Politieke aanbevelingen: Klimaat



Vermindering van de hoeveelheid neerslag in bepaalde regio's, verdwijnen van dier- en plantensoorten, strengere droogteperiodes, hittegolven, felle regenbuien en stormen,... De wereldwijde opwarming van het klimaat is de grootste bedreiging voor het milieu. Volgens het Intergovernmental Panel on Climate Change is in de loop van de twintigste eeuw de gemiddelde temperatuur van de atmosfeer en de oceanen op wereldschaal al gestegen met bijna 0,8° C. Menselijke activiteit blijkt onweerlegbaar verantwoordelijk voor de groeiende aanwezigheid van broeikasgassen in de atmosfeer: zo'n 60% is te wijten aan het gebruik van fossiele brandstoffen en bijna 20% aan ontbossing. Het aandeel van de emissies veroorzaakt door de voedselproductie is gestegen van 17 tot 32% van de totale emissie aan broeikasgassen, wat ons handels- en landbouwbeleid in vraag stelt.

De klimaatveranderingen bemoeilijken nog meer het leven van miljarden mensen die nu al machteloos staan tegenover natuurrampen of die bijzonder kwetsbaar zijn voor de impact van de veranderende temperatuur en neerslaghoeveelheid. Alle activiteiten die kunnen zorgen voor ontwikkeling worden hierdoor aangetast: visvangst, landbouw, industrie, handel,... Toegang tot drinkbaar water, en de gevolgen hiervan voor onderwijs en gezondheid, toename van het aantal malariabesmettingen en de verslechterde veiligheid, maar ook de zogenaamde ‘ecologische migranten'...
Het Human Development Report 2007/2008 van UNDP is duidelijk: de MillenniumOntwikkelingsDoelstellingen zullen enkel worden gehaald indien nu meteen serieuze financiële inspanningen worden geleverd op vlak van klimaatadaptatie en -mitigatie.

De Europese Unie heeft haar energie-klimaatpakket goedgekeurd in december 2008 en wilde een leidende positie innemen tijdens de voorbereidende onderhandelingen van de Top in Kopenhagen. Toch tonen bepaalde lidstaten zich weigerachtig in hun engagement en remmen deze dynamiek eerder af. Europa heeft aan de hele wereld een positief signaal gestuurd, ondersteund door zijn Parlement dat aan de vooravond van de Top in Kopenhagen, een ambitieuze resolutie had goedgekeurd met betrekking tot de doelstellingen voor de periode 2013-2017 (na afloop van het Kyoto-protocol).

Zowel in internationale onderhandelingen als tussen de lidstaten onderling blijft een snel financieel engagement voor de strijd tegen de klimaatverandering in de landen van het Zuiden een struikelblok. En na de ontgoocheling van Kopenhagen toont Europa zich weinig ambitieus: ze blijft bij de reeds beloofde voorwaardelijke 20% en toont weinig vooruitgang wat betreft de financiering in het Zuiden.

Afrika is het continent dat het meest kwetsbaar is voor de klimaatveranderingen en waar de middelen ontbreken om zich hiertegen te wapenen. Volgens Jean-Pascal Van Ypersele, vice-voorzitter van het IPCC, zullen tegen 2020,75 à 250 miljoen mensen de gevolgen ondervinden van de verminderde neerslag .In sommige landen zal de opbrengst van landbouwgewassen dalen met 50 %.De kost van adaptatie op het Afrikaanse continent zou kunnen oplopen tot meer dan 10 % van haar BNI . Een bedrag dat zij onmogelijk kan ophoesten zonder steun vanuit derde landen.

Door de opwarming wereldwijd en de impact ervan op de meest kwetsbare regio's te verminderen, en door de landen van het Zuiden te helpen zich aan te passen aan het onvermijdelijke en minder energieverslindende en meer groene economieën te ontwikkelen, speelt de Europese Unie - wereldleider in de klimaatproblematiek - een bijzonder belangrijke rol om de rem op ontwikkeling, veroorzaakt door de klimaatopwarming, een halt toe te roepen. Haar inspanningen inzake adaptatie, mitigatie, alsook technologietransfer en financiering zijn van cruciaal belang. Het is belangrijk dat ze bovendien zeer kritisch blijft ten aanzien van valse oplossingen als het gebruik van biobrandstoffen of clean development mechanismen.

De klimaatcrisis is slechts een symptoom van een meer diepgaande milieucrisis. Ons model van productie en consumptie, dat bijzonder weinig rekening houdt met sociale en milieuaspecten, botst vandaag op zijn grenzen.

De Europese Unie moet haar leidende positie inzake klimaat behouden en haar ambities voor een meer duurzame wereld herbevestigen. Ze moet ook de andere continenten en landen aansporen zich in dezelfde richting te bewegen.

Als Europa haar leidende positie wilt behouden onder het Belgisch voorzitterschap, in het kader van de voorbereiding van en tijdens de COP16 in Mexico, moeten de lidstaten:


1.Hun uitstoot verminderen met 40% tegen 2020 in de Unie zelf en in de post-Kyoto periode zo weinig mogelijk gebruik maken van flexibele oplossingen zoals de clean development mechanisms.
Het energie-klimaatpakket van december 2008 bepaalt dat de ondernemingen betrokken bij de Europese emissiemarkt tot 50% van de verminderde uitstoot kunnen realiseren met behulp van dergelijke mechanismen. De sectoren die niet zijn opgenomen in de emissiemarkt kunnen, in België, tot 63% van hun reductie realiseren. Een evaluatie van de bestaande CDM-projecten toont aan dat de meerderheid van deze projecten geen echte reductie veroorzaakt en/of bijdraagt tot de ontwikkeling. De vermindering van de uitstoot zou dan ook moeten worden gerealiseerd via ten hoogste 25% flexibiliteitsmechanismen, op voorwaarde dat deze herbekeken worden en dat kernenergie en koolstofopslag(CCS) hier geen deel van uitmaken.


2.35 miljard euro aan openbare financiering vrijmaken per jaar vanaf 2013 (110 miljard op wereldvlak) om 50 miljard euro te bereiken in 2020 (± 150 miljard euro op wereldvlak).
Het Noorden moet zich, gezien zijn verantwoordelijkheid t.a.v. de klimaatopwarming, garant stellen voor de financiering van de aanpassing en ontwikkeling van een CO2-arme economie in het Zuiden. Deze financiering moet voorspelbaar zijn en bovenop de ontwikkelingshulp komen en moeten steunen op het principe van gedifferentieerde verantwoordelijkheid, gekoppeld aan emissies per inwoner en per land en de financieringscapaciteit.

De financiering van het Zuiden moeten worden uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van het UNFCCC via de steun aan nationale adaptatie- en mitigatieplannen inclusief het beheer van de koolstofputten(behoud van het regenwoud ea).

De aankoop van emissierechten door ondernemingen of overheden kan niet worden meegerekend . De snelle financiering voor 2010-2011-2012 ten slotte, met het geld ter beschikking gesteld door Europa, Japan, Noorwegen en de VS, moet worden beheerd in het kader van een nieuw fonds onder bescherming van het UNFCCC.

 

Deel dit artikel