Ons fiscaal systeem is niet meer van deze eeuw

Sloppenwijk op de Filipijnen

Er is iets fundamenteel mis met een economie die draait door fiscale cadeaus uit te delen aan grote vissen. Slachtoffers zijn diegenen die wél correct betalen. Ook de ontwikkelingslanden zijn slachtoffer van deze fiscale 'race to the bottom'. Een fundamentele herdenking van de spelregels, aangepast aan de globale economie van de 21st eeuw, is aan de orde.

Rulings

De vergadering van de Kamercommissie financiën was bijzonder levendig vorige week. Voorwerp van debat waren de rulings of voorafgaandelijke regelingen die de fiscus sluit met sommige belastingplichtigen.

Sinds het uitbreken van de Luxleaks-affaire in  november 2014 liggen die rulings sterk onder vuur. Al lijkt de initiële verontwaardiging bij heel wat beleidsmakers al wat bekoeld.

Terwijl de oppositie beweerde dat de Belgische overheid haar eigen wetten had overtreden bij het toekennen van fiscale cadeaus aan grote bedrijven, verdedigde de meerderheid die cadeaus als de ‘motor van onze economie’.

Fiscale hemel

De vraag stelt zich of er niets fundamenteel mis met een economie die  draait door cadeaus uit te delen aan de grote vissen.

België is een fiscale hemel voor multinationals. In principe moeten ondernemingen 33,99% belastingen betalen op hun winst. In werkelijkheid betalen ze 17% en ondernemingen met meer dan 1000 werknemers – multinationals dus – niet meer dan 4%. Dat is het gevolg van een brede waaier aan gunstregimes voor grote bedrijven.

Probleem is dat een meerderheid van landen – ook binnen het ééngemaakt Europa – geen andere optie ziet dan fiscaal snoepgoed uit te delen aan grote bedrijven. Dat leidt tot de globale ‘race to the bottom’ die we vandaag zien.

Slachtoffers zijn diegenen die wél correct betalen. Daarbij zitten heel wat kleine ondernemers waar we zo fier op zijn. Het zijn vaak zij die betalen voor de diensten – wegen, gezondheidszorg, onderwijs – waarvan ook multinationals genieten. Daarom zijn nieuwe spelregels nodig om die scheve situatie recht te trekken.

Internationale fiscaliteit moet evolueren van een competitiemodel naar een samenwerkingsmodel.

No taxation without representation

Toch wordt vaak vergeten dat ook ontwikkelingslanden slachtoffer zijn van die fiscale race to the bottom.Hoewel hulp essentieel is en blijft om ontwikkeling te financieren, zijn de opbrengsten van belastingen dat nog veel meer.

Eerst en vooral zorgen belastingen ervoor dat overheden hun essentiële rol op vlak van infrastructuur, veiligheid, onderwijs, gezondheidszorg kunnen vervullen. Bovendien zorgen belastingen ook voor meer democratie.  Immers, als je belastingen betaalt is het niet meer dan normaal dat je ook inspraak krijgt in hoe dat geld best wordt besteed. No taxation, without representation, zoals dat heet.

De belastingbasis van heel wat ontwikkelingslanden is afhankelijk van buitenlandse bedrijven. In een land als Nigeria zijn winsten van multinationals – vooral aardoliemaatschappijen – goed voor 88% van de belastbare basis. In Burundi is één internationale bierbrouwer zelfs goed voor 20%. Net die multinationals slagen er vaak in hun winsten via allerlei achterpoortjes te evacueren naar veilige fiscale oorden. Gevolg is dat landen zoals Sierra Leone, die vandaag getroffen worden door het ebolavirus, meer verliezen door belastingontwijking dan ze investeren in gezondheidzorg.

Samenwerkingsmodel

Het antwoord dat we vandaag horen is meer transparantie. Rulings moeten worden gepubliceerd, bedrijfsinformatie over geboekte winsten en betaalde belastingen moet worden uitgewisseld, bankgegevens moeten toegankelijk zijn voor belastingadministraties. Dat zijn stuk voor stuk noodzakelijke maatregelen. Maar ze zijn ook evident. Transparantie alleen is immers niet genoeg. Het is niet omdat je de problemen zichtbaar maakt, dat ze ook worden opgelost.

Een echte oplossing vergt een fundamentele herdenking van de spelregels. In een uitgebreide analyse in het tijdschrift Sampol (verschenen op 29 januari) tekenen we daarvan de eerste krachtlijnen uit. Internationale fiscaliteit moet evolueren van een competitiemodel naar een samenwerkingsmodel.

Dat betekent eigenlijk niet meer dan een verbod op nefaste fiscale concurrentie. Dat is bovendien niet eens zo vergezocht. De Belgische financieringswet verbiedt nu reeds dergelijke concurrentie  tussen de regio’s in ons land.

Daarnaast moeten de spelregels aangepast worden aan de realiteit van de economie van de 21ste eeuw. Die realiteit is er één van een globale economie met steeds meer interacties tussen landen. Het is dan ook niet meer dan logisch dat ook de belastingdiensten van verschillende landen sterker samen werken, niet om elkaar vliegen af te vangen maar om de koek fair onder elkaar te verdelen.  

Autodieven

De verantwoordelijkheid ligt ook niet alleen bij de overheid. Al te vaak horen we de mantra van de fiscale adviesindustrie dat ‘ze enkel de wet toepassen’. Daarmee schuiven ze elke verantwoordelijkheid van zich af.

Stel dat één land zou beslissen autodiefstal te legaliseren omdat het brood ziet in het aantrekken van autodieven. Geen zinnig mens zou daaruit concluderen dat het stelen van auto’s plots geen probleem meer is. Fiscale adviseurs blijkbaar wel. Geen slecht idee dus om gedragsregels te overwegen voor de fiscale adviesindustrie. Koppel die aan een licentie die indien nodig kan worden ingetrokken.

Ondanks het feit dat België de laatste jaren vooruitgang boekte op vlak van transparantie, blijft het fiscale nichebeleid stevig overeind. Het debat over de impact van onze fiscale keuzes op de mogelijkheden van andere landen, met inbegrip van ontwikkelingslanden, wordt vandaag niet gevoerd. Dat staat in schril contrast met oproep naar fiscale hervorming, zowel vanuit het middenveld als van de OESO en het IMF niet meteen de meest linkse clubs.

Laten we die kans grijpen om de eerste stappen te zetten naar een fiscaal systeem dat aangepast is aan de 21ste eeuw.

Jan Van de Poel

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels