Militair Israël en het Belgische bedrijfsleven: twee handen op één buik

Terwijl enkele slachtoffertjes van Gaza met veel trompetgeschal naar onze ziekenhuizen worden getransporteerd, is het met Israël business as usual. Israël blijft genieten van een economische voorkeursbehandeling. In volle oorlogstijd roept Minister De Gucht het Belgische bedrijfsleven op om te genieten van de knowhow en kansen die de Israëlische militaire industrie te bieden heeft.
opiniestuk Vredesactie en Vrede vzw


Sinds juni 2007 houdt Israël de Gazastrook in een economische wurggreep. Het embargo heeft al tal van mensenlevens gekost. Daarbovenop kwam een moordende militaire campagne die 1.203 mensenlevens en vele duizenden gewonden heeft gekost. De hele infrastructuur is verwoest. Israël wordt daarvoor herhaaldelijk veroordeeld door de internationale gemeenschap. Ook Europa tikt Israël op de vingers. Een zacht tikje weliswaar, vergezeld van een stevige schouderklop. Terwijl Gaza een economische boycot ondergaat, geniet Israël een politieke en economische voorkeursbehandeling van de Europese Unie, zijn belangrijkste handelspartner.

Ook België steekt zijn enthousiasme over de Israëlische economische troeven niet weg. In volle oorlogstijd roept ons ministerie van Buitenlandse Zaken sinds 9 januari 2009 (!) op zijn website het Belgische bedrijfsleven op om te genieten van de knowhow en kansen die de Israëlische militaire industrie te bieden heeft. "Dankzij de verplichte legerdienst en een groot militair-industrieel complex telt Israël veel ingenieurs die na hun legerdienst bedrijven opstarten in de telecommunicatie, ICT en halfgeleiders", zo luidt de cynische boodschap. Het Israëlisch militair-industriële apparaat wordt voor de gelegenheid gepresenteerd als een "economische opportuniteit".

Drieënhalf miljoen Palestijnen leven sinds 1967 in de bezette gebieden onder strenge militaire bewaking, beroofd van hun burgerrechten en onderworpen aan controle en geweld door de Israëlische veiligheidsdiensten. De enclaves waarin Palestijnen gedwongen leven, zijn omgeven door wegversperringen, muren, blokkades en checkpoints. Voor de instandhouding van dat systeem leveren Israëlische en buitenlandse wapenbedrijven het nodige 'veiligheidsmateriaal': helikopters, tanks, scherpschuttersmateriaal, nachtkijkers, sensoren, onbemande verkenningsvliegtuigen en andere technologische snufjes.

'Troef voor Belgische investeerders'
De technologische kennis en industriële capaciteit die Israël daardoor heeft opgebouwd, ziet ons buitenlandministerie als een troef voor de Belgische investeerders. Bedrijven zoals Barco en Dexia worden gepresenteerd als voorbeelden van succesvolle directe investeerders op de Israëlische markt. Israël vormt een interessante groeimarkt voor Belgische exporteurs, zo luidt het. Hoewel Belgische investeerders blijkbaar nog wat aarzelen, vinden onze producten steeds vlotter hun weg naar de Israëlische markt. Zo lees je dat je in Tel Aviv een lekkere reep Côte d'Or of Callebaut kunt kopen of slurpen van een biertje van Hoegaarden of Stella. En als je in de bezette gebieden woont, kun je genieten van een breed gamma aan veiligheidsapparatuur van internationale afkomst. Zelfs Belgische bedrijven die wapens willen leveren aan Israël wordt weinig in de weg gelegd.

De militaire industrie in Israël floreert, dankzij de steun van de VS en toeleveringen van onder meer Belgische bedrijven. Een van de grootste wapenbedrijven, Elbit Systems, is het moederbedrijf van het Oudenaardse OIP. Die maker van nachtkijkers levert regelmatig aan Israël. Elbit is op zijn beurt een belangrijke leverancier van het Israëlische leger.

Volgens de organisatie Who Profits, die op haar website een overzicht geeft van alle bedrijven die meewerken aan de Israëlische bezetting, is Elbit een belangrijke leverancier van elektronische detectiesystemen in de bezette gebieden en aan de Muur. Verder zou het bedrijf onder meer bewakingscamera's en onbemande vliegtuigen ontwikkelen die worden ingezet om Palestijnse gebieden en grensovergangen te controleren.

Geen reden tot ongerustheid
Voor onze overheid vormt de expansie van die industrie geen reden tot ongerustheid. Integendeel, dit soort bedrijven zorgt voor een uitstekend investeringsklimaat. "Ten gevolge van de unieke regionale veiligheidssituatie waarin Israël zich bevindt, heeft het land een uitgebreide kennis en capaciteit opgebouwd betreffende militaire toepassingen en beveiliging. De Israëlisch militaire en veiligheidsindustrie is internationaal actief op vlak van productie van militaire toepassingen, luchtvaart, transportbeveiliging, beveiliging van gebouwen en evenementen, crisismanagement, terrorisme, ICT-beveiliging, en is expert op het vlak van het gebruik van sensoren, fysieke afscheidingselementen, beeldverwerking, observatietechnieken, biometrische analyse en uitrusting van controlekamers", zo lezen we verbijsterd in de digitale brochure van ons buitenlandministerie die de drempels om te investeren in Israël weg moet werken.

Terwijl enkele slachtoffertjes van Gaza met veel trompetgeschal naar onze ziekenhuizen worden getransporteerd, is het met Israël business as usual. België zou nochtans zijn unieke handelsrelaties met Israël kunnen gebruiken als drukkingsmiddel en ervoor kunnen zorgen dat het op geen enkele manier de Israëlische wapenindustrie ondersteunt. Dat vergt de moed geen doorvoer van Amerikaanse wapens toe te laten, geen wapenexport naar Israël toe te staan en ervoor te pleiten dat elke vorm van economische samenwerking gekoppeld is aan eisen voor een rechtvaardige oplossing voor Palestina op basis van het internationaal recht. Het aanprijzen van de Israëlische militaire knowhow als economische troef voor onze investeerders ligt daar een melkwegstelsel vandaan.

Deel dit artikel