Laat Israël opnieuw een kans op vrede liggen?

Volgens Abba Ebban, ex-ambassadeur van Israël bij de Verenigde Naties, ‘missen de Palestijnen nooit de kans om een kans te missen’. Deze uitspraak geldt meer en meer voor Israël dat niet geïnteresseerd lijkt in rechtvaardige en duurzame vrede. Sinds de start van het vredesproces in 1993, laat het geen kans onbenut om zijn annexatiebeleid in de bezette Palestijnse gebieden verder te zetten. Bovendien weigert het zich echt te engageren voor vredesonderhandelingen, omdat het naar  eigen zeggen  ‘geen partner voor vrede’ heeft. Voor de meerderheid van de Palestijnen blijft de tweestatenoplossing echter onverminderd gelden. Ook de Arabische Liga haalde het Arabische vredesinitiatief van 2002 onder het stof en besprak het op de top van 28 maart in Riyad. De vraag is dan ook of Israël het plan dit keer een kans zal geven?
 

Het is positief dat premier Olmert en minister van buitenlandse zaken Livni het plan nu verwelkomen. In 2002 schoot de Israëlische regering het immers onmiddellijk af. De tijden waren toen anders. Aan de vooravond van de Amerikaans geleide ‘oorlog tegen het terrorisme’ bestond de hoop dat preventieve oorlog en unilateralisme een nieuw Midden-Oosten zouden creëren. Die hoop bleek ijdel en de strategische omgeving rond Israël is geëvolueerd. De Verenigde Staten vinden geen uitweg uit het moeras van Irak en hebben de hulp van hun bondgenoot Saoedi-Arabië meer dan ooit nodig. Dit betekent dat ze Israël ervan moeten weerhouden om Saoedi-Arabië tegen de borst te stuiten. In ruil voor zijn hulp aan de ‘soennitische alliantie’ die de Verenigde Staten in een wanhopige poging om op gang probeert te trekken om de situatie in Irak te stabiliseren, vraagt Saoedi-Arabië respect voor het Arabische vredesplan. Zo gezegd, zo gedaan.

De Israëlische excellenties zien het plan als een ‘basis voor onderhandelingen’, en stellen dat er nog aan getornd moet worden. Hier beginnen de problemen. Saoedi-Arabië is erin geslaagd de 22 landen van de Arabische Liga achter het vredesinitiatief te scharen, en stelt het voor als de laatste kans op vrede. Het behoud van de status quo blijkt immers fataal voor de regio, en daarmee voor de wereldvrede. Daarom herhalen de Arabische landen hun belofte op de erkenning van Israël en duurzame vrede. In ruil daarvoor moet Israël zich, conform het internationaal recht en de voorafgaande vredesvoorstellen, terugtrekken tot de grenzen van vóór 1967, de oprichting van een Palestijnse staat met Oost-Jeruzalem als hoofdstad mogelijk maken en zich engageren tot een ‘overeengekomen en rechtvaardige oplossing’ voor de vluchtelingen in overeenstemming met, de niet-bindende, resolutie 194 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.

Voor Israël kan dat laatste punt geen voorwerp van onderhandelingen zijn, al zijn de twee voorafgaande eisen evenmin inlosbaar. Een rechtvaardige oplossing voor de vluchtelingen van 1948 is ondenkbaar voor Israël. Het ziet dit als een bedreiging van zijn bestaansrecht en weigert resoluut hier een dialoog over aan te gaan. De terugtrekking tot de Groene Lijn, de internationaal aanvaarde grens tussen Israël en de Westelijke Jordaanoever, is bijna even onbespreekbaar. Zo maakte minister Livni gewag van een droom. Ze verwees hierbij impliciet naar de verklaring van president Bush in 2004, ‘dat de terugkeer tot de grenzen van vóór 1967 onrealistisch is.’ In mensentaal betekent dit dat Israël de grote nederzettingsblokken behoudt en tot 45% van de Westelijke Jordaanoever kan annexeren, via de bouw van de Muur en de reeds aangekondigde annexatie van de Jordaanvallei. Een leefbare Palestijnse staat is dan inderdaad niet meer dan een droom.

Wat wil Israël? Niets anders dan het al die jaren wou: vrede zonder toegevingen. Een unilaterale oplossing waarbij de Palestijnen afzien van hun rechten. Israël  wil een eigen versie maken van het Arabische vredesplan, zonder verwijzingen naar het internationaal recht. Maar zoals Libanees journalist Rami Khouri schrijft, ‘is het geen oplossing om Israël gewoon zijn zin te geven.’ Dat biedt geen uitkomst maar een bekrachtiging van het recht van de sterkste. De Arabische landen stelden dat het een strategische fout zou zijn mocht Israël opnieuw ‘neen’ zeggen. Dit lijkt misschien onbuigzaam, maar het is niet meer dan logisch. Het voorstel is gebaseerd op het internationaal recht, en vraagt niet meer of niet minder dan de uitvoering van de tweestatenoplossing, die al decennia op zich laat wachten.

Dat de Arabische landen een onderhandelde oplossing vragen voor het vluchtelingenprobleem, getuigt evenmin van extremisme. Het Israëlisch-Palestijns conflict vind zijn oorsprong in 1948, toen Israël bij zijn oprichting meer dan 440 Palestijnse dorpen vernielde en 750.000 Palestijnen werden verjaagd of op de vlucht sloegen. De vluchtelingen zijn ondertussen met meer dan 5 miljoen personen. Ze zijn er, ze leven vaak in mensonwaardige omstandigheden. Deze mensen van vlees en bloed kunnen niet zomaar onder de mat worden geschoven, ook al doet Israël nog zo hard zijn best om moord en brand te schreeuwen als het onderwerp aan bod komt bij onderhandelingen. Een onderhandelde oplossing is een noodzaak.

De internationale gemeenschap heeft Israël veel te lang het recht gegeven om af te wijken van het internationaal recht, en zijn zin door te drijven. Het resultaat is navenant: 135 nederzettingen en 600 checkpoints op de Westelijke Jordaanoever, de grootste openluchtgevangenis ter wereld in de Gazastrook, stijgende armoede ten gevolge van de jarenlange afgrendelingen, bijna dagelijkse aanvallen van het Israëlische leger in steden als Nabloes en Hebron, en burgers die aan een wetteloosheid zijn overgeleverd. Uiteraard is de Palestijnse Autoriteit mede schuldig aan dat laatste. Bovendien is het meer dan problematisch dat er nu een partij aan de macht is die Israëls bestaansrecht niet expliciet erkent. Maar dit is geen reden om Israëls straffeloosheid te blijven tolereren. Het is zonneklaar dat Israël misbruik maakt van de internationale verwarring omtrent Hamas om zijn expansiebeleid op te drijven. Het maakt de tweestatenoplossing kapot, tot er niets meer overblijft om te onderhandelen.

Het is de plicht van de internationale gemeenschap om in te grijpen, niet alleen ter wille van de rechten van het Palestijnse volk, maar ook ter wille van de veiligheid van Israël en ter wille van de wereldvrede. De Europese Unie kan zich niet langer verschuilen achter het feit dat het een ‘player’ zoals de Verenigde Staten in plaats van een ‘payer’ wil worden en daarom niet te veel kan hameren op het internationaal recht. België kan zich evenmin blijven verschuilen achter het feit dat het zo moeilijk is om binnen de Europese Unie een consensus te bereiken omtrent dit thema. Door haar passiviteit en het schrille contrast tussen haar ronkende verklaringen omtrent het respect voor het internationaal recht door beide partijen en de steeds nauwere relaties met Israël, verzaakt de Europese Unie niet alleen aan het internationaal recht, maar ook aan haar eigen Gemeenschapsverdrag. Minister De Gucht, die op rondreis in het Midden-Oosten was, moet een duidelijk standpunt innemen. Als Israël een bevoorrechte relatie wil blijven behouden met België en met de Europese Unie, dan moet het niet alleen de lusten, maar ook de lasten dragen. Daarom zou het een strategische fout zijn als Israël opnieuw een vredesplan naast zich neerlegt.

Brigitte Herremans, medewerker Midden-Oosten Broederlijk Delen-Pax Christi Vlaanderen.

Deel dit artikel