Politieke aanbevelingen: Waardig Werk




Het begrip Waardig Werk is in 1999 ontwikkeld door de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), de VN-organisatie voor arbeidsaangelegenheden. Het begrip omvat vier essentiële elementen: vrije keuze, een waardig inkomen, respect voor arbeidsrechten en sociale bescherming. Het bevorderen van Waardig Werk is een belangrijke manier om armoede te bestrijden en sociale ongelijkheid te verminderen. Vandaar dat Waardig Werk in 2007 werd toegevoegd aan de eerste Millenniumdoelstelling (MDG 1).


Veralgemeende sociale crisis en nood aan Waardig Werk
Helaas schuilt in de doelstelling rond het uitbannen van armoede en honger (MDG1) wellicht de grootste mislukking van het MDG-project: hoewel het aantal personen dat leeft onder de drempel van extreme armoede (1,25$/dag) wel degelijk gedaald is van 1,8 tot 1,4 miljard mensen tussen 1990 en 2005, slaat die daling praktisch volledig op een beperkte groep opkomende landen (voornamelijk China en India) terwijl de minder ontwikkelde landen verder wegzinken in de armoede. Zo is het aantal mensen dat met minder dan 1,25$/dag leeft met meer dan 100 miljoen gestegen in Sub-Sahara Afrika in diezelfde periode! Bovendien zou de economische crisis, gevolg van de financiële crisis, ervoor zorgen dat nog eens 100 miljoen mensen extra terugvallen in de extreme armoede.

Daarbij moeten we ons ook de vraag stellen onder welke omstandigheden de mensen leven die officieel de extreme materiële armoede achter zich gelaten hebben.
Duidelijk is dat het ontwikkelingsmodel van China, werkplaats van de hele wereld, en andere opkomende landen, gebaseerd is op de massale productie van consumptiegoederen, voornamelijk bestemd voor het Westen, door goedkope arbeiders van wie zelf de meest fundamentele rechten niet worden gerespecteerd. Bovendien is de meerderheid van de werkende bevolking wereldwijd actief in de informele sector, waar geen contract en dus ook geen formele arbeidsrechten bestaan, zoals het recht op vereniging.

Werknemers kennen vaak hun rechten niet of zijn niet in een positie om ze af te dwingen. Vooral in Afrika is de informele sector dominant: meer dan drie kwart tot negen tiende van de werkende bevolking!

Daarom eist de Internationale Campagne voor Waardig Werk, waar de Belgische NGO's en vakbonden actief aan deelnemen dat Waardig Werk een centralere plaats krijgt in de Millenniumdoelstellingen en het beleid van de Europese Unie


Een sterkere focus op Waardig Werk in de externe relaties van de EU
De Waardig Werk-agenda van de IAO is opgepikt door andere VN-organisaties en ook door de Europese Unie. In 2006 en 2008 publiceerde de Europese Commissie een rapport over de promotie van Waardig Werk met daarin concrete beleidsvoorstellen. De Europese ministers en regeringsleiders wijden er resoluties aan in december 2006 en 2007. (Zie: http://ec.europa.eu/social)

Ook in het Europese Handelsbeleid is er ruimte gecreëerd voor Waardig Werk met de opname van bepalingen over de naleving van de internationale arbeidsnormen. Toch blijven deze bepalingen meestal veel te vrijblijvend. Bovendien worden er nauwelijks inspanningen gevraagd van de Europese bedrijven die actief zijn in de internationale handel en investeringen.

In samenwerking met de Belgische Waardig Werk Campagne, richt het Belgisch Platform van CONCORD zich tijdens het Belgische voorzitterschap vooral op transparantie in de productieketens en het Europese handels- en investeringsbeleid, met de volgende eisen:

  • De instelling van dwingende Europese mechanismen om de transparantie van de productieketen te verzekeren van goederen en diensten geleverd op het grondgebied van de Unie, met inbegrip van de verplichte sociale traceerbaarheid van alle producten die in de EU op de markt worden gebracht. Hierbij kan gesteund worden op resoluties die het Europees Parlement daarover heeft goedgekeurd.(Resolutie INI/2008/2249 en Resolutie INI/2006/2133)

De grote multinationale bedrijven spelen een grote rol in de neerwaartse spiraal die zich voordoet in elke productieketen: door druk uit te oefenen op de leveranciers en onderaannemers om alsmaar goedkoper te produceren, maken zij respect voor Waardig Werk onmogelijk in de gehele productieketen van de producten die wij komen. En hoe verder verwijderd van de consument, hoe slechter de arbeidsomstandigheden worden.

Als de omstandigheden in de « sweatshops » en andere Aziatische assemblagebedrijven onmenselijk zijn, wat moet men dan zeggen van de omstandigheden waarin Congolese arbeiders met blote handen wroeten naar de ertsen die onontbeerlijk zijn voor onze elektronische chips? Of van de kindslaven die werken op West-Afrikaanse cacaoplantages?

De logica van de liberalisering en deregulering die sinds jaren hoogtij viert heeft leidt er toe dat men van privé-actoren enkel mag vragen om vrijwillig rekeningschap af te leggen. Het is nodig dat de Europese Unie mechanismen in het leven roept die bedrijven verantwoordelijkheid opleggen voor de omstandigheden waarin de goederen en diensten worden geproduceerd die wij kopen. Deze verantwoordelijkheid begint met het verstrekken van informatie aan de consumenten en hun eigen directe werknemers. Het Europese Parlement heeft al resoluties in die zin aangenomen.(Résolution INI/2008/2249 et Résolution INI/2006/2133).
Zij kunnen de basis vormen van wat het Belgisch voorzitterschap zou kunnen doen om tot Europese regelgeving te komen

  • De opname van Waardig Werk, in al zijn aspecten zoals bepaald door de IAO, in alle relaties en akkoorden van de EU met derde landen/regio's, met name de Europese handels- en investeringsakkoorden en in de Europese strategie "Global Europe, competing in the world".

Het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie komt op een sleutelmoment in de uitwerking en uitvoering van de "Europa 2020 Strategie", de toekomstige Europese strategie voor werkgelegenheid en competitiviteit. Tegelijk heeft de Europese Commissie een actualisering aangekondigd van haar strategienota voor het Europese handels- en investeringsbeleid, de zogenaamde Global Europe Strategie. Dit is een gelegenheid om dit beleidsdomein meer te richten op duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding, met inbegrip van Waardig Werk.

Er is nu te weinig aandacht voor de sociale impact van handelsliberalisering en voor de creatie van waardige jobs in handelsakkoorden. Vooral de handicaps die verbonden zijn aan een overwegend informele economie waardoor handelsliberalisering onvoorspelbare negatieve effecten genereert, worden sterk onderschat. Marktopening en het inperken van het overheidsoptreden krijgen de voorrang in het handelsbeleid, terwijl tewerkstelling aanzien wordt als bijproduct. Handelsakkoorden mogen de mogelijkheden van ontwikkelingslanden niet inperken om lokale industriële ontwikkelingsstrategieën uit te werken. Tegelijk moet elk handelsakkoord voorzien zijn van bindende bepalingen over de naleving van de internationale sociale en (milieu-) normen en conventies.

Bovendien heeft het Verdrag van Lissabon de bevoegdheid voor Buitenlandse Directe Investeringen toegevoegd aan het exclusieve Gemeenschappelijke Handelsbeleid. De Europese Commissie werkt daarom tegelijk aan een reglement dat zal bepalen hoe en in welke mate de Europese lidstaten hun bilateraal investeringsbeleid kunnen verder zetten en aan een voorstel van mandaat voor EU-investeringsakkoorden. Dit zou niet alleen aanleiding mogen geven tot een brede discussie over dit nieuwe Europese beleid, maar ook tot een grondige herziening van de bilaterale investeringsakkoorden van de lidstaten.

België kan gebruik maken van haar rol als EU-voorzitter om te bekomen dat het nieuwe investeringsbeleid het respect voor sociale en milieunormen en -conventies tot conditio sine qua non maakt voor het afsluiten van investeringsakkoorden. Als gevolg van de afwijzing van een bilateraal investeringsakkoord tussen de Belgisch-Luxemburgse Unie en Colombia, hebben verschillende partijen al engagmenten genomen in die zin.

Deel dit artikel