Q&A: De donorconferentie voor de Palestijnse gebieden

1. Wat is het belang van deze conferentie?

De donorconferentie die op 18 december in Parijs plaatsvond, is de economische tegenhanger van de internationale top in het Amerikaanse Annapolis. Daar werd eind november beslist om de Israëlisch-Palestijnse vredesonderhandelingen te herlanceren en te streven naar de oprichting van een Palestijnse staat tegen eind 2008. Om het proces van Palestijnse staatsopbouw en vredesgesprekken met Israël te steunen, boden de donoren 7,4 miljard $ financiële hulp aan voor de komende drie jaar. Aanvankelijk vroeg Palestijns premier Fayyad 5,6 miljard $. De gulheid van de donoren is te wijten aan het belang van deze conferentie. Het is de eerste keer sinds 1996 dat een initiatief op dergelijke schaal plaatsvindt: meer dan 90 landen en instellingen waren vertegenwoordigd. Bovendien kampt de Palestijnse Autoriteit met een ongeziene financiële crisis en kan ze niet standhouden zonder internationale hulp.

2. Wat zal de Palestijnse Autoriteit aanvangen met dit geld?

In het Palestijnse Hervormings- en Ontwikkelingsplan voor 2008 - 2010 wordt voorgesteld om 70% van de internationale assistentie te besteden aan budgethulp. Die wordt gebruikt voor de uitbetaling van de lonen van de 150.000 ambtenaren. Momenteel worden hiervoor de taksen gebruikt die Israël van januari 2006 tot augustus 2007 inhield, maar deze gelden raken uitgeput. De resterende 30% van de hulp wordt aangewend voor ontwikkeling: onder andere educatie, promotie van de privé-sector en infrastructuurprojecten. Premier Fayyad, een voormalig ambtenaar bij het Internationaal Monetair Fonds, benadrukt ook de nood aan fiscale hervormingen en transparantie. In het verleden was er immers een probleem met corruptie en de slechte besteding van donorgelden.

3. Is dit het begin van Palestijnse ontwikkeling en economische groei?

Het Hervormings- en Ontwikkelingsplan voorspelt 5% economische groei per jaar, op voorwaarde dat Israël meewerkt en zijn afgrendelbeleid afbouwt. Zoniet kan de internationale hulp het proces van ‘on-ontwikkeling’, de systematische ontwrichting van de Palestijnse economie, alleen maar vertragen. De Wereldbank en andere internationale instellingen benadrukten herhaaldelijk dat Palestijnse ontwikkeling onmogelijk is zolang Israël zijn draconische interne en externe afsluitingsbeleid van de Palestijnse gebieden voortzet. Deze organisaties zijn sceptisch over het effect van massale hulp in afwezigheid van een daadwerkelijk politiek proces. De bezette Palestijnse gebieden kregen sinds het Oslo vredesproces van 1993 10 miljard $ financiële hulp. En toch worden de Palestijnen steeds armer. Het Palestijnse inkomen per hoofd bedraagt nu slechts 60% van dat van 1999. De hoofdreden hiervoor is de aanhoudende Israëlische bezetting en de massale vernieling van Palestijnse infrastructuur sinds de start van de tweede Intifada in 2000.

4. Hoe wordt Israëls medewerking gegarandeerd?

Premier Olmert verklaarde in het kader van de donorconferentie dat ‘Israël alles zal doen om de ontwikkeling en de versteviging van de infrastructuur van de Palestijnse Autoriteit mogelijk te maken, maar niet ten koste van het opgeven van vitale veiligheidsmaatregelen’. De interpretatie van deze laatste regel is cruciaal. Want Israël interpreteert de systematische nederzettingenbouw als een veiligheidsmaatregel, terwijl de internationale gemeenschap het erover eens is dat de nederzettingen het voornaamste struikelblok zijn voor de oprichting van een leefbare Palestijnse staat en een duurzame economie. Israël weigert aan zijn verplichtingen volgens het internationaal recht te voldoen: het zet zijn expansiebeleid voort en vernielt het Palestijnse economisch potentieel door  productiefactoren zoals land en water weg te nemen en export onmogelijk te maken. De donoren beseffen dat Israëls coöperatie cruciaal is en moedigen Israël aan de belemmeringen voor het vrij verkeer van personen en goederen te verlichten. Maar op de donorconferentie werd bijvoorbeeld niet gesproken over Israëls huidige beleg van de Gazastrook. Dit toont aan dat de donoren geen zware druk op Israël zullen uitoefenen.

5. Zal de bevolking in de Gazastrook genieten van de internationale hulp?

Premier Fayyad vroeg uitdrukkelijk aan de donoren om de territoriale eenheid van de bezette Palestijnse gebieden te bewaken en de Gazastrook niet te vergeten. Ook president Sarkozy, als vertegenwoordiger van het gastland van de conferentie, verwees naar de Gazastrook en zei dat ‘er geen vrede zal worden gesloten zonder de Gazastrook. Maar er zal evenmin vrede worden gesloten met groepen die Israël niet erkennen.’ Hiermee maakte hij duidelijk dat de internationale gemeenschap vasthoudt aan de isolatie van Hamas. Donorgelden mogen ook niet in de handen van Hamas belanden. Tegelijkertijd wil de internationale gemeenschap de Palestijnse bevolking in Gaza niet aan haar lot overlaten. Het valt echter te betwijfelen of de bevolking in de Gazastrook beter zal worden van internationale hulp, zolang Israël het gebied belegert en import en export van commerciële goederen verbiedt. Projecten van internationale organisaties kunnen niet worden voortgezet bij gebrek aan materialen zoals cement, benzine, papier en andere basisbenodigdheden. Israël dreigt er ook mee de elektriciteit in het Noorden van de Gazastrook af te sluiten en zal hiermee een half miljoen mensen treffen. Dit zal de humanitaire crisis aanwakkeren en tevens de noden van de burgerbevolking vergroten.

6. Wat moet er gebeuren om Palestijnse ontwikkeling en staatsopbouw mogelijk te maken?

Een economische heropleving, in eerste instantie het stopzetten van het dramatische proces van ‘on-ontwikkeling’, is enkel mogelijk als Israël zijn afgrendelbeleid staakt. De internationale donorgemeenschap moet Israël onder druk zetten en het dwingen om mee te werken aan de uitbouw van een leefbare en onafhankelijke Palestijnse staat binnen de grenzen van vóór 1967. Zolang Israël de Palestijnse economie actief vernielt, op grote voet Palestijns land rooft en de bevolking verpaupert, kan de economie niet uit het slop worden gehaald, laat staan dat er een Palestijnse staat komt. De internationale gemeenschap beseft dat dit één van de laatste kansen is om de tweestatenoplossing mogelijk te maken. Als ze niet wil falen, moet ze eerst en vooral de asymmetrische relatie tussen Israël en de Palestijnen herstellen en zich hiervoor beroepen op het internationaal recht. Enkel een rechtenbenadering biedt garantie op succes.

Brigitte Herremans, medewerker Midden-Oosten Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen

Deel dit artikel