Onevenwichtig handelsakkoord blokkeert WTO



wto closing ceremony bali groepsfoto
[Feeststemming op de eindceremonie van de WTO-top in Bali. Foto WTO]


Vorig jaar sloot de Wereldhandelsorganisatie het jaar af in ware feeststemming. Voor het eerst sinds haar oprichting in 1995 bereikte de WTO een handelsakkoord. Eindelijk tastbare resultaten.  Men droomde er al van om de 'Doha Ontwikkelingsronde', de grote onderhandelingsronde gestart in 2001, tot een goed einde te brengen. Maar de feestvreugde duurde niet lang. Nu, enkele maanden later is de overeenstemming ver te zoeken en is het nieuwe handelsakkoord geblokkeerd.
Het wederzijds wantrouwen tussen industrielanden en ontwikkelingslanden is groot.



 

Feest in Bali

Op 7 december vorig jaar bereikte de Wereldhandelsorganisatie (WTO) op haar 9de Ministerconferentie in Bali een akkoord. Het zogenaamde 'Bali pakket' bestond uit 10 beslissingen. Eén daarvan was een heus multilateraal handelsakkoord over 'trade facilitation', de vereenvoudiging, informatisering en standaardisering van douaneverrichtingen.

Vooral de industrielanden hadden hierop aangedrongen. Het akkoord zou dan ook vooral hún uitvoer naar het Zuiden doen toenemen. De ontwikkelingslanden waren heel wat minder enthousiast. Ze deinsden vooral terug voor de kost die het akkoord met zich mee zou brengen. Het Noorden beloofde wel steun, maar zonder er zich echt toe te verplichten.

De andere beslissingen uit het Bali-pakket - meer in het belang van de ontwikkelingslanden -  waren beduidend minder verregaand en bovendien vaak voorlopig en vrijblijvend. Wel werd de ontwikkelingslanden beloofd dat deze beslissingen de komende maanden bij voorrang zouden behandeld worden op de WTO-zetel in Genève.


WTO en voedselzekerheid: de zaak India

india protest wto foodsecurity[Foto: Indische actievoerders tijdens de top in Bali]


Het dossier voedselzekerheid is één van de meest betwiste onderdelen van het Bali-pakket.  Het gaat om een door India fel bevochten toestemming om met overheidsgeld voedsel aan te kopen, op te slaan en aan lage prijs te verkopen aan arme gezinnen.

46 ontwikkelingslanden hadden tijdens de vorige onderhandlingen in december gevraagd om het bestaande akkoord over landbouw, dat bijna 20 jaar oud is, aan te passen zodat ontwikkelingslanden in staat zouden zijn om meer middelen te besteden aan voedselondersteunende maatregelen. Dat werd geweigerd. 

Na lang onderhandelen en koppig volhouden verkreeg India in Bali  de belofte dat dit soort steunmaatregelen voorlopig niet zou aangevallen worden als ongeoorloofde staatsteun. Maar een waterdichte juridische garantie biedt dit niet.  De nieuwe Indische regering wil meer zekerheid.

Zie ook: Voedselzekerheid verhit de debatten in de WTO



Ontnuchtering in Genève

Terug in Genève werd het 'Trade Facilitation-akkoord'  juridisch klaargemaakt voor ondertekening en er werd bekeken hoe draad van de Doharonde terug kon worden opgepakt. De laatste onderhandelingsteksten dateren namelijk al van 2008.

En hier liep het al snel fout. De VS vond deze teksten geen goede basis voor verdere onderhandelingen. De meeste ontwikkelingslanden zagen daar een manoeuvre in om terug te komen op gemaakte toezeggingen en om bijkomende eisen te stellen.

Ondertussen deden de Afrikaanse ministers van handel hun beklag over het gedraal bij de  uitwerking van de overige beslissingen uit het Bali-pakket. Met  name:  een einde maken aan de katoensubsidies in de VS die de katoenteelt in de Sahellanden ondermijnt; eindelijk werk maken van de vrije markttoegang voor producten uit minst-ontwikkelde landen en een verbetering van de 'bijzondere behandeling' van ontwikkelingslanden.

Tijdens een bijeenkomst in Addis Abeba in april besloten de Afrikaanse ministers van handel om de uitvoering van het Trade Facilitation-akkoord afhankelijk te maken van de vooruitgang in deze dossiers en van de rest van de Doha-ronde.



Wederzijds wantrouwen

Het voorstel van de Afrikaanse handelsministers kreeg de steun van de andere ontwikkelingslanden. In het bijzonder van India waar de nieuwe regering vond dat de vorige regering in Bali niet voldoende garanties had gekregen voor hun voedselprogramma.

Dit viel uiteraard niet in goede aarde bij de VS, de EU en de andere industrielanden. In juni zetten de VS en de EU Afrikaanse staatshoofden tijdens een bijeenkomst in Equatoriaal Guinea sterk onder druk. De VS dreigde ermee de voordelige markttoegang voor Afrikaanse producten naar de VS stop te zetten als de staatshoofden hun ministers zouden volgen.  Een resultaat bleef niet uit: het besluit van de ministers van handel werd teniet gedaan.

Maar India zette door, daarbij gesteund door Zuid Afrika, de Solomoneilanden, Bolivia, Cuba, Venezuela en Zimbabwe. Zij weigerden hun definitieve goedkeuring te geven aan het Trade Facilitation akkoord.  Tijdens de laatste Algemene Raad van de WTO, vlak voor het zomerreces op 25 juli,  leidde dit tot scherpe wederzijdse verwijten.

De Amerikaanse ambassadeur zei dat de geloofwaardigheid van de WTO zou worden aangetast indien het akkoord niet wordt goedgekeurd. De repliek van de Zuid-Afrikaanse ambassadeur sloeg de nagel op de kop en illustreert tegelijkertijd het heersende wantrouwen onder de WTO-leden:

"De geloofwaardigheid van de WTO zou op het spel staan als het Trade Facilitation-akkoord niet uitgevoerd wordt, maar het herhaald falen om echt resultaat te boeken in dossiers die belangrijk zijn voor de armste leden van deze organisatie kan evenzeer beschouwd worden als schadelijk voor de geloofwaardigheid van onze organisatie. ...  We moeten ons afvragen hoe het komt dat de WTO haar beloftes niet naleeft om vrije markttoegang te verlenen aan de minst-ontwikkelde landen en om de handelsverstorende subsidies af te schaffen die jobs doen verdwijnen op de katoenboerderijen in arme Afrikaanse landen." (verwijzend naar twee beloftes die de VS al jaren niet nakomt).

 

 

Geloofwaardigheid?

Voor 11.11.11 is het Bali-pakket onevenwichtig.  Het bestaat uit een uitgebreid, bindend handelsakkoord dat vooral de uitvoer van Noord naar Zuid zal bevorderen; een voorlopige, ontoereikende regeling rond voedselzekerheid en een achtal vrijblijvende maatregelen rond landbouw en ontwikkeling.  Bovendien duurt het getreuzel met de beslissingen die in het belang zijn van de ontwikkelingslanden al te lang. 

Het zijn niet de ontwikkelingslanden maar de industrielanden en zeker de VS die over de brug zullen moeten komen om de geloofwaardigheid van de WTO niet aan te tasten.


Marc Maes
Beleidsmedewerker Handel, 11.11.11



Meer info:

11.11.11 DOOR:

Deel dit artikel