Ontwikkelingshulp naar nieuw record

De rijke landen hebben in 2008 bijna 119,8 miljard dollar uitgegeven aan ontwikkelingshulp. In dollar is dat het hoogste cijfer dat ooit werd opgetekend. België scoort mooi met een stijging van 13,4 procent in vergelijking met 2008. Nederland blijft met zijn bijdrage van net geen 7 miljard dollar behoren tot de vijf landen die minstens 0,7 procent van hun bruto binnenlands product uitgeven aan hulp.


Volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso), die de cijfers vandaag (30 maart) bekend maakte, gaven haar lidstaten in 2008 gemiddeld 0,3 procent van hun bbp uit aan ontwikkelingshulp. Naast Nederland halen ook Denemarken, Luxemburg, Noorwegen en Zweden de internationale fatsoensnorm van 0,7 procent.

Grote landen die hun hulpinspanning het voorbije jaar significant hebben opgedreven zijn de VS, Groot-Brittannië, Spanje, Duitsland en Japan. De VS, wereldwijd het grootste donorland, gaf met 26 miljard dollar bijna 17 procent meer dan in 2007. Toch besteden de Amerikanen nog altijd maar 0,18 procent van hun bbp aan ontwikkelingssamenwerking.

Bijna allemaal guller
België deed het met een totaal van 2,38 miljard dollar maar liefst 428 miljoen dollar beter dan in 2007. Dat is te danken aan een verhoging van de bilaterale hulp en aan belangrijke bijdragen aan multilaterale organisaties. Alle grote Oeso-landen en ook de meeste kleine lidstaten waren in 2008 guller dan in 2007. Oostenrijk is één van de schaarse uitzonderingen. Verder laat Europa zich erg positief opmerken. Samen gaven de 15 EU-landen die deel uitmaken van het Comité voor Ontwikkelingshulp van de Oeso in 2008 70,2 miljard dollar uit aan ontwikkelingshulp. Dat is gemiddeld 0,42 procent van hun bbp. België komt aan 0,47 procent, Nederland aan 0,80 procent.

Voor dit jaar is er slechter nieuws. Ierland, dat in 2008 nog een stijging van deed optekenen, heeft inmiddels bekend gemaakt dat het zijn hulpbudget dit jaar met 10 procent vermindert. Italië, dat het vorig jaar ook nog lichtjes beter deed, heeft van zijn hulpbedrag inmiddels 56 procent weggesneden. De Oeso heeft zijn lidstaten gewaarschuwd voor dergelijke ingrepen. “De financiële crisis heeft een ernstige impact op lage-inkomenslanden. Bezuinigingen zouden een gevaarlijke bijkomende last op schouders van de ontwikkelingslanden leggen.”

Extra inspanning nodig
Volgens de Oeso zullen de donorlanden een tandje moeten bijsteken om hun beloften voor 2010 waar te maken. Op bijeenkomsten in het Schotse Gleneagles en in New York stelden de rijke landen een verhoging van hun ontwikkelingshulp tot 130 miljard dollar tegen 2010 in het vooruitzicht, in constante prijzen uit 2004. Dat doel wordt moeilijker haalbaar door de groeivertraging in 2008 en de verwachte krimp dit jaar. Veel landen hebben hun hulpdoelstelling uitgedrukt als een percentage van hun bruto binnenlands product. Veel donorlanden hebben plannen om dit jaar en volgend jaar meer te gaan uitgeven, maar volgens de berekeningen van de Oeso is er daarbovenop nog 10 tot 15 miljard dollar nodig om de beloften uit 2005 na te komen.

Dat geld is volgens de Oeso hard nodig om de gevolgen van de economische crisis in de ontwikkelingslanden op te vangen. Andere inkomstenbronnen als investeringen en de bedragen die migranten naar huis sturen, drogen immers op.

Maar de inspanning wordt voor sommige donorlanden wel erg groot. België is officieel nog altijd van plan tegen 2010 0,7 procent van zijn bbp aan ontwikkelingshulp uit te geven. De Oeso rekent voor dat België daarvoor in 2010 nog eens 980 miljoen dollar meer moet uitgeven dan in 2008.

BRON:
http://www.ipsnews.be

Deel dit artikel