Moyo brengt doodlopend verhaal

Recensie van ‘Doodlopende hulp' door Bogdan Vanden Berghe, algemeen secretaris van 11.11.11
Deze recensie is gebaseerd op ‘Dead Aid', het Engelstalig origineel van ‘Doodlopende hulp'. ‘Doodlopende hulp' van Dambisa Moyo wordt uitgegeven door Uitgeverij Contact en ligt vanaf deze week in de winkel.

Bel vandaag nog naar Afrika, is de boodschap van Dambisa Moyo, en vertel dat alle hulp binnen vijf jaar eindigt. Op die manier zullen we Afrika dwingen om uit de armoede te kruipen. In het boek ‘Doodlopende Hulp' brengt Moyo een provocerende boodschap die een breed gehoor krijgt.

De verzuchting van Moyo is bekend. We geven al decennialang zoveel, dat denken we althans, en toch is de armoede nog altijd niet uitgeroeid. Hoe kan dat? Het is vooral vernieuwend om die vraag van een jonge, Afrikaanse vrouw te horen in plaats van de vertrouwde oude blanke mannen.

Het is een welkome stem in een broodnodig debat: hoe willen we dat ontwikkelingssamenwerking evolueert? De ontwikkelingssector is vragende partij voor zo'n debat, omdat we merken dat hulp alleen maar zinnig is als onderdeel van een breed pakket aan politieke en financiële hervormingen. Geld geven alleen kan niet de balans doen doorslaan. Het kan wel bepaalde trends verscherpen of temperen.

Helaas is de bijdrage van Moyo niet zo verrijkend als verhoopt. Het minste wat je van haar betoog kan zeggen, is dat het ongenuanceerd is. Moyo gooit alle Afrikaanse landen op een hoopje. Ze erkent dat er geografische, historische, etnische en institutionele factoren zijn, ze meent echter dat wie daar nu nog altijd over zeurt een kniesoor is. Maar het feit dat ze in plaats daarvan hulp als enige oorzaak van de armoedeproblematiek aanwijst is niet alleen ongenuanceerd, maar fundamenteel onjuist.

Haar redenering is te simpel. Alle Afrikaanse landen hebben twee dingen gemeen: ze zijn arm en ze ontvangen ontwikkelingshulp. Conclusie: dan moet de hulp wel de oorzaak van de armoede zijn. Dat is natuurlijk de wereld op zijn kop. Het is alsof je de intensive care wil afschaffen omdat er meer patiënten sterven dan op de afdeling gynaecologie.

 

Voor de duidelijkheid: Moyo heeft het vooral financiële hulp van overheden aan andere overheden. Ze praat niet over ngo's als de onze die noodhulp of structurele hulp verlenen. Wel zijn wij een kritische voorstander van officiële overheidshulp.

Of ontwikkelingshulp een succesverhaal is, hangt voor een groot deel af van de doelstellingen die je eraan vastknoopt. Moyo ziet ontwikkeling vooral in termen van economische groeicijfers. Het verband tussen hulp en economische groei is niet eenvoudig aan te tonen.

Maar ontwikkeling is voor ons veel meer dan economische groei alleen. Ontwikkeling betekent het voldoen aan basisbehoeften, het bieden van een sociaal vangnet, het opbouwen van een solide staat en nog veel meer. Helaas zorgt economische groei niet automatisch voor die zaken. Wie zich blind staart op groeicijfers, gaat voorbij aan de andere merites van ontwikkelingshulp.

Die merites zijn er. Hulp heeft ervoor gezorgd dat de pokken zijn uitgeroeid. Hulp heeft ervoor gezorgd dat er de afgelopen decennia steeds meer kinderen naar school zijn gegaan. Hulp heeft ervoor gezorgd dat de levensverwachting van velen de voorbije jaren sterk is toegenomen. Hulp is vooral gebruikt om de extreemste uitwassen van armoede te bestrijden, met succes. Dat leidt niet direct tot betere groeicijfers, dat verbetert wel de levens van miljoenen mensen. Is dat zo nutteloos?

Er is dus veel bereikt, zeker in verhouding tot de ‘enorme bedragen' die we hebben gegeven. Volgens Moyo gaat het om een biljoen dollar sinds de jaren zestig, volgens anderen om minder dan de helft daarvan, zo'n 500 miljard. Dat is veel, maar nu ook niet zo genereus: de VS alleen spendeerde dit jaar minstens 700 miljard dollar om haar banken te redden. Zelfs als Moyo gelijk heeft, ontving elke Afrikaan hooguit een kopje koffie in de maand, of veertien dollar per jaar. Een schijntje in verhouding tot de uitdagingen waar we voorstaan.

Moyo gaat echter verder dan te zeggen dat hulp niet helpt, ze beweert dat hulp ook nog gevaarlijk is. Hulp zorgt ervoor dat de Afrikaanse leiders lui, afhankelijk en corrupt zijn. We moeten niet kinderachtig doen: er is corruptie in Afrika, en dat maakt de zaken er niet gemakkelijker op. Maar landen die veel hulp ontvangen, zijn niet corrupter dan landen met een hoog inkomensniveau die weinig hulp ontvangen. Azië, waar Moyo zo naar opkijkt, is niet minder corrupt dan Afrika. Roemenië is corrupter dan Ghana.

Dat het verband tussen corruptie en hulp niet zo eenzijdig is, is logisch. Een corrupte leider die uit de staatskas wil graaien, kijkt niet eerst of het geld afkomstig is van hulpgoederen, natuurlijke rijkdommen of staatsobligaties. Dat Moyo vermoedt dat het aangaan van dure leningen het verschil zal maken, is ronduit naïef.

Moyo zelf hecht vooral belang aan het tweede deel van haar boek. Dat stelt alternatieven voor ontwikkelingssamenwerking voor. Deels zijn dat interessante pistes, zoals het inzetten op microkredieten. Microkredieten zijn ontstaan met dank aan ngo's. Leden van 11.11.11 zoals Alterfin bieden microkredieten in ontwikkelingslanden aan. Microkredieten zijn één van de vele moderne vormen van ontwikkelingssamenwerking.

Bij andere oplossingen hebben we meer twijfels, zoals het op grote schaal aangaan van leningen. Wij denken dat het hoe dan ook niet goed is om ontwikkelingslanden met een schuldenberg op te zadelen. We hebben juist campagne gevoerd voor schuldenvermindering, met succes. Bovendien is de markt voor obligaties, zeker uit landen die gelden als riskant voor investeerders, wel stilgevallen met de crisis.

Moyo kijkt vooral naar de financiële wereld voor oplossingen. Als ontwikkelingslanden maar toegang krijgen tot markten in kapitaal, dan komt het wel goed. Dat is kortzichting. Wij geloven niet dat de financiële wereld voor basisgezondheidszorg zal zorgen, voor onderwijs voor de armsten en voor de aanpak van de klimaatcrisis. Het weinig menselijke gezicht van de financiële wereld hebben we het afgelopen jaar maar al te goed gezien.

Om structureel iets aan armoede te doen, moeten de politieke machtsverhoudingen veranderen. De civiele maatschappij moet versterkt worden, democratiseringsprocessen moeten op gang komen en stukje bij beetje kunnen landen hun eigen markt versterken, voordat ze zich op de harde wereldmarkt begeven. Mensen in het zuiden versterken die dit teweeg kunnen brengen en politici overtuigen om zich hier achter te zetten, is een belangrijke, zoniet de belangrijkste nieuwe taak van ontwikkelingshulp.

Geen van de oplossingen van Moyo biedt een volwaardig alternatief voor ontwikkelingshulp. Vooral de provocerende titel en de spectaculaire oproep om de hulp stop te zetten trekken de aandacht. Helaas weet Moyo haar beweringen niet voldoende kracht bij te zetten met solide argumenten. Dat is heel jammer, want het is hard nodig dat dit debat gevoerd wordt. In die zin is ‘Doodlopende Hulp' een gemiste kans.

Deel dit artikel