“Maakt Europese ontwikkelingshulp een verschil voor de armen?”

Cidse, het internationale netwerk waar Broederlijk Delen toe behoort, publiceert samen met Caritas Europa een nieuw rapport over het impact van de ontwikkelingshulp van de Europese Commissie op armoedebestrijding. Dit rapport is gebaseerd op onderzoek in Bangladesh, Kameroen, Ethiopië, Guatemala, Nicaragua en Zambia. Partnerorganisaties van Broederlijk Delen in Kameroen, Guatemala en Nicaragua waren betrokken bij de uitvoering van het onderzoek en het opstellen van de aanbevelingen in dit rapport. Het rapport wordt op 21 maart voorgesteld in het Europees Parlement.

De Europese Commissie is een van de grootste hulpdonoren in de wereld. Per jaar wordt zo’n 7 miljard Euro uitgegeven aan ontwikkelingssamenwerking in meer dan 150 landen en gebieden. De 27 lidstaten en de Europese Commissie zijn samen goed voor meer dan de helft van de officiële ontwikkelingshulp in de wereld.
In 2005 kwamen de Europese regeringen overeen om de hulp te doen stijgen naar 0,51% van het BNP tegen 2010 en naar 0,7% van het BNP tegen 2015. Deze toename is nodig om de Millenniumdoelstellingen te kunnen realiseren.
Cidse en Caritas Europa streven ernaar dat ontwikkelingshulp armoede effectief wegwerkt. Met dit nieuw rapport willen de twee netwerken en hun leden een bijdrage leveren in het debat over het verbeteren van de Europese ontwikkelingshulp.

De bevindingen van het rapport tonen aan dat de hulp van de Europese Commissie nog niet op de beste manier aangewend wordt om effectief armoede te verminderen:

  • De hulp van de Europese Commissie ondersteunt onvoldoende de prioriteiten van de landen zelf: de keuze van de prioriteiten wordt in sommige gevallen gemaakt op basis van Europese belangen (zoals handel) en weerspiegelen onvoldoende de nationale prioriteiten inzake armoedebestrijding.
  • Het is onduidelijk of de Europese hulp voor de armen een verschil maalt: de Europese Commissie heeft niet systematisch de instrumenten voorzien om het impact van de armoedebestrijdingprogramma’s te plannen en op te volgen.
  • De betrokkenen worden onvoldoende geconsulteerd: de dialoog met de maatschappelijke groepen en andere betrokkenen over de hulp gebeurt eerder op een geïmproviseerde en ad hoc basis dan een consultatieve en strategische wijze.

Om ervoor te zorgen dat de hulp effectief werkt aan armoedebestrijding moet de Europese Commissie

  • haar hulp baseren op breed gedragen nationale prioriteiten inzake armoedebestrijding en nauwkeurig vermijden dat Europese belangen de aanwending van de hulp beïnvloeden;
  • instrumenten voorzien om efficiënte planning, opvolging en evaluatie uit te voeren om aan te tonen dat de Europese hulp impact heeft op armoedebestrijding.
  • de participatie van parlementen, civiele maatschappij en lokale gemeenschappen aanzienlijk verbeteren in de Europese ontwikkelingssamenwerking, om zo de democratische verantwoording te versterken.

De grootste verantwoordelijkheid om de noodzakelijke veranderingen door te voeren ligt bij de Europese Commissie. Maar het is een gedeelde verantwoordelijkheid met de EU lidstaten en het Europees Parlement. Samen kunnen ze ervoor zorgen dat de hulp ook de armen ten goede komt. Als men hierin faalt, wordt het halen van de Millenniumdoelstellingen een bijna onmogelijke zaak.

 

Broederlijk Delen DOOR:

Deel dit artikel