Officiële ontwikkelingssamenwerking 2016: steeds meer voor opvang vluchtelingen

Op 11 april publiceerde het ontwikkelingscomité van de OESO het cijfer dat rijke landen besteedden aan ontwikkelingssamenwerking in 2016. Net als voorgaande jaren slagen de rijke landen er allerminst in het doel van 0,7% te halen: ondanks een lichte stijging tegenover 2015 stranden ze wereldwijd in 2016 op 0,32% van het BNI. Deze stijging is grotendeels toe te wijzen aan het bedrag dat landen besteedden aan de opvang van vluchtelingen in eigen land. Ook België blijft ver onder het afgesproken streefcijfer met 0.49% van het BNI. 16.8% van dat bedrag ging naar de opvang van vluchtelingen.

Opvang vluchtelingen in eigen land doet cijfers stijgen

Heel wat rijke landen kennen een netto stijging van officiële ontwikkelingshulp. Gemiddeld ging het aangegeven bedrag met 8,9% vooruit. Maar, deze stijging is grotendeels toe te wijzen aan het bedrag dat landen besteden aan de opvang van vluchtelingen in eigen land.

Voor 11 van de 29 landen – waaronder wel België – telt de opvang voor meer dan 10% van de bestede hulp. In België is dat aandeel op zes jaar vervijfvoudigd. Van 3.16% in 2010 naar 16.8% in 2016.

De cijfers mogen van de OESO opgeteld worden bij de officiële ontwikkelingshulp, maar kunnen volgens internationale ngo's bezwaarlijk als echte steun gelden. Ze dragen immers niet bij aan de bestrijding van armoede en ongelijkheid in het Zuiden. In de praktijk gaat er zelfs minder geld dan in 2015 naar de armste landen.

België bespaart op aanpak structurele problemen

Het aandeel dat België van zijn welvaart aan ontwikkelingssamenwerking besteedt, is in 2016 gestegen van 0.42 naar 0.49%. Naast een stijgende kost van opvang van vluchtelingen, valt dit onder meer ook te verklaren door een stijging van de humanitaire hulp. Met meer dan 170 miljoen doet België het ruim 20 miljoen beter dan in 2015. Een goede zaak dat België zijn internationale verantwoordelijkheid neemt op vlak van de steeds groeiende humanitaire noden, maar ook hier blijft de vraag of we met deze middelen voldoende de structurele problemen aanpakken.

De realiteit achter de cijfers is immers dat deze regering tijdens haar legislatuur flink in het budget snijdt: 1 miljard euro op vijf jaar bovenop een systematische onderbenutting van jaarlijks ettelijke percenten of tientallen miljoenen.

11.11.11 maakt zich net als voorgaande jaren ernstige zorgen over deze besparingen. Er is steeds minder geld om de problemen in ontwikkelingslanden structureel aan te pakken. Volgens een voorspelling van de OESO zal België in 2019 uitkomen op een schamele 0,38% voor ontwikkelingssamenwerking. Als deze verwachting waarheid wordt, zullen we sinds Verhofstadt I nooit minder gespendeerd hebben.

Griet Ysewyn
Beleidsmedewerker Ontwikkelingsbeleid

Deel dit artikel