Opnieuw beweging in het kernwapendossier?

Met Barack Obama als nieuwe Amerikaanse president komt er misschien beweging in het kernwapendossier. Obama lijkt in ieder geval de agenda voor nucleaire ontwapening weer op te pakken waar die eind jaren '90 was blijven liggen.
Na de Koude Oorlog: ontwapening

Het einde van de Koude Oorlog gaf een sterke impuls voor nucleaire ontwapening. De nucleaire arsenalen van de VS en de Sovjetunie en later Rusland werden sterk gereduceerd.

De verdragen START I en START II werden gesloten , die voorzagen in de reductie van het aantal strategische kernwapens tot 3000-3500. Ook een hele reeks tactische kernwapens werd uit Europa teruggetrokken.

Het gaf de impuls tot het versterken van het internationale raamwerk voor wapenbeheersing. Het Non-Proliferatie-verdrag (NPT), oorspronkelijk gesloten voor 25 jaar, werd voor onbeperkte tijd verlengd. Aan deze verlenging werd een reeks concrete stappen gekoppeld, om de verbintenis tot volledige nucleaire ontwapening in de praktijk te brengen. Eén van deze stappen was het Verdrag betreffende een Alomvattend Verbod op Kernproeven, ook wel Teststopverdrag genoemd.

VS rem op ontwapeningsproces

In de tweede helft van de jaren '90 begon dit proces te slabakken. In de VS boden een deel van het militaire industriële complex en de republikeinse meerderheid in het Congres weerstand, waardoor het Teststopverdrag niet werd geratificeerd. Aan Russische zijde zette de NAVO- uitbreiding en vooral de Kosovo-oorlog kwaad bloed. Pas na vele vertragingen werd in 2000 het START II-verdrag geratificeerd. De onderhandelingen voor START III werden aangevat.

Maar op het internationale terrein weigerden enkele landen, India op kop, mee te gaan in de nieuwe NPT-dynamiek als die niet evenwichtiger zou worden. Zij vreesden dat de huidige afspraken het nucleaire monopolie van de vijf kernwapenstaten zouden versterken en te weinig voor echte nucleaire ontwapening zouden zorgen. India en Pakistan, die beide het NPT niet tekenden, bouwden en testten kernwapens in 1998.

Achteruitgang onder Bush

Het Bush-tijdperk zette een volledige stop op de dynamiek. Bush geloofde niet in het multilateraal regelen van wapenbeheersing. Integendeel, hij koos voor de afbraak ervan en vertrouwde op de Amerikaanse militaire superioriteit.

Het ABM-verdrag, dat missile defense-systemen grotendeels verbood, werd opgezegd om plaats te maken voor de uitbouw van de Amerikaanse missile defense-installaties, ook in Europa.

Het SORT-verdrag (Strategic Offensive Reductions Treaty) werd afgesloten. Het verdrag voorziet in een verdere reductie tegen 2012 van het aantal strategische kernwapens tot 1700-2200 aan elke zijde, maar heeft geen enkel controlemechanisme ingebouwd zoals in de eerdere verdragen wel het geval was. START III ging in de vuilnisbak. Het SORT-verdrag was bedoeld als eindpunt van het ontwapeningsproces.

De stugge houding van de VS blokkeerde in 2005 de NPT Toetsingsconferentie en de VS gaven de indruk volledig op de vroegere afspraken te willen terugkomen. De VS sloten zelfs een akkoord met India, waardoor dit land volledige toegang tot civiele nucleaire technologie kreeg, ondanks het feit dat het land weigerde het NPT te ondertekenen en dat het dankzij deze 'civiele' technologie kernwapens had ontwikkeld.

Tijdens het Bush-tijdperk leken ontwapeningsverdragen enkel nuttig als excuus voor een militaire interventie. De interventiepolitiek van Bush was dan ook een aanleiding voor Noord-Korea om kernwapens te ontwikkelen. Ook voor Iran geldt mogelijk hetzelfde. Non-proliferatie was in deze gemilitariseerde internationale verhoudingen een illusie.

Obama: nucleaire ontwapening à la Bill Clinton of zal het iets meer zijn?

In de VS begint men te beseffen dat deze cowboyhouding de wereld ook voor hen niet veilig maakt. Koude Oorlog-havikken als Kissinger en Shultz pleiten vandaag voor nucleaire ontwapening.

In een wereld waarin nucleaire technologie veel toegankelijker is geworden, is multilaterale controle erop veel belangrijker voor de eigen veiligheid dan een groot kernwapenarsenaal. Als zo'n kernwapenarsenaal de uitbouw van een sterke controle op nucleaire technologie in de weg staat, gaan zelfs oude haviken het nut van die kernwapens betwijfelen.

Ook de republikeinse presidentskandidaat McCain pleitte voor verdere nucleaire ontwapening. Met de verkiezing van Obama lijkt dit nu een reële mogelijkheid geworden. Obama grijpt terug naar de agenda uit de jaren '90 onder de Clinton-administratie.

Dit is geen radicale agenda en hij stelt ook geen snelle, totale nucleaire ontwapening in het verschiet, al schuift hij een kernwapenvrije wereld wel als einddoel naar voren.

Op de website van het Witte Huis staat nu: "They will stop the development of new nuclear weapons; work with Russia to take U.S. and Russian ballistic missiles off hair trigger alert; seek dramatic reductions in U.S. and Russian stockpiles of nuclear weapons and material; and set a goal to expand the U.S.-Russian ban on intermediate-range missiles so that the agreement is global." (1)

De ontwikkeling van nieuwe kernwapens is al lang een hot issue in de Amerikaanse politiek. De VS hebben geen volledige productiecapaciteit voor kernwapens gezien hun reeds veel te grote arsenaal. Ondertussen veroudert dit arsenaal en de nucleaire adepten vrezen op termijn voor niet meer functionerende kernkoppen.

Voor de ijzervreters een reden om de ontwikkeling van nieuwe kernwapens te bepleiten of om de betrouwbaarheid van het bestaande arsenaal met nieuwe kernproeven te testen. De op post blijvende minister van defensie, Gates, hield onlangs nog een pleidooi in die zin, maar bij Obama lijkt hij geen gehoor te vinden.

Nog steeds staat een groot deel van het Amerikaanse nucleaire arsenaal op scherp, klaar om onmiddellijk afgevuurd te worden, wat 'hair trigger alert' wordt genoemd. Ingeval dat inkomende raketten gesignaleerd worden, heeft de president enkele minuten beslissingstijd om te reageren met een bevel tot inzet van de eigen kernraketten. Het is onmogelijk om op deze tijd te controleren of het om een vals alarm gaat en deze permanente paraatheid laat veel ruimte voor ongelukken. Dit geldt ook voor Rusland.

Het loslaten van deze permanente paraatheid en dus ook van het permanente wantrouwen zou de ruimte voor gezond verstand in het beslissingsproces vergroten en de kans op nucleaire inzet verkleinen.

Nieuwe reducties?

Verder engageert Obama zich voor nieuwe reducties van het kernwapenarsenaal. Dit komt neer op het heropstarten van de START-onderhandelingen, te beginnen met die voor de vervanging van het START II-akkoord.

Rusland heeft eerder al gepleit om de strategische arsenalen tot onder de 1000 kernwapens te brengen, wat nog steeds meer dan voldoende is om deze planeet volledig onbewoonbaar te maken. Grote vraag is of Obama verder wil gaan dan deze agenda uit de jaren '90.

INF-akkoord universeel?

Het laatste voorstel, een globaal verbod op middellange afstandraketten, is het enige nieuwe voorstel en komt neer op het globaal maken van het INF-akkoord dat in 1987 de Pershing en nucleaire kruisraketten uit Europa weghaalde.

Dit verdrag bezegelde het einde van de Koude Oorlog maar geldt enkel tussen Rusland en de VS. Rusland ziet zich omringd door buren die wel dergelijke raketten ontwikkelen, voelt zich gehinderd door dit verdrag en wil dit verdrag universeel maken of opzeggen.

Een globaal verbod zou een goede stap vooruit zijn en het voorstel opent de discussie over multilaterale controle op dragers van kernwapens.

Maar het is de vraag of landen als China, India, Noord-Korea en Iran daar veel belangstelling voor hebben. Voor de meeste van deze landen wordt zo de weg naar het ontwikkelen van intercontinentale raketten afgesloten, wat opnieuw neerkomt op het in stand houden van het bestaande nucleaire monopolie.

Met deze beleidsagenda keren de VS terug naar de afspraken gemaakt in het kader van de NPT Toetsingsconferenties in 1995 en 2000 (2). Vergeleken met Bush is dit in het huidige internationale klimaat een verademing. Maar de vraag blijft of het niet te weinig is om werkelijk voor nieuwe stabiliteit te zorgen en proliferatie tegen te gaan.

Sinds de verkiezingsoverwinning van Obama nakend leek, spreekt ook de VN secretaris-generaal Ban-Ki-Moon zich regelmatig uit over volledige nucleaire ontwapening (3). Net als El Baradei van het Internationaal Atoomagentschap wijst hij erop dat zolang enkele landen vasthouden aan nucleaire afschrikking dit een 'besmettelijke' doctrine is.

De EU en kernwapens

Ook in Europa heeft het vooruitzicht op het presidentschap van Obama beweging in de standpunten gebracht. In haar verklaring over de versterking van de internationale veiligheid van 11 december jl. schuift de Europese Raad de EU-ontwapeningsagenda naar voren (4). Deze loopt zeer gelijk met de Amerikaanse.

Opvallend is dat de Europese kernwapenstaten Frankrijk en Groot-Brittannië zich ingedekt hebben om zelf geen grote ontwapeningsstappen te moeten zetten. Zo is er sprake van "verdere vooruitgang in de lopende besprekingen tussen de Verenigde Staten en Rusland over de ontwikkeling van een juridisch bindende post-START- regeling en een algemene beperking van de wereldwijde kernwapenvoorraad, overeenkomstig artikel VI van het NPT, in het bijzonder door de staten die over de grootste arsenalen beschikken".

Deze laatste zinsnede maakt duidelijk dat de Europese kernwapenstaten voorlopig weinig verantwoordelijkheid op zich willen nemen voor het ontwapeningsproces.

Toch is dit gemeenschappelijk EU-standpunt een positieve evolutie. Onder meer vanwege het voorstel tot het "meerekenen van de tactische atoomwapens, door de lidstaten die erover beschikken, in de algemene wapenbeheersings- en ontwapeningsprocessen teneinde deze wapens te beperken en uit te schakelen". Een voorstel dat opnieuw de Europese kernwapenstaten buiten schot laat, maar dat wel een standpunt is dat ondersteund wordt door zowat alle Europese NAVO-lidstaten.

De vraag is of deze Europese NAVO-lidstaten eenzelfde positie zullen durven innemen binnen de NAVO bij de besprekingen over het nieuwe Strategische Concept.

De NAVO-kernwapens

Zo komen we bij de NAVO-kernwapens. In de verklaringen van de nieuwe Obama-administratie is er voorlopig nog niets over terug te vinden. Maar er zijn behoorlijk wat signalen dat deze kernwapens kunnen verdwijnen, als de Europeanen maar durven zeggen dat ze best ook gáán.

Een laatste poging tot weerstand vanwege de nucleaire ijzervreters uit de Bush-administratie is het rapport van de Task Force on DoD Nuclear Weapons Management onder leiding van James Schlesinger (5). Schlesinger was minister van defensie halfweg de jaren '70 en hij was toen een fan van scenario's voor 'beperkte' nucleaire oorlogsvoering. Deze commissie, bevolkt met koude oorlog-figuren, pleit voor een herwaardering van de nucleaire afschrikkingspolitiek en stelt dat het belangrijk is om de Amerikaanse kernwapens in Europa te behouden.

Nucleaire missie verwaarloosd

Maar tegelijk heft ze een klaagzang aan over de teloorgang van de nucleaire missie bij het Amerikaanse militaire apparaat. De nucleaire nostalgici maken onbedoeld duidelijk dat hun visie nog weinig aanhang vindt en ze schetsen een ontluisterend beeld. Ze klagen dat de nucleaire capaciteiten en de kennis over de nucleaire afschrikking binnen de verschillende legeronderdelen zwaar achteruit is gegaan.

De verschillende krijgsmachten hebben, aldus de Task Force, de kunst geperfectioneerd om een bepaalde capaciteit te doen afsterven door het zwaar onder te budgetteren. Zo besparen ze geld om andere, in hun ogen meer belangrijke, opdrachten te financieren zonder officieel de nucleaire opdrachten in vraag te stellen of af te schaffen.

Ontwapening niet langer utopisch

EUCOM, of de Europese commandostructuur voor de Amerikaanse troepen, weigert nog de pleitbezorger te zijn voor de stationering van de kernwapens in Europa. Het Task Force-rapport citeert een generaal op SHAPE, die stelt dat de nucleaire afschrikking van de NAVO verzorgd moet worden met wapens buiten Europa. Met andere woorden, de kernwapens zijn niet meer nodig in Europa zelf. De Amerikaanse militairen besparen liever op de kosten van hun complexe bewaking, die immers verspreid is over verschillende Europese basissen.

Naast de B-61 vliegtuigbommen zijn nog een aantal nucleaire kruisraketten op onderzeeërs aan de NAVO toegewezen. Deze kernwapens, waarvan er nog 100 actief zijn, worden sinds 1991 aan land bewaard en er zijn 12 onderzeeërs voorzien als platform.

Maar ook hier klaagt de Task Force dat de Navy deze capaciteit laat verkommeren en het tot nu toe heeft vertikt voor een opvolger te zorgen, terwijl de huidige raketten eigenlijk vanaf 2013 vervangen zouden moeten worden.

Een conclusie die uit deze klaagzang te trekken valt, is dat niet enkel Rusland maar ook de VS problemen hebben om hun nucleaire arsenaal in stand te houden. De strategische kernwapenmacht is nog volledig operationeel maar de tactische capaciteiten zijn eerder (gevaarlijke) symbolen geworden waar de krijgsmacht graag vanaf wil. Het uitvoeren van de ontwapeningsagenda uit de jaren '90 biedt garanties dat ontwapening in een multilateraal verband gegoten wordt.

Het alternatief is dat men er mogelijk uit budgettaire noodzaak toch toe gedwongen wordt, zonder de zekerheid dat andere nucleaire rivalen meegaan in deze evolutie. De ontwapeningsagenda van Obama is dus niet zo radicaal als het lijkt.

Een tweede conclusie is dat het schrappen van kernwapens uit de NAVO-strategie geen utopische gedachte is. Het Amerikaanse militaire apparaat heeft weinig zin om zijn schaarser wordende dollars aan kernwapens voor het Europese slagveld te besteden en een terugtrekking is zeker mogelijk. Het is nu aan de Europeanen om in te spelen op deze opportuniteit door zelf vorm te geven aan hun veiligheid.

NOTEN

(1) http://www.whitehouse.gov/agenda/foreign_policy/
(2) http://www.reachingcriticalwill.org/legal/npt/13point.html
(3) http://www.un.org/News/Press/docs/2008/sgsm11881.doc.htm
(4) http://register.consilium.europa.eu/pdf/nl/08/st16/st16751.nl08.pdf
(5) www.defenselink.mil/pubs/pdfs/PhaseIIReportFinal.pdf

Deel dit artikel