederzetting Har Homa, daags na afloop van de conferentie in Annapolis illustreert dit. Tussen woord en daad staat de droom van een zo groot mogelijk Israël in de weg.

Internationale organisaties zoals de Wereldbank benadrukken dat een economische heropleving, of liever het stopzetten van het dramatische proces van ‘on-ontwikkeling’ (de-development), enkel mogelijk is als Israël zijn afgrendelbeleid staakt. Door onder meer Israëls interne en externe afsluiting van de bezette gebieden, verloren de Palestijnen volgens UNCTAD, de VN-conferentie voor handel en ontwikkeling, sinds 2000 meer dan 8,4 miljard $ in mogelijk inkomen. Als de internationale donorgemeenschap niet de moed heeft om Israël onder druk te zetten, dan maakt het project van Palestijnse staatsopbouw geen schijn van kans. Zonder het lossen van Israëls wurggreep, zal de economie ook in de toekomst structureel afhankelijk blijven van internationale hulp. Zoals de Wereldbank aangeeft kan de hulp de vicieuze cirkel van on-ontwikkeling niet doorbreken, maar enkel vertragen.

Alle inspanningen van de donoren ten spijt, voelt de modale Palestijn bovendien weinig van die financiële hulp. Sinds de start van de Tweede Intifada in 2000 en Israëls vernielingen van infrastructuur legden de donoren zich noodgedwongen toe op het verstrekken van humanitaire hulp. Ze staan sindsdien in voor de toenemende noden van de Palestijnse burgers aangezien Israël dit, als bezettende macht, weigert te doen. Door toedoen van onder meer de Europese Unie was de Palestijnse regering op het einde van de jaren negentig reeds in vrij grote mate zelfredzaam. Tegen het begin van het nieuwe millennium zou de budgethulp aan de Palestijnse Autoriteit voor de uitbetaling van de lonen van het te grote ambtenarenkorps worden afgebouwd. De aandacht kon eindelijk naar het aanzwengelen van de privé-sector gaan, en de bevolking zou haar levensstandaard zien stijgen. Israëls meedogenloze militaire campagne tegen diezelfde Palestijnse Autoriteit en de bevolking die de donoren steunden, legden deze plannen stil. Zo hebben bijna 3000 van de 3900 bedrijven in de Gazastrook de deuren nu gesloten. Palestijnse zakenlui roepen in koor dat ze niet zozeer nood hebben aan de miljoenen van de internationale gemeenschap als wel aan het stopzetten van Israëls beleg.

De internationale gemeenschap stelt terecht dat de Palestijnse Autoriteit zich niet mag verlaten op haar financiële hulp. Ze wil een perspectief op Palestijnse zelfredzaamheid en broodnodige hervormingen. Als ontwikkelings- en vredesorganisatie juichen wij de efficiëntie van ontwikkelingshulp toe, maar we wijzen erop dat dit een retorische vraag is in de huidige context. Zolang Israël de economie actief vernielt, productiefactoren zoals land en water wegneemt, en export onmogelijk maakt, kan de economie alleen maar kunstmatig in stand worden gehouden met de instroom van buitenlands geld. De donorgemeenschap mag geen water naar de zee dragen. Het is positief dat ze voor het eerst sinds 2000 opnieuw actief ijvert voor Palestijnse ontwikkeling en Israël hier mee in betrekt. Maar al ze echt succes wil boeken, moet ze alle maatregelen treffen voor een daadwerkelijk politiek proces. Zolang Israëls bezetting en de ermee gepaard gaande landroof standhouden, is duurzame Palestijnse ontwikkeling een utopie.

Brigitte Herremans, medewerker Midden-Oosten Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen

Pax Christi DOOR:

Deel dit artikel